Raketten op Vlissingen, 200 jaar terug

Donderdag is het precies tweehonderd jaar geleden dat Vlissingen kapot werd geschoten met destijds nieuwe, door de Britten ontwikkelde raketten.

Op 13 augustus is het tweehonderd jaar geleden dat Vlissingen in puin werd geschoten door een Brits invasieleger. Twee dagen lang werd de stad niet alleen bestookt met de gebruikelijke kanonnen en mortieren, maar ook met een nieuw, geducht wapen dat enkele jaren eerder was ontwikkeld: de congreve-raket. Het was de eerste keer dat ons land te maken kreeg met een raketaanval. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zetten de Duitsers een raketwerper, de Nebelwerfer, in tegen de Geallieerden bij Oosterbeek.

Het doel van de aanval op Vlissingen was het verjagen van de Fransen. Die waren sinds 1795 de baas in de Republiek der Zeven Provinciën, die eerst werd omgedoopt tot Bataafse Republiek en in 1806 als Koninkrijk Holland een vazalstaat van Frankrijk werd. Zeeuws-Vlaanderen en Vlissingen werden zelfs ingelijfd bij Frankrijk. De Fransen, sinds 1804 onder leiding van keizer Napoleon I Bonaparte, wilden zo de controle krijgen over de monding van de Schelde en de haven van Antwerpen, om van daaruit Groot-Brittannië te kunnen veroveren.

Het Britse kabinet zag deze ontwikkeling met lede ogen aan en besloot tot een tegenactie: de verovering van Walcheren en het uitschakelen van de haven van Antwerpen. Op 28 juli 1809 verliet een vloot van meer dan zeshonderd schepen, onder het opperbevel van Lord Chatham, een aantal Britse havens. Aan boord bevonden zich in totaal zo’n 40.000 man. Een groot deel hiervan werd op 30 en 31 juli op de westkust van Walcheren aan wal gezet. Middelburg en Veere werden zonder veel tegenstand veroverd, maar Vlissingen hield stand.

Op 13 augustus begonnen de Britse schepen Vlissingen te bombarderen. Ook vanaf het land werd de stad onder vuur genomen. Een regen van projectielen daalde op de stad neer. De grootste verwoesting werd aangericht door de zogeheten congreve-raketten: metalen vuurpijlen, gevuld met een explosieve lading of een zeer brandbare stof die alles in lichterlaaie zette. Deze raket was in 1804 ontwikkeld door de Britse ingenieur en artillerie-officier William Congreve (1772-1828) en al met succes beproefd tijdens aanvallen op Boulogne (1806) en Kopenhagen (1807).

Congreve had het principe van zijn war rocket ontleend aan dat van de meer primitieve vuurpijlen waarmee de Britse troepen in mei 1799 tijdens de Slag bij Seringapatam, in het huidige India, waren bestookt. In het Royal Laboratory in Woolrich, bij Londen, ontwierp hij een hele serie raketten van uiteenlopende afmetingen en gewicht. De meestgebruikte werd de 32-ponder: een één meter lange buis, gevuld met buskruit, die ter stabilisering aan het einde van een vijf meter lange stok was bevestigd. De juiste afvuurhoek werd ingesteld met een eenvoudige driepoot en het bereik was bijna duizend meter.

De Britten schoten meer dan achthonderd raketten op Vlissingen af. Bij elke inslag van de oorverdovend gierende projectielen ontstond brand. „In de korte ogenblikken van stilte klonk luguber hondengehuil en het gegil van vrouwen uit de in rook en vlammen gehulde ongelukkige stad”, aldus een ooggetuige. Het prachtige stadhuis uit 1594 en vele andere gebouwen brandden volledig af en vrijwel geen enkel huis bleef onbeschadigd. Meer dan driehonderd van de zevenduizend inwoners kwamen om.

Op 15 augustus gaf de Franse bezetting zich aan de Britten over. Die hadden dus hun eerste doel bereikt. Maar voor het belangrijkste doel, het veroveren van Antwerpen, was het nu te laat. De Fransen hadden deze stad en de forten langs de Schelde versterkt. Bovendien sloeg nu een andere vijand toe: de Zeeuwse moeraskoorts, ook wel Walcheren fever of Flushing sickness genoemd. Dit was een combinatie van malaria, dysenterie en tyfus die vooral werd veroorzaakt door het drinken van slecht water. Vele soldaten stierven aan de ziekte, waardoor de Britse bezetting van Walcheren ook wel the dying army werd genoemd.

Op 4 november kwam vanuit Londen het bevel tot terugtrekking en aan het einde van december hadden de laatste Britten Walcheren alweer verlaten. Ongeveer 13.000 zieken waren al eerder huiswaarts gekeerd, terwijl circa vierduizend doden op onbekende plaatsen in de Zeeuwse bodem werden achtergelaten. Op iedere soldaat die aan oorlogshandelingen was gesneuveld, waren er bijna veertig omgekomen door de moeraskoorts.

De congreve-raketten hadden in Vlissingen zo’n verwoesting aangericht dat de Franse commandant van de stad, Louis Claude Monnet, officieel protest aantekende bij Lord Chatham over het gebruik ervan. Dat was voor de Royal Artillery en de Royal Navy opnieuw een bewijs dat William Congreve een goede uitvinding had gedaan. En dus werden zijn raketten tijdens de Napoleontische oorlogen – of Coalitieoorlogen – ook op andere plaatsen in Europa ingezet. Het laatst in 1815 tijdens de Slag bij Waterloo, toen Napoleon definitief werd verslagen en naar Sint-Helena werd verbannen. Al twee jaar eerder hadden de Franse troepen Nederland verlaten en begon een periode van 127 jaar zonder vreemde overheersing.

In september is in het Zeeuws Maritiem Museum Vlissingen de tentoonstelling ‘Het Engelse bombardement’ te zien en tot november loopt in het Stadhuismuseum in Veere de tentoonstelling ‘De Zeeuwse expeditie van 1809’.