Ontwikkelingshulp: waar zijn de bonnetjes?

Soedan geeft het publiek geen (lees: 0,0) inzage in de besteding van publieke gelden. Net als Rwanda en Congo. Dat blijkt uit de Open Budget Index (OBI), een wereldwijde enquête naar hoe open regeringen zijn over hun financiën.

Helaas is Nederland niet in de enquête meegenomen, maar getuige de openbare informatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken over de besteding van ontwikkelingsgelden zullen we niet heel laag scoren. Ontwikkelingssamenwerking noem ik niet zomaar; het valt op dat de landen die geld voor Official Development Assistance ontvangen, het slechts scoren in de enquête.

Uit het laatste jaarverslag over het ontwikkelingsbudget blijkt dat Nederland vorig jaar 75.277.000 euro aan Soedan heeft gegeven. Voor Rwanda en Congo gaat het om bedragen van respectievelijk 24.933.000 en 1.277.000. Van het budget voor Soedan is 421.000 bestemd voor armoedevermindering. Rwanda moet 10.000.000 euro besteden aan onderwijs en 3.683.000 aan ‘goed bestuur’. Indonesië - (een land dat niet in de OBI voorkomt) ontvangt trouwens het meest van Nederland: 104.376.000 euro. De grootste kostenpost is onderwijs, gevolgd door ‘goed bestuur’.

We weten dus op de euro precies hoeveel geld er naar deze landen gaat en waarvoor het bestemd is, maar de lokale bevolking - de mensen waar het a priori om gaat - kan doorgaans niet de bonnetjes opvragen. Onderwijs? Armoedevermindering? De mensen in Soedan en Rwanda kunnen hoog of laag springen, maar inzage in het overheidsbudget krijgen ze niet. Daarvoor is eerst ‘goed bestuur’ nodig; ironisch genoeg ook een ontwikkelingspost.

Waarom toegang tot budgetinformatie zo belangrijk is, laten de onderzoekers van Open Budget Initiative zien op hun website. Als voorbeeld geven ze de staat Rajasthan in India. Toen maatschappelijke organisaties en burgers tien jaar geleden toegang kregen tot budgetinformatie, nam ook meteen de corruptie af en werd zuiniger omgesprongen met publieke middelen.

Aan de andere kant: als we besluiten alleen nog ontwikkelingsgeld te geven aan landen die keurig de bonnetjes kunnen overleggen, kunnen we beter helemaal stoppen met ontwikkelingssamenwerking. Juist de landen die het hardst hulp nodig hebben, zijn het minst transparant.