Obama steunt Mexico in drugsoorlog

De Mexicaanse president Calderón heeft gisteren bestreden dat zijn leger de mensenrechten schendt in de strijd tegen de drugskartels. Hij deed dit tijdens een top met zijn collega’s Obama (Verenigde Staten) en Harper (Canada) in de Mexicaanse stad Guadalajara, die verder in het teken stond van handel en immigratie, maar die geen concreet resultaat opleverde.

Calderón stelde dat zijn regering de mensenrechten verdedigt. „Degenen die het tegendeel beweren”,zei hij, „zijn verplicht één geval te bewijzen, één enkel geval”.

De internationale organisatie Human Rights Watch (HRW) reageerde binnen enkele uren dat „de bewering van de president in tegenspraak is met het beschikbare bewijs”. HRW noemde twee gevallen, uit 2007, waarbij militairen in de deelstaat Michoacán beschuldigd zijn van marteling van burgers en niet vervolgd werden.

Direct na zijn aantreden, eind 2006, besloot Calderón het leger in te zetten tegen de kartels. Dit omdat de politie op grote schaal omgekocht en geïnfiltreerd is door de drugshandelaren en het leger daarentegen bekendstaat als relatief ‘schoon’. Sindsdien neemt het aantal meldingen over mensenrechtenschendingen en corruptie door militairen echter toe. In de VS leidden zorgen hierover er toe dat een deel van de honderden miljoenen dollars aan militaire hulp die zijn beloofd aan Mexico nu door het Congres wordt tegenhouden.

Obama schaarde zich gisteren achter Calderóns aanpak. Ook ging hij in op een plan om de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Colombia uit te breiden. Vooral linkse regeringen in de regio protesteren hiertegen. Obama noemde het „hypocriet” dat zij tegelijkertijd eisen dat de VS meer doen om de eind juni afgezette, linkse Hondurese president Zelaya terug aan de macht te helpen. „De critici die zeggen dat de VS niet voldoende doen in Honduras, zijn dezelfden die zeggen dat wij altijd interveniëren en dat de Yankees weg moeten uit Latijns-Amerika.” (AP)