Niks officiertje pesten, zeggen de vier advocaten

Advocaten mogen officieren van justitie niet persoonlijk aanvallen, zegt de procureur-generaal. „Ik moet kritisch zijn, als ik dat nalaat, faal ik”, reageert een van de advocaten.

Mag een advocaat een officier van justitie beschuldigen van meineed? Van het ondermijnen van de rechtsstaat? Van een jihadistische visie? En mag een advocaat zeggen dat een aanklager bij wijze van spreken zijn moeder nog zou verkopen voor zijn carrière?

Nee, vindt voorzitter Harm Brouwer van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie. Bovenstaande uitspraken, in juni door vier advocaten in het gratis dagblad De Pers gedaan over officier van justitie Koos Plooy, gaan hem te ver. Hij vroeg de Orde van Advocaten vorige maand per brief om uitleg. „We krijgen klappen en we maken fouten, soms verrekte stom. Kritiek mag. Maar wie onze officieren van justitie persoonlijk beschadigt, overschrijdt een grens.”

Dat Plooy te werk zou gaan vanuit een jihadistische visie, zei terreuradvocaat Bart Nooitgedagt. Hij neemt daar „geen woord” van terug. „Meneer Brouwer moet eens in de spiegel kijken en intern orde op zaken stellen bij het Openbaar Ministerie. De verharding die hij signaleert, ligt bij de omgang van het OM met verdachten. Er worden spelletjes gespeeld met de rechten van individuele verdachten. Hij moet op de zaak ingaan in plaats op de vorm.”

Ook vraagt Nooitgedagt zich af waarom Brouwer hem niet rechtstreeks benadert. „Of waarom dient hij geen klacht in bij de Orde van Advocaten?”

De woede van Nooitgedagt, en van zijn collega Victor Koppe, komt voort uit het optreden van Plooy in onder meer de Piranha-zaak. Samir A. en een paar medeverdachten werden vorig jaar in hoger beroep veroordeeld wegens deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk.

Koppe is er nog steeds van overtuigd dat Plooy meineed en valsheid in geschrifte heeft gepleegd. De officier van justitie zou ontlastende passages uit een verklaring van de zus van Piranha-verdachte Soumaya S. hebben laten schrappen en daarover hebben gelogen.

Uit die passages bleek dat de familie van S. samenwerkte met de AIVD om S. te traceren. Plooy zei dat hij de passages heeft laten verwijderen om de familie te beschermen tegen represailles, maar dat hij verwachtte dat deze verklaring niet meer zou worden gebruikt in de Piranha-zaak. Later bleek dat Plooy de gekuiste verklaring zélf in deze zaak had ingebracht. De officier van justitie zei dat hij zich had vergist. Koppe deed aangifte tegen Plooy wegens meineed, maar het OM seponeerde de zaak omdat Plooys leugen onopzettelijk zou zijn geweest.

Tegen die beslissing, zegt Harm Brouwer van het OM nu, had Koppe in beroep kunnen gaan. „Dat heeft hij niet gedaan. Dan moet hij er ook over ophouden.”

Koppe zegt op zijn beurt dat hij „dolgraag” een klacht had ingediend tegen het besluit van het OM. „Maar dan word je niet-ontvankelijk verklaard.”

Wat Koppe betreft, ligt de grens van het toelaatbare bij het „spelen op de privépersoon”. „Ik speel niet op de man. Het gaat mij om Plooys functioneren als dienaar van de Staat. Mijn aantijging is hard, maar zeer uitvoerig gemotiveerd.”

Nooitgedagt en Koppe hebben een aantal zaken waarin Plooy de aanklager was, verloren. Dat geldt niet voor Jan Boone, de advocaat die in De Pers zei dat Plooy zijn moeder nog zou verkopen voor zijn carrière.

Boone werpt de oproep van Brouwer verre van zich. „Dit is een vrij land. Ik mag zeggen wat ik wil. Daar verandert de huilpartij van meneer Brouwer niets aan. Ik ben een tegenstander van het negentiende-eeuwse denken, dat een advocaat het rechtsysteem moet dienen. Sterker: mijn taak is het bewerkstelligen van het falen van het OM. Als ik dat nalaat, ben ik geen goede advocaat.” Van Brouwers oproep in de brief dat advocaten en officieren meer met elkaar moeten praten en vaker samen moeten komen, moet Boone al helemaal niets hebben. „Je reinste campingmentaliteit”, zegt hij.

Het OM kreeg de afgelopen tijd een aantal stevige reprimandes van rechters. Zo werd het OM eind 2007 niet-ontvankelijk verklaard in het proces tegen de Hells Angels, wegens het onrechtmatig bewaren van gesprekken tussen advocaten en verdachten. En vorige maand oordeelde de Bossche rechtbank nog dat het OM in een mensensmokkelzaak door onzorgvuldig handelen de waarheidsvinding in het geding heeft gebracht en de belangen van de verdediging heeft geschaad.

Meer dan over de toon zou procureur-generaal Brouwer zich moeten uitlaten over de vraag wat het Openbaar Ministerie doet als een officier van justitie een misstap begaat die het rechtsysteem in diskrediet brengt. Dat vindt advocaat Frank van Ardenne. Hij riep om maatregelen tegen blunderende officieren na de mensensmokkelzaak in Den Bosch.

Van Ardenne vraagt zich af wat het Openbaar Ministerie doet met de bewuste officier. Wordt hij gestraft? En zo ja, hoe dan? Waarom ontbreekt überhaupt elk zicht op zelfreflectie van het Openbaar Ministerie? Van Ardenne: „Ik vraag dit niet omdat ik me wil bemoeien met het personeelsbeleid van het OM. Het gaat me om het rechtsgevoel van de burger. Zijn vertrouwen in het rechtsysteem heeft een deuk opgelopen. Die burger heeft er recht op te weten dat er binnen het OM hiervan wordt geleerd.”

Beschadigt openbaarmaking van maatregelen de betrokken officier niet bovenmatig? Van Ardenne: „De officier is al beschadigd. Het vonnis van de rechter was keihard. Het maatschappelijk vertrouwen in fatsoenlijke rechtsgang moet hersteld. ”

Commentaar pagina 7