Klagen mag, maar tot hier

Advocaten gaan te ver met beledigende uitspraken over officieren van justitie.

Dat vindt Harm Brouwer van het Openbaar Ministerie.

Het Openbaar Ministerie (OM) is niet onfeilbaar, vindt de hoogste baas van de organisatie. „We krijgen klappen en maken fouten, soms verrekte stom”, zegt Harm Brouwer, voorzitter van het College van procureurs-generaal. Kritiek mag, zegt hij. „Maar wie onze officieren van justitie persoonlijk beschadigt, overschrijdt een grens.”

Brouwer doelt op een publicatie in het gratis dagblad De Pers van twee maanden geleden. Daarin doen vier advocaten hun beklag over officier van justitie Koos Plooy, die bekendheid kreeg door betrokkenheid bij de zaken van Volkert van der G., Mohammed B., de Hofstadgroep en Willem Holleeder. Het beklag is niet zachtzinnig geformuleerd. Zo zei Jan Boone dat Plooy „bij wijze van spreken zijn moeder nog [zou] verkopen voor zijn carrière”. Volgens terreuradvocaat Bart Nooitgedagt gaat Plooy te werk „vanuit een jihadistische visie”.

Brouwer stuurde als reactie een brief aan de Orde van Advocaten. Hij vraagt de advocatuur om een oordeel.

Komt u op voor Plooy, of voor het hele OM?

Brouwer: „We zijn niet zielig. Onze rol is moeilijk en soms ondankbaar. Een officier van justitie moet tegen een stootje kunnen. Maar nu zijn de grenzen overschreden.”

Wat zit u dwars aan deze uitspraken van advocaten?

„Ook advocaten kennen verplichtingen. Als je Plooy een jihadist noemt, wat wil je daar nu mee? Of neem de kritiek van Victor Koppe, die zegt dat hij er rotsvast van overtuigd is dat Plooy meineed heeft gepleegd. Daar heeft Koppe ook aangifte van gedaan. Het OM heeft dat grondig onderzocht en is niet tot vervolging overgegaan. Koppe ging daartegen niet in beroep bij het gerechtshof. Dan moet je het ook laten rusten. Met zo’n uitspraak wil hij Barbertje laten hangen. Dit soort uitspraken is een advocaat onwaardig.”

Vorige maand kwam opnieuw een bedreiging binnen aan het adres van Plooy. Speelde dat een rol bij het schrijven van uw brief?

„Nee.”

Ergert u zich vaker aan volgens u ongefundeerde kritiek op het OM?

„Twee weken geleden schreef NRC Handelsblad in een hoofdredactioneel commentaar dat het OM een gevaar vormt voor de rechtsstaat. Dat was naar aanleiding van een mensensmokkelzaak in Den Bosch, waarbij het OM niet-ontvankelijk werd verklaard. Ik zit niet te jammeren, maar dan denk ik: was van tevoren even langsgekomen. Dan hadden we kunnen uitleggen waarom we het helemaal niet eens zijn met die uitspraak en in hoger beroep zijn gegaan.”

Hebt u het idee dat de verhouding tussen advocaten en het OM onder druk staat?

„Er is sprake van oplopende spanning. Het is verbluffend, de korte termijn waarin het strafrecht in de greep van de media is gekomen. Strafrecht is emotie en reality. Dat spreekt mensen aan en dat zie je terug in de media. Bij grote strafzaken zie je voorbeschouwingen, tussenbeschouwingen en nabeschouwingen. Verdachten schuiven zonder gêne aan in een praatprogramma. Tegenstellingen worden uitvergroot: een tegenslag voor het OM is meteen een blunder. Een proces is een strijd.”

Is het niet het goed recht van advocaten om hun mening te geven?

„Vanzelfsprekend. Ik vind ook dat een zaak op de zitting best polemisch mag zijn. Maar een jaar later? Dan moet je erover ophouden.”