Kampleider zijn is helemaal niet sullig

De Belg Jeroen Jorens (21) schaamt zich niet dat hij op zomerkamp gaat met een jongerenorganisatie. ’s Nachts worden er in de tenten verhalen verteld over ridders en draken.

Jeroen Jorens (21) studeert doordeweeks criminologie in de universiteitsstad Leuven. Maar in het weekeinde gaat hij naar huis en naar de ‘chiro’, de grootste jeugdorganisatie van België. Foto Chris Keulen Belgium, Bree, 29.07.2009 Scout Jeroen Jorens. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Belgen blijven graag „onder de kerktoren”, wordt er wel gezegd. Werken doen ze zo nodig ergens anders, maar een huis zoeken ze toch het liefst dichtbij de plek waar ze zijn opgegroeid. Ook veel hoogopgeleide jongeren denken er zo over.

„Hier zijn de mensen die ik het beste ken”, zegt de 21-jarige Jeroen Jorens. Hij zit op een weiland in Belgisch Limburg waar hij op zomerkamp is met zijn groep van de katholieke jeugdorganisatie. Maar met ‘hier’ bedoelt hij vooral het plaatsje Ranst, in de provincie Antwerpen, waar zijn ouders wonen. En Broechem, het nabijgelegen dorp waar hij naar de chiro gaat.

De chiro is de grootste jeugdbeweging van Vlaanderen en België, groter dan de scouts die hier ook nog heel populair zijn. De naam is een samenvoeging van de Griekse letters chi en rho. Ze staan voor christus rex, Christus koning.

Jeroen is leider bij de chiro. Hij studeert criminologie in Leuven, waar hij ‘op kot’ woont, op kamers. Maar in het weekeinde gaat hij ‘naar huis’, naar zijn ouders en naar de chiro. Op zondagochtend leidt hij een groep kinderen, op zaterdag is hij vaak bezig met voorbereidingen, en op vrijdagavond vergadert hij met de andere leiders. „Als je bomma 75 wordt en een groot feest geeft dan ga je een keertje niet. Maar anders word je wel verwacht.”

In Nederland zouden studiegenoten er lacherig over doen. Maar in België is het heel gewoon dat jongeren leider zijn bij een jeugdgroep. Het is zeker niet sullig of onhip.

Jeroen werd lid toen hij zes was. „Op school was het verdeeld, je had kinderen die naar de chiro gingen en kinderen die naar de scouts gingen. Je zat in een vriendengroep van kinderen die dezelfde keuze hadden gemaakt. Maar ik zou niet durven zeggen hoe dat precies kwam. Kwam het door de scouts dat kinderen vrienden werden, of waren ze al vrienden en gingen ze daarom samen naar de scouts?” Jeroen werd thuis aangemoedigd om te kiezen voor de chiro. Zijn vader was daar ook leider geweest.

Het is stil op het weiland waar de chirogroep kampeert rondom een oude circustent. En dat is opmerkelijk want in de tenten eromheen zitten 65 kinderen. Ze zijn verplicht aan het rusten en wagen zich niet buiten. Belgische kinderen worden strakker opgevoed dan Nederlandse, ze luisteren naar de leiding. „Maar het helpt ook dat ze gewoon heel moe zijn”, zegt Jeroen. „Vorige week, aan het begin van het kamp, hadden we wel wat moeite om ze binnen te houden.”

Zelf herinnert hij zich vooral de toneelstukjes die zijn leiders tijdens kampen opvoerden. „Dat ging bijvoorbeeld over ridders en draken. Je werd dan echt een fantasiewereld ingetrokken. ” Dat toneel is er nog steeds, eigenlijk is er niet zo erg veel veranderd. Oudere kinderen worden door hun leiders langzaam voorbereid om zelf leider te worden. Met zijn 21 jaar klinkt Jeroen al erg volwassen. „Je probeert die mannen natuurlijk sociale regels bij te brengen”, zegt hij. Maar dat gaat volgens hem wel wat soepeler dan in zijn tijd. Nu moet de slaapzak opgevouwen zijn. Toen moest hij exact zó zijn opgevouwen.

De kerk speelt geen grote rol meer in de activiteiten van de chiro. En ook niet in het verdere leven van Jeroen. Toen hij zelf klein was, kwam de pastoor nog naar het zomerkamp. Die organiseerde een mis. Nu is er alleen nog een korte ceremonie aan het begin en aan het einde van de dag, met „een gebedje”.

’s Morgens gaat dat zo: „Here Jezus, wij treden voor u aan. Blijf bij ons en laat ons leven door de kracht, uw trouw en goedheid, in de vreugde van uw dienst.”

„Ik ben wel gelovig”, zegt Jeroen. „Maar ik ben geen kerkganger. In de kerk kom ik alleen wanneer mensen trouwen of begraven worden.” Misschien trouwt hij later ook wel in de kerk, al hoeft dat van hem niet. „Ik hou wel van symboliek en van een mooie ceremonie.”

Hij zou na zijn studie ook graag iets doen met jongeren, werken in een jeugdinstelling bijvoorbeeld. „Maar het is moeilijk daar binnen te geraken.” Hoewel Belgische kranten dagelijks vol staan met verhalen over criminaliteit, is er weinig werk voor criminologen. Belgische politici praten veel over criminaliteit, maar ze geven niet graag geld uit aan zorg voor mensen die ontspoord zijn.

Als Jeroen voor de overheid gaat werken, dan zou dat wel eens in Brussel kunnen zijn. Daar zijn veel overheidsdiensten gevestigd. Maar hij ziet zich daar niet wonen. Is het misschien zijn ideaal om wat grond te kopen in zijn geboortestreek en daar zelf een huis te bouwen, zoals veel Belgen doen? Hij heeft een ander plan, zegt hij. Hij zou graag een oud huis renoveren. En inderdaad, het liefst in Ranst, of in een klein stadje. Brussel schrikt hem af.

„In Leuven heb ik ook vrienden. Maar die gaan waarschijnlijk alle kanten op als ze klaar zijn met studeren, ook terug naar huis. Het lijkt me moeilijk om met hen dan contact te houden. Natuurlijk hangt het ook een beetje af van m’n toekomstige vriendin. Maar het liefst zou ik hier blijven, bij de mensen met wie ik al zo veel tijd heb doorgebracht. Ik zie nu ook dat de oud-leiders van de chiro nog regelmatig samenkomen op café. Het lijkt me ook mooi als mijn kinderen later lid kunnen worden van dezelfde chirogroep.”

Eerdere delen via aanklikbare kaart op nrc.nl/eigenleven