Impasse in IJslandse politiek over Icesave-akkoorden

Voor ruim 4 miljard euro stelden Den Haag en Londen spaarders bij het failliete Icesave schadeloos. Over de terugbetaling is in IJsland nu een ernstige politieke crisis ontstaan.

De IJslandse politiek verkeert in een diepe impasse over Icesave en het akkoord met Den Haag en Londen over terugbetaling van tegoeden van spaarders in Nederland en Groot-Brittannië.

Er is geen meerderheid in de Althing, het IJslandse parlement, voor de overeenkomst. Pogingen een compromis te vinden door ‘strenge voorwaarden’ te verbinden aan het akkoord zijn na vele dagen overleg volledig vastgelopen. Dat bleek gisteren tijdens het eerste plenaire debat in het parlement dat al een maand intern discussieert over het Icesave-akkoord.

Premier Johanna Sigurdardóttir waarschuwde gisteren dat verwerping van het akkoord ernstige gevolgen zal hebben voor IJsland. Ze wilde niet ingaan op de vraag of de regering in dat geval zou moeten aftreden of eventueel een nieuwe coalitie kan worden gevormd. Bij afwijzing komt er een diepe crisis, voorspelde gisteren een IJslandse politieke wetenschapper.

Zeker drie en mogelijk vier parlementariërs van de regeringspartij LinksGroen van minister van Financiën Steingrimur Sigfusson zijn tegen het akkoord dat de regering begin juni met Den Haag en Londen overeenkwam. LinksGroen en de Sociaal-democraten van de in april aangetreden premier Sigurdardóttir hebben samen een kleine meerderheid van 34 van de 63 parlementszetels. De oppositie wijst het akkoord af.

De enige ‘voorwaarde’ waarover de parlementariërs het in meerderheid eens lijken is dat de premier de Icesave-problemen persoonlijk moet gaan toelichten tegenover haar ambtsgenoten in Den Haag en Londen, iets wat Sigurdardóttir tot nog toe heeft nagelaten. Daarmee zouden nieuwe onderhandelingen over Icesave mogelijk kunnen worden.

Het belangrijkste bezwaar is dat onduidelijk is hoeveel de bezittingen van het genationaliseerde Landsbanki, de eigenaar van Icesave, zullen opbrengen. IJsland heeft zeven jaar de tijd om de Landsbanki-tegoeden te innen (en hoeft zo lang geen aflossing en rente te betalen). De regering gaat ervan uit dat de opbrengst 75 procent of meer van de Icesave-verplichtingen zal dekken, maar dat is onzeker.

Van de IJslandse bevolking is volgens peilingen inmiddels 70 procent tegen het akkoord dat voorziet in het terugbetalen door IJsland van Britse en Nederlandse leningen van ruim 4 miljard euro, wat overeenkomt met circa 40 procent van het nationaal inkomen. Dit bedrag hebben Den Haag (1,3 miljard) en Londen (2,3 miljard pond; 2,7 miljard euro) al terugbetaald aan Nederlandse en Britse spaarders van Icesave, het spaarsysteem van de IJslandse bank Landsbanki die vorig jaar oktober failliet ging en door de IJslandse staat werd overgenomen.

Volgens de richtlijn inzake depositogarantie in de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte (EER, waarvan IJsland lid is) moet Reykjavik elke spaarder minimaal 20.887 euro vergoeden. De Nederlandse en Britse leningen zijn verleend omdat IJsland, dat door de ondergang van drie grote banken in een diepe financiële crisis werd gestort, niet aan zijn verplichtingen kon voldoen.

De grootste oppositiepartij, de conservatieve Onafhankelijkheidspartij die de hardste oppositie voert, wil dat de garantiekwestie nog eens wordt getoetst door een IJslandse rechter, mede omdat de IJslandse vergoeding voor spaarders die hun geld kwijt raken, lager is dan de Europese. De regering wijst dit af, onder meer omdat Europees recht, ook in de EER, prevaleert boven nationale regels zoals vorig jaar november al is erkend door de toenmalige IJslandse regering van de conservatieve premier Geir Haarde.

De crisissfeer in Reykjavik is nog versterkt doordat het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Scandinavische landen en Polen hebben laten weten dat ze aan IJsland toegezegde leningen pas zullen uitbetalen als de affaire rond Icesave is afgewikkeld. Londen en Den Haag wordt verweten dat ze deze ‘omsingeling’ van IJsland hebben georganiseerd. Verwerping van het Icesave-akkoord zal, zo wordt aangenomen, ook een negatief effect hebben op de behandeling van de aanvraag om toetreding tot de Europese Unie die IJsland onlangs bij Brussel heeft ingediend.