Iedereen houdt van het levenslied!

M isschien ben ik te openhartig, maar ik ga toch iets bekennen. Ik ben gek op Surinaamse levensliederen. Dat zijn liedjes in de stijl van André Hazes, het liefst met moeders of de liefde voor het vaderland als onderwerp, en dan in het Surinaams. Of covers van de allerzoetste popballads waarbij zelfs Mariah Carey niet geschuwd wordt. Vertaald en gezongen door artiesten als Bryan B. of Edje Rust.

Heerlijk. Love it. In de auto, heel hard en dan meezingen. Met de ramen dicht, welteverstaan.

Schaamde ik me altijd een beetje voor deze niet zo coole hobby – sinds een week of wat hoeft dat niet meer. Want een van de helden van het Surinaamse levenslied is hier doorgebroken. Hij heeft zelfs een nummer opgenomen met Jan Smit, zijn Nederlandse tegenhanger.

Ze zingen over tuintjes in hun hart en dat er dan een bloemetje in groeit. Prompt landde het nummer op de eerste plaats van de hitlijsten, en mijn lieve, ooit zo heimelijke idool Damaru is ook in Nederland volksheld nummer 2, direct na Jan Smit.

Met Jan Smit heb ik niets. Ik heb hem ooit eens een liedje bij de TROS horen zingen, iets over vrouwenbenen, en ik hoorde heel veel gepraat over een soapsterretje dat al dan niet zijn huis heeft leeggehaald. Al met al kon hij me weinig boeien.

Nee, dan Damaru. Hij is jong, heeft een lief, en best knap, gezicht. Zijn stem is een beetje onvast, wat elk liedje een bijzondere charme geeft. Hij trad op in Amsterdam en natuurlijk ging ik kijken. Hij was geweldig.

„Damaru, we love you”, scandeerde het publiek, dat vreemd genoeg uit minder Surinamers dan Nederlanders bestond. Veel studentes, die ooit stage liepen in Suriname, vermoedde ik. Ze zongen mee, gooiden de heupen los zoals ze dat in Paramaribo hadden geleerd, en deinden mee, de armen in elkaar gehaakt.

Opeens had ik een déjà vu. Zo hing het publiek bij de TROS ook in elkaar, toen Jan Smit over die vrouwenbenen zong. Er is geen verschil, alleen in taal. Logisch dat Damaru een samenwerking zocht met Jan Smit. En logisch dat dat liedje meteen op nummer één terecht kwam.

Er drong zich een universele waarheid aan me op. Edje Rust, Damaru of Jan Smit – iedereen houdt van het levenslied! Ik ben niet langer alleen! De autoramen kunnen naar beneden, ik zing voortaan uit volle borst mee. Kom op, met z’n allen: ‘Ik heb een tuintje in m’n hart...!’

Karin Amatmoekrim