Hoofdstuk 5

Eksters kunnen een enorm kabaal maken als ze opgewonden zijn. En de ekster die als patiënt bij ons werd binnengebracht, was overstuur. Ik kende haar: het was Elsbeth Ekster, die net nog in herhaling op De Wereld Kraait Door te zien was geweest. Ze was tot ver buiten het Amsterdamse Bos in vogelkringen een bekend recensent, gevreesd om haar scherpe tong. En nu werd de critica hier binnengebracht. Haar zwart-witte verenpak zat verfomfaaid. Haar poot bloedde. Maar aan haar stem mankeerde niks. „Ze heeft me gebeten! Ze heeft me gebeten”, riep ze. De verpleeghennen susten haar en zetten haar op het nog lege bed in onze kamer. „De dokter komt zo”, zeiden de hennen. „Niet J.J. Bosuil!” riep Elsbeth Ekster. „Die is er niet, het is dokter Huis”, antwoordde de hoofdzusterhen. Dat kalmeerde de gewonde ekster. Wij groeten haar, zij knikte, maar richtte zich toen op de arts, die binnenkwam. „Ik ben gebeten!”, riep ze meteen. „Wat is er gebeurd, mevrouw Ekster?” vroeg de manke mus. En de ekster vertelde. Ze had het nieuwste werk van J.J. Bosuil gelezen, Binnen de veren en ze had daar haar oordeel over gegeven, iets wat, zoals ze er aan toevoegde „toegestaan is in een land waar vrijheid van meningsuiting een grondrecht is, ook voor vogels.” „En wat is uw oordeel, mevrouw Ekster?” vroeg dokter Huis. „Binnen de veren is geen boek, maar een braakbal. Vol onverteerde resten”, zei Elsbeth Ekster. De musarts knipperde even met zijn oogjes. „En toen…” „Toen ik die mening vanmiddag uitsprak tijdens de literaire bijeenkomst op de Voedertafel, vloog mevrouw Bosuil mij aan en beet mij in mijn been. De andere dames moesten haar losrukken. Misschien heb ik nu de papegaaienziekte! Of die vogelziekte geel! Wie weet wat die uilensnavel…” „Rustig maar, mevrouw Ekster”, sprak de medisch geschoolde mus. „Als ze maar niet hierheen komt! Ik wil haar niet meer zien. Ik stond compleet voor aap!” „Ach”, zei dokter Huis, „ze heeft toch vooral zichzelf en haar man voor aap gezet. En geel heeft u niet.” Deze woorden kalmeerden de ekster nog meer. „U moet vannacht hier blijven”, zei dokter Huis, „en morgen ook…” „Maar morgenochtend heb ik een literaire krans voor de Beter Opgeleide Bosvogels. Die mag ik niet missen… Weet u wat, ik nodig de dames hier wel uit”, zei Elsbeth Ekster. Dokter Huis knikte vaag, en bekeek de wond. Ai, ai, ai, dacht ik. De dameskrans van de Beter Opgeleide Bosvogels! Ik was wel eens langs zo’n bijeenkomst gevlogen, en zag dat al voor me, hier in de ziekenzaal. Ik nam snel een besluit. „Ik heb me bedacht, dokter”, zei ik toen de arts klaar was. „Morgen vertrek ik naar Texel.”

Wordt vervolgd

Muziek bij deze en vorige afleveringen: nrc.nl/achterpagina

Frits Abrahams is terug op 17 augustus