Fatah kiest jonger leiderschap

Het congres van de Palestijnse Fatah-partij heeft de leiding verjongd. Deze staat voor enorme problemen, waaronder het conflict met Hamas.

Dagen extra vergaderen heeft het gekost, maar uiteindelijk heeft het grote congres van de Palestijnse Fatah-partij de gewenste verjonging van de partijleiding opgeleverd. Die moet de partij, die de internationaal erkende Palestijnse regering domineert maar de facto alleen op de bezette Westelijke Jordaanoever aan de macht is, nieuw elan geven.

Volgens vandaag bekendgeworden resultaten van de verkiezing van een nieuw Centraal Comité hebben verscheidene (bijna-)vijftigers een plaats veroverd op de zeventigers die de partijleiding vele jaren domineerden. Het Fatah-congres, waarvoor 2.300 afgevaardigden naar Bethlehem waren gekomen, was het eerste in 20 jaar.

De belangrijkste nieuwe naam in de partijleiding is die van Marwan Barghouti (50), de charismatische leider die sinds 2002 met vijf keer levenslang wegens zijn rol in de Palestijnse intifadah in een Israëlische gevangenis zit. Hij wordt allang beschouwd als een toekomstige Palestijnse president op het moment dat het Jeruzalem goed uitkomt hem vrij te laten. Een andere nieuwkomer is Mohammed Dahlan (47), de sterke man van het min of meer seculiere Fatah in de Gazastrook tot hij in de zomer van 2007 door de fundamentalistisch-islamitische organisatie Hamas uit het gebied werd verdreven. Ook Dahlans rivaal Jibril Rajoub (56), een medewerker van wijlen Yasser Arafat, veroverde een plaats in het Centraal Comité.

Gisteren al onderstreepte Nimr Hammad, raadgever van de unaniem herkozen Fatah-leider en Palestijns president Abbas, dat „Fatah vandaag niet meer gespleten en zwak is”. „Degenen die zich in een moeilijke positie bevinden”, zei hij tegen het Franse persbureau AFP, „zijn Hamas aan de ene - en Israël aan de andere kant”.

In het algemeen kan van de jongere garde in het Fatah-leiderschap worden gezegd dat ze in tegenstelling tot veel van haar voorgangers die uit de Palestijnse diaspora afkomstig waren, pragmatisch is en in en buiten de gevangenis met Israëlische vertegenwoordigers heeft gewerkt. De eerste grote vraag is of ze in staat is het imago van Fatah bij de Palestijnse bevolking als corrupt en onmachtig – wat Hamas in 2006 aan zijn verkiezingsoverwinning hielp – te verbeteren. Op Dahlan bijvoorbeeld is niet alleen veel kritiek omdat hij niets kon inbrengen tegen de gewapende machtsgreep van Hamas in de Gazastrook in 2007. Ook wordt hij van grootscheepse zelfverrijking beschuldigd.

Maar dat is maar een deel van de problemen van Fatah. De bevolking verwacht dat de organisatie eindelijk vooruitgang boekt in het streven naar een onafhankelijke Palestijnse staat naast Israël, maar het vredesproces, voorzover dat er was, is volledig vastgelopen.

Zolang de tweespalt met Hamas bestaat, is er geen kans op verwezenlijking van de twee-statenoplossing, die Fatah en Israël officieel zeggen na te streven. Onderhandelingen met Hamas in Egypte hebben niets opgeleverd. De Saoedische koning Abdullah waarschuwde een week geleden – niet toevallig samenvallend met het begin van het Fatah-congres – dat er nooit een Palestijnse staat zal zijn „zolang het Palestijnse huis verdeeld is”.

Nabil Shaath, een Fatah-veteraan die wél werd herkozen, zei toen „volledig” in te stemmen met de oproep van de Saoedische koning, die gisteren nog eens werd benadrukt door het Saoedische kabinet. Maar nog afgezien van de positie van Hamas zelf, voorspelt de verkiezing van harde tegenstanders van Hamas als Dahlan en Rajoub niet veel beweging. Abbas zelf zette wat dit betreft de toon in zijn openingstoespraak met een verwijzing naar de „mistroostige coupplegers” van Hamas.

De regering van de Israëlische premier Netanyahu, die slechts na zware Amerikaanse druk voorwaardelijk met een twee-statenoplossing heeft ingestemd, speelt graag op de Palestijnse verdeeldheid in. Minister van Buitenlandse Zaken Lieberman zei gisteren nog tegen een Amerikaanse Congresdelegatie dat de huidige situatie „met Hamastan in Gaza en Fatahland in Judea en Samaria [Westelijke Jordaanoever] elke kans begraaft om in de komende paar jaar een alomvattende regeling met de Palestijnen te bereiken”.