Ex-Talibaanstrijder wil einde aan oorlog

In het Afghanistandebat gaan steeds meer stemmen op voor verzoening met de Talibaan. Maar die voelen zich nu te sterk voor een vergelijk.

Na een aanval van de Talibaan op een overheidsgebouw in de provincie Logar, gisteren, draagt een man een gewonde jongen weg. Foto Reuters An Afghan man carries a wounded boy after a Taliban attack on government buildings in Logar, south of Kabul August 10, 2009. Taliban gunmen and suicide bombers killed five police in an attack on Afghan government buildings south of the capital on Monday, officials and residents said, the latest in a series of brazen assaults in a growing insurgency. REUTERS/Ahmad Masood (AFGHANISTAN CONFLICT) REUTERS

Maulawi Ustad Farooq gaat nooit de deur uit zonder zijn drie lijfwachten. Hij blijft toch altijd een commandant. „Ik ben een strijder”, zegt hij trots in een restaurant in Kabul, dat zich door de met gordijnen afgeschermde achterkamers goed leent voor vertrouwelijke gesprekken.

Een gedeserteerde strijder, dat wel. De maulawi (geestelijk leider) voerde naar eigen zeggen het gezag over honderden Talibaanstrijders in de heuvels rond de Afghaanse hoofdstad, tot het regime van Mullah Omar in 2001 ten val werd gebracht. Na vier jaar in Pakistan „de tijd gedood te hebben”, meldde hij zich bij de Commissie voor Verzoening en Vrede, een overheidsinstelling voor deserterende Talibaanstrijders. Daarmee kwam officieel een einde aan zijn tijd bij de Talibaan.

„Ik had me bij de Talibaan aangesloten, omdat zij een eind wilden maken aan de burgeroorlog”, zegt Farooq, terwijl zijn mannen grote schapenbotten afkluiven en melkpudding met pistachenoten eten. „We brachten stabiliteit, we zorgden ervoor dat er niet meer gestolen werd en we openden koranscholen. We wilden gewoon niet meer dat Afghanen tegen Afghanen vochten.”

Hij had gehoopt dat de internationale gemeenschap na 2001 zou proberen de Talibaan en de nieuwe president Karzai met elkaar te verzoenen. „Anders zouden beide kanten verliezen lijden en zouden we het land kapotmaken. Helaas bleef dat initiatief uit.”

Nu bijna acht jaar later de Talibaan grote delen van het land weer in handen hebben, is de oproep tot verzoening er alsnog. De Amerikaanse president Obama pleit ervoor, de Britse premier Brown en de speciale afgezant van de Verenigde Naties, Kai Eide. „De troepenleverende landen voelen aan dat ze met de huidige dodentallen de strijd niet veel langer kunnen voortzetten. Dat zet hen onder druk”, zegt Ahmad Nader Nadery van de Onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie.

Sinds 2006 zijn de Talibaan elk jaar sterker geworden en is de internationale troepenmacht elk jaar uitgebreid. Inmiddels hebben de Talibaan tactieken ontwikkeld waartegen militairen zich onvoldoende kunnen wapenen. Hun bermbommen worden krachtiger en geavanceerder. Ze zaaien angst met complexe aanvallen op legerbases en overheidsgebouwen, waarbij ze beschietingen en zelfmoordacties combineren. Gisteren kwamen vijf Afghaanse agenten om bij een dergelijke aanval op het gouverneurskantoor in de provincie Logar, die grenst aan Kabul.

De Talibaan voelen zich momenteel veel te sterk om onderhandelingen te overwegen, zegt Nadery. „Als Amerikaanse generaals zeggen: we zijn de oorlog niet aan het winnen, dan lezen Afghanen dat als: ze zeggen dat ze verliezen. De boodschap die de Talibaan dan krijgen is: we hebben ze op de knieën gedwongen.”

Toch is verzoening op dit moment een van de belangrijkste thema’s in het Afghanistandebat.

[Vervolg Talibaan: pagina 5]

‘Waarom zou ik geweld afzweren?’

[Vervolg Talibaan van pagina 1]

Ook de kandidaten voor de presidentsverkiezingen op 20 augustus spreken in hun campagnes over verzoening. Aangenomen wordt dat de volgende president zal proberen een vredesproces in gang te zetten.

De meningen lopen uiteen over de invulling van dat proces. Richard Holbrooke, Amerikaans gezant voor Afghanistan en Pakistan, denkt dat ruim 70 procent van de strijders losgemaakt kan worden van de radicale ideeën van Mullah Omar en Al-Qaeda. Ook de Britse minister van Buitenlandse Zaken Miliband spreekt over onderhandelingen met „gematigde elementen”. Maar VN-man Eide zei onlangs: „Als je een relevant vredesproces wilt zal je met de relevante personen moeten praten.” Ook Karzai wil gesprekken met het leiderschap, op voorwaarde dat de Talibaan hun wapens neerleggen. Als hij de verkiezingen wint, zei hij gisteren, zal hij hen uitnodigen voor een loya jirga, een grote vergadering van stamleiders.

Over een ding is iedereen het eens: de Afghaanse president moet het voortouw nemen in een verzoeningsproces. „Maar het ontbreekt Karzai aan een visie”, zegt Nadery van de mensenrechtencommissie. „En hoe kun je zonder een degelijk mechanisme een gewapende man overtuigen?”

De initiatieven die Karzai in zijn zeven jaar als president heeft genomen hebben inderdaad weinig opgeleverd. Uitnodigingen aan het Talibaan-leiderschap hebben voor zover bekend nooit tot serieuze gesprekken geleid. De ruim 6.000 strijders die de Verzoeningscommissie zegt te hebben gelegaliseerd komen vooral uit de lage rangen. Farooq is een uitzondering. De commissie beschikte over te weinig geld om overlopers een nieuw leven te laten beginnen en bescherming te bieden.

„Ze beloofden me van alles, maar ik kreeg niets”, zegt maulawi Farooq in het restaurant. Behalve dan een pas waarop staat dat hij voortaan volgens de wet zal handelen en zal bijdragen aan de voorspoed van het land. Hij haalt het verkreukelde ding uit zijn borstzak. Zijn zwarte baard is op de foto iets langer dan tegenwoordig. „Ze zouden tachtig familieleden van me laten overkomen uit Pakistan en ik zou geld krijgen voor een nieuwe koranschool. Het bleken allemaal leugens.”

Vorig jaar zijn er in Mekka verkennende gesprekken geweest tussen de regering en voormalige Talibaanleiders, op uitnodiging van de Saoedische koning Abdullah. Een van de aanwezigen was de als gematigd bekendstaande Wakil Ahmed Muttawakil, minister van Buitenlandse Zaken tijdens het Talibaan-regime. „Abdullah zat aan het hoofd van de dinertafel, maar bemoeide zich niet met de gesprekken”, zegt hij in zijn huis in Kabul. „Zijn mensen kwamen ons vragen hoe een dialoog tot stand moest komen.” ‘Echte’ Talibaanleiders waren volgens hem niet uitgenodigd.

Hij omschrijft de verklaringen over verzoening als „een toneelstuk dat via de media gespeeld wordt”. Beide partijen stellen te hoge eisen, zegt hij. „Als Karzai de Talibaan vraagt hun wapens neer te leggen, vraagt hij ze in feite te capituleren. Evenmin kunnen de Talibaan als openingseis stellen dat alle buitenlandse strijdkrachten het land verlaten. Dit toont aan dat ze het nog niet echt willen.”

Na de verkiezingen moeten eerst de nieuwe regering en de internationale gemeenschap het met elkaar eens worden, vindt Muttawakil. Daarna moeten de partijen kleine concessies doen om in gesprek te komen. „De regering zou kunnen vragen om te stoppen met het afbranden van scholen. De Talibaan kunnen dan eisen dat de buitenlanders meer doen om burgerslachtoffers te voorkomen.”

Daarna kunnen serieuze onderwerpen behandeld worden, zegt de oud-minister, zoals een nieuwe grondwet. De Talibaan en de beweging van krijgsheer Hekmatyar waren niet betrokken bij het schrijven van het huidige stelsel, volgens Muttawakil een fout die gecorrigeerd moet worden. Karzai heeft altijd geëist dat voormalige Talibaan zich achter de grondwet scharen. „Beide partijen moeten compromissen sluiten om te bepalen hoeveel democratie er in Afghanistan komt, hoeveel islamitisch recht en hoeveel internationaal recht”, vindt Muttawakil.

Volgens onderzoeker Nadery is het juist „een van de grootste zorgen van de Afghanen” dat verzoening „ten koste gaat van wat er de afgelopen zeven jaar is bereikt” op het gebied van mensenrechten. Hoe gematigd zijn de als gematigd bekende voormalige Talibaan eigenlijk? Muttawakil: „In mijn ideeën ben ik nog steeds een van hen. Dat kun je niet uit me wissen.” En Farooq: „Ik heb niets verkeerd gedaan. Ik heb nergens spijt van. Ik laat me leiden door de koran. Of de commissie mij heeft gevraagd om geweld af te zweren? Nee. Waarom zou ik geweld afzweren in mijn eigen land?”