De Europese grens ligt nu in de zee bij Afrika

Na Spanje stuurt ook Italië bootvluchtelingen terug naar Afrikaanse landen.

Daarmee worden mensenrechten geschonden, zeggen deskundigen.

Ook het gevoel dat er iets ontbreekt in het nieuws deze zomer?

Neem bijvoorbeeld de zomer van 2006. Iedere dag waren er nieuwe beelden van uitgeputte Afrikanen in smalle houten bootjes die aanspoelden tussen de badgasten op Tenerife, Gran Canaria en Fuerteventura. Sommigen vonden daarbij de dood. Vorig jaar kwamen ze vooral aan in Italië en was het eiland Lampedusa in de Middellandse Zee recordhouder.

De beelden van die bootjes waren kenmerkend voor de zomer. Zijn de temperaturen hoog en de zeeën kalm, dan komen de migranten. Maar dit jaar zijn die beelden er niet. De illegale migratie over zee is voor het eerst scherp gedaald. Doordat een omstreden opvatting over wat ‘grenzen’ zijn, steeds meer in de praktijk wordt gebracht.

Kort gezegd komt het erop neer dat Europa zijn grensbewaking vooruitschuift richting Afrika. Richting de landen waar de migranten van wal steken. De achterliggende gedachte is even simpel als doeltreffend: wie niet kan vertrekken uit Afrika, kan ook niet arriveren in Europa. Het hele vraagstuk van toelatingsprocedures, afwijzingen, uitzettingen en illegaliteit wordt zo vermeden. Een soort preventieve grenscontrole.

Deze ‘externalisering’ van de Europese buitengrenzen wordt vooral beoefend door Spanje en Italië, landen in de frontlinie van immigratie. Maar ook door de Europese Commissie in Brussel. Die ondersteunt de Zuid-Europese landen door via het EU-grensagentschap Frontex logistiek advies en praktische middelen (kustwachtschepen, helikopters) beschikbaar te stellen. En de Europese Commissie, dat zijn uiteindelijk alle 27 lidstaten, waaronder Nederland.

De aanpak is effectief, maar omstreden. „De verschuiving van ‘Fort Europa’ naar Afrika leidt tot de schending van fundamentele rechten van migranten”, zegt Maarten den Heijer, asielrechtdeskundige van de Universiteit Leiden. Hij verwoordt de kritiek en de zorg die meer juristen en mensenrechtenactivisten hebben. „Europa schuift zijn eigen verantwoordelijkheden af op onderontwikkelde landen met beroerde mensenrechtensituaties.”

Spanje sloot, in reactie op het recordaantal bootmigranten in 2006, akkoorden met de West-Afrikaanse landen waar verreweg de meeste migranten van wal staken: Senegal en Mauretanië. In ruil voor financiële steun en enkele duizenden tijdelijke arbeidsmarktcontracten bedong Madrid dat het voortaan mag patrouilleren in de territoriale wateren van deze landen. Onderschepte migranten worden sindsdien, buiten het zicht van de Europese media, meteen terug aan land gezet. Ook andere West-Afrikaanse landen krijgen extra geld om hun grensbewaking op te schroeven. Duizenden migranten zijn in de afgelopen drie jaar tegengehouden bij West-Afrika; de route naar de Canarische Eilanden droogt langzaam op.

Dit jaar volgde Italië het Spaanse voorbeeld. Rome stuurt sinds mei migranten die het op de Middellandse Zee onderschept rechtstreeks terug. Libië, waar negen van de tien migranten met bestemming Italië de zee op gaan, is voor het eerst bereid om de illegalen automatisch terug te nemen. Rome verwierf dit ‘privilege’ als onderdeel van een akkoord van 5 miljard dollar aan herstelbetalingen aan Tripoli, ter compensatie van de koloniale overheersing tussen 1911 en 1941. Italië deed Libië meteen ook een handvol patrouilleboten cadeau.

Het zijn vooral de rechten van asielzoekers die in het gedrang komen. Tussen de economische migranten op de bootjes, de zogeheten ‘gelukszoekers’, zitten vaak mensen die op de vlucht zijn voor geweld in hun land, zoals Somaliërs, Eritreeërs en Afghanen. Zij hebben, bij aankomst op Europees grondgebied, het recht om asiel aan te vragen en om een antwoord af te wachten en tegen eventuele afwijzing in beroep te gaan.

Spanje en Italië redeneren dat deze rechten niet van toepassing zijn, omdat de migranten Europa helemaal niet bereiken. De landen gaan inventief te werk om het contact tussen de migranten en hun eigen rechtsordes te vermijden: zo patrouilleert Spanje wel met zijn eigen boten in de Afrikaanse wateren, maar om te voorkomen dat het zich daarmee verplichtingen op de hals haalt, laat het de daadwerkelijke aanhouding van migranten over aan meevarende Afrikaanse agenten.

Asielrechtdeskundige Den Heijer waarschuwt dat de juridische haarkloverij niet mag verbloemen waar het uiteindelijk om gaat: dat Europa verantwoordelijk is. „Iedereen snapt dat die aanhouding van een Afrikaanse migrant door een Afrikaanse agent in Afrikaanse wateren niet kan plaatsvinden zonder de Spaanse patrouilleboot”, zegt hij. „Het is zonneklaar dat wij vluchtelingen verhinderen asiel aan te vragen.”

De betrokken Europese autoriteiten stellen dat hun aanpak de levens van Afrikanen spaart. Wie niet aan de levensgevaarlijke zeeroute kan beginnen, kan ook niet verdrinken of doodgaan van de dorst, is de redenering. „Wij redden levens”, heeft de directeur van Frontex, de Fin Ilkka Laitinen, gezegd.

Sommige migratiedeskundigen brengen daar weer tegenin dat illegalen in reactie op de strengere controles steeds langere routes nemen. Dat zou de kans op overlijden juist vergroten.

Hoe het ook zij, zegt Den Heijer, vluchtelingen die worden teruggestuurd dreigen gearresteerd te worden in landen waar de mensenrechtensituatie bedenkelijk is. „En daar is Europa medeverantwoordelijk voor.”

Amnesty International publiceerde vorig jaar een kritisch rapport over de behandeling van migranten die door Spanje terug aan land waren gezet in Mauretanië. Duizenden migranten zijn het slachtoffer geworden van „willekeurige arrestaties en collectieve uitzettingen”, aldus Amnesty, dat sprak van de schending van „fundamentele rechten van migranten”. Amnesty noemt dit beleid „het perverse gevolg” van „intense druk uitgeoefend door de EU en Spanje in het bijzonder”.

VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR heeft scherpe kritiek geleverd op Italië vanwege het terugsturen naar Libië van een boot met 82 migranten, vrijwel allen afkomstig uit het dictatoriale Eritrea. UNHCR stelde vorige maand vast dat „een beduidend aantal” van hen „behoefte heeft aan internationale bescherming”. Maar Libië kent helemaal geen asielprocedure. Tripoli tekende zelfs nooit het VN-vluchtelingenverdrag uit 1951. De 82 migranten werden opgesloten. Thomas Spijkerboer, hoogleraar migratierecht aan de VU in Amsterdam: „Asielzoekers terugsturen naar Libië is gewoon fout, zo moeilijk is dat niet.”

Onderzoeker Thomas Gammeltoft-Hansen toont begrip voor de opstelling van Spanje en Italië. Gammeltoft-Hansen, die in mei in Denemarken promoveerde op wat hij noemt de outsourcing van het Europese asiel- en migratiebeleid naar Afrika, stelt voorop dat hij het nieuwe beleid niet goedkeurt. Maar, zo benadrukt hij, de Zuid-Europese landen ontvangen onvoldoende steun van noordelijke landen bij het opvangen van de migratiedruk. Dan moeten wij, in Denemarken of Nederland, niet raar opkijken dat zij bilaterale afspraken maken met Afrikaanse landen.

Volgens Gammeltoft-Hansen wordt de last binnen de EU slecht verdeeld. „Noordelijke landen nemen nauwelijks asielzoekers over van zuidelijke landen, terwijl ze wel asielzoekers terugsturen naar zuidelijke lidstaten.”

Hij doelt op het zogeheten Dublin-akkoord, dat bepaalt dat een asielzoeker alleen asiel mag aanvragen in het land waar hij de EU binnenkomt. Zo moet ‘asielshoppen’ worden voorkomen. Nederland bijvoorbeeld stuurt asielzoekers terug naar Griekenland als blijkt dat iemand daar Europa binnenkwam. Door hun geografische ligging is daardoor de druk op landen als Spanje, Italië, Malta en Griekenland groot.

De zuidelijke landen eisen meer steun van noordelijke landen. Die gaan niet verder dan mondjesmaat Frontex steunen. Gammeltoft-Hansen: „Zodat ze kunnen zeggen: we helpen Zuid-Europa wel degelijk. Tegelijkertijd bekritiseren ze de ‘externalisering’ niet, daarmee is zowel noord als zuid tevreden. Het lost het migratieprobleem namelijk deels op, door het te verschuiven.”