China bewijst zichzelf geen dienst met beschuldigingen

Een foutief bedrag – 102 miljard dollar – heeft Rio Tinto gisteren 3,3 miljard dollar aan beurswaarde gekost. Het bedrag, dat naar verluidt zou weergeven wat het Brits-Australische mijnbouwconcern China de afgelopen jaren te veel heeft laten betalen voor zijn ijzererts, kwam naar buiten op een weinig bekende website, die is verbonden aan het Chinese Bureau voor de Staatsveiligheid. De site, Baomi.org, verdween gisteren uit de lucht, om weer op te duiken, maar nu zonder het stuk over Rio. Deze geschiedenis lijkt misschien niets om het lijf te hebben, maar zou China niettemin grote schade kunnen berokkenen.

Rio’s winst uit de verkoop van ijzererts aan China is een gevoelig onderwerp. Vier werknemers van het concern zijn vorige maand in hechtenis genomen op verdenking van het stelen van staatsgeheimen. De ondeugdelijke analyse van Baomi zet de kwestie op scherp. De boeken van Rio laten zien dat het China tussen 2003 en 2009 voor 27 miljard dollar aan grondstoffen heeft verkocht. Tel daarbij de inkomsten van concurrent BHP Billiton op, en het totaal is 61 miljard dollar. Het bedrag van 102 miljard dollar lijkt eerder de waarde te zijn van alle ijzerertsimporten van China in de afgelopen zes jaar – niet bepaald hetzelfde als ‘buitensporige’ winsten van mijnbouwbedrijven.

Rammelende cijfers zijn niets nieuws in Chinese officiële statistieken. Maar de onzuiverheden in de cijfers over het bbp en de werkloosheid kunnen nog worden toegeschreven aan de problemen van het toezicht houden op een land van 1,3 miljard inwoners. Het is waarschijnlijk dat het in het geval van Baomi ging om een onnauwkeurig artikel van een individu, dat geen weerspiegeling is van de visie van de staat. Maar meningen in publicaties die relaties onderhouden met het staatsapparaat in Peking kunnen makkelijk worden aangezien voor het ‘officiële’ standpunt van China. De auteur van het artikel was een werknemer van het Bureau voor de Staatsveiligheid, en veel waarnemers zijn er ten onrechte vanuit gegaan dat hij op de hoogte was van de stand van zaken in het onderzoek naar Rio. Het is hoog tijd dat China meer duidelijkheid verschaft over de vraag waar ‘de staat’ begint en eindigt.

Een sluimerend vermoeden dat het Baomi-artikel meer was dan het werk van een onbetekenend auteur kan de politieke behoedzaamheid jegens China nieuw leven inblazen. De Amerikaanse autoriteiten overwegen een importtarief van 55 procent op Chinese autobanden in te stellen, na klachten over dumping. Gisteren was het Chinese Yanzhou Coal naar verluidt in gesprekken verwikkeld over de overname van Felix Resources voor zo’n 3 miljard dollar. De Chinese vooruitzichten op een gunstige uitkomst in deze twee zaken zullen niet zijn verbeterd door de schijn dat er op basis van ondeugdelijke cijfers een zaak tegen Rio wordt bekokstoofd.

John Foley