Capitulatie Japan

Aan de analyse van de Japanse beraadslagingen na de nucleaire bombardementen op Hiroshima en Nagasaki (nrc.next, 7 augustus) valt nog een relevante factor toe te voegen. In 1945 was de Japanse oorlogseconomie grotendeels tot stilstand gebracht. Dat was gebeurd door het luchtoffensief (de brandbombardementen op bijna alle belangrijke steden) plus een uitermate succesvolle onderzeebootcampagne tegen de aanvoerlijnen, van levensbelang voor de Japanse industrie. Dit betekende dat de Japanse strijdkrachten niet in staat waren om de oorlog voort te zetten. Het is ondenkbaar dat de Amerikaanse politieke leiding dit niet wist. Ook om die reden valt de `oorlogbeëindigende waarde` van de atoombom te betwisten. Revisionistische historici hebben andere, mijn inziens aannemelijke, verklaringen naar voren gebracht. De waarschuwing naar de Sovjet-Unie, met het oog op de naoorlogse politieke verhoudingen, is één. Een ander is de immense bureaucratische druk om het product van een gigantische industriële inspanning uit te proberen op een echt doel. Daarom werden Hirsohima en Nagasaki ook niet conventioneel gebombardeerd: ze moesten als ongeschonden doelwit functioneren voor het nieuwe wapen.