Bethlehemcongres

Een democratische partij pleegt één keer per jaar te congresseren. Een communistische partij komt om de vijf jaar bijeen. De nationalistische partij Fatah heeft er twintig jaar overheen laten gaan. Afgelopen week hield deze beweging, die de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) domineert en de Westelijke Jordaanoever bestuurt, in Bethlehem voor het eerst sinds 1989 een congres. Rijkelijk laat, gelet op het feit dat Arafat in 2004 stierf en Fatah in 2007 door de islamitische Hamas uit Gaza werd verdreven.

Van een ordentelijke verslaglegging was al die jaren geen sprake geweest. Ook niet op dit congres dat, als was het een communistische partijvergadering, deels achter gesloten deuren plaatsvond. De leden moesten het doen met een rede van partijleider Abbas die alleen algemene „fouten” toegaf.

Vervreemding tussen de partijgenoten was het gevolg. Ze verschilden niet eens zozeer van mening over de tactiek. De gedelegeerden schaarden zich achter een programma dat „gewapende strijd” tegen Israël niet categorisch uitsluit, mits dit „verzet” binnen de grenzen van het „internationale recht” blijft. Maar hun hoop blijft gevestigd op het succes van onderhandelingen en burgerlijke ongehoorzaamheid.

De afgevaardigden hebben bovenal om de politieke macht binnen Fatah getwist. Circa 400 leden uit Gaza ontbraken. Hamas had de overtocht verboden. De 2.000 wel aanwezige afgevaardigden waren voor driekwart niet gekozen maar aangewezen. De jonge garde, zelf al rond de vijftig, eiste een grotere rol in Centraal Comité en Revolutionaire Raad, wat ten koste zou gaan van de ouderen die hun posities nog aan Arafat te danken hebben. En de activisten uit Gaza claimden stemrecht. Als Abbas donderdag niet had beloofd het congres te verlengen, had een schisma gedreigd.

De oppositie won de interne strijd. De in Gaza opgesloten gedelegeerden mochten telefonisch stemmen. Ex-premier Queria (72) werd weggestemd. Verkozen zijn de radicalere Barghouti (50), die in Israël levenslang uitzit, en veiligheidschefs Dahlan (47) uit Gaza en Rajoub (56) van de Westelijke Jordaanoever. „Een coup tegen de leiding”, juichte Rajoub.

Dat klopt, maar is geen antwoord op de existentiële vraag of de partij, die door veel gewone Palestijnen als een corrupte club wordt gezien, nog toekomst heeft. Dat perspectief ligt niet alleen in handen van Fatah maar bij externe actoren. De partij bestaat ook bij de gratie van de VS, die een gesprekspartner nodig hebben om Israël onder druk te houden. Maar dan moet Barghouti c.s. wel behoedzaam willen opereren.

Niet minder belangrijk is de economie. Onder leiding van premier Fayyad zit de Westelijke Jordaanoever met een groei van 7 procent wat in de lift. In een bezet en op buitenlandse hulp terend gebied zegt dat niet veel. Maar in crisistijd kan zo’n cijfer net het verschil zijn tussen de uitzichtloosheid die Hamas exploiteert en een sprankje hoop op vernieuwing.

Het congres van Fatah zelf biedt die amper. Partijen die hun meningsverschillen vertalen in eindeloze proceduredebatten zijn meestal in hun terminale fase beland.