Wie koorts heeft is een zwakkeling

Ziekte wordt op het werk geassocieerd met ‘de kantjes ervan af lopen’.

De Mexicaanse griep kan voorgoed een einde maken aan die ongezonde attitude.

Werknemers die besmet zijn met het H1N1-virus moeten thuis blijven om contact met hun collega’s te vermijden, adviseerde staatssecretaris Jet Bussemaker van Volksgezondheid onlangs. Werkgevers dienen ziek personeel dan ook op te roepen om vooral niet op het werk te verschijnen. Deze mededeling van de minister is een prachtige illustratie van de krampachtige houding die onze arbeidsmarkt er op na houdt ten aanzien van het verschijnsel ‘ziekte’. Want is het niet wat merkwaardig dat een staatssecretaris werkgevers blijkbaar moet oproepen tot een houding die de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn: namelijk dat zieke werknemers thuis horen te blijven?

Was het maar waar. De allesoverheersende angst bij werkgevers voor nepzieken lijkt te zijn doorgeslagen in een offensief om ziekmeldingen koste wat kost te voorkomen – onverschillig of iemand nu echt ziek is of niet. Nooit zal ik vergeten hoe mijn allereerste chef het „niet zo handig” noemde toen onze nieuwe collega in zijn derde week geveld werd door zware griep en thuis bleef. „Iemand die zich ziek meldt, zullen ze minder snel een contract aanbieden.” Maar dat is toch belachelijk, riep ik verbijsterd uit. Wat kon hij er nou aan doen dat-ie ziek werd? Zo gaat dat nou eenmaal, sprak de chef nuchter. „Een werkgever is al snel bang dat zo iemand een zwakke gezondheid heeft en een risico vormt voor het bedrijf.” Gelukkig kwam het met het contract van mijn collega helemaal goed. Maar toen de hoofdredacteur enige tijd later een mailtje rondstuurde waarin hij het voltallige personeel – ook het niet-zwangere, niet-bejaarde en niet-chronisch zieke gedeelte opriep om de griepprik te halen („en anders geen ziekmelding als je griep krijgt”), begreep ik wat mijn chef bedoelde.

Rond ziekte is zowel bij werkgevers als werknemers een sfeer ontstaan van ‘de kantjes eraf lopen’, ‘zwakte’ en ‘geen hart voor de zaak hebben’. Dit uit zich onder meer in werkgevers die bloemen uitdelen aan die medewerkers die het geluk hebben gehad een heel jaar niet ziek te zijn geworden; bedrijven die bonussen toekennen aan een ieder die geen dag heeft verzuimd; collega’s die tijdens hun zware griep dagelijks worden gebeld met de vraag wanneer ze weer komen werken; en trotse uitroepen als ‘Ik heb me al vijf jaar niet ziek gemeld’. Alsof gezondheid een prestatie is.

Veel werknemers lijden inmiddels aan een chronische angst om zich ziek te melden, bang om gezien te worden als iemand die ‘de kantjes eraf loopt’. Gewapend met een familieverpakking paracetamol en een gezinspak zakdoekjes zitten ze achter het bureau de schijn op te houden. Want het zijn deze werknemers die als doorzetters, goede collega’s en plichtsgetrouw worden beschouwd. Dat zij vervolgens het halve kantoor aansteken, doet niet ter zake. En als we ons dan een keer ziek melden, voelen we ons schuldig – bang als we zijn voor wat de baas en de collega’s wel niet zullen denken.

Zelf doe ik er overigens net zo hard aan mee. Vlak voor vertrek naar een verplichte driedaagse heisessie, meldde een collega dat ze ziek was en niet mee ging. Het regende ongelovige reacties op kantoor, dus ik liet het wel uit mijn hoofd om iets te zeggen over de koorts en de buikkrampen die mij teisterden. Eenmaal op de hei bleken de klachten de voorbode van een hevige buikgriep, waardoor ik twee dagen aan mijn hotelkamer was gekluisterd en van de heisessie werkelijk niets mee kreeg. Maar goed, ik wás er wel. En waarom? Omdat ik net zo goed bang was om niet geloofd te worden, bang om als ‘zwak’ gezien te worden, bang dat een ziekmelding invloed kon hebben op het al dan niet krijgen van een vast contract. En zo modderen we door, ziek of niet, zolang maar niemand denkt dat we geen hart voor de zaak hebben.

Maar nu is dan eindelijk de redding nabij! Nu ligt de Mexicaanse griep op de loer, die weleens heel wat werknemers zou kunnen treffen, en daarmee een flink gat in de productie zou kunnen slaan. Nu drukken werkgevers ineens iedereen die last heeft van koorts, verkoudheid, droge hoest en spierpijn, op het hart om toch alsjeblieft thuis te blijven. Want het gevaar van productieverlies, maakt het tot een heel ander verhaal.

Ik voorzie dan ook op korte termijn bonussen voor iedereen die zo verstandig is geweest zich ziek te melden als hij grieperig was. Bloemen voor de zieken, in plaats van de gezonde geluksvogels. En waarschuwingen van chefs tegen nieuwelingen die koste wat kost door willen werken: „Jongen, blijf nou thuis, straks steek je de hele boel aan met de Mexicaanse griep en dan kun je dat contract wel vergeten.”

En dan maar hopen dat deze houding bij werkgevers blijft bestaan als de epidemie allang weer op haar retour is. Zodat we na afloop kunnen concluderen dat de Mexicaanse griep ook iets goeds heeft gebracht: namelijk dat deze pandemie de ongezonde attitude tegenover ziekte voor eens en voor altijd de nek heeft omgedraaid.

Suzanne van den Eynden is freelance journalist