Vijf à zes instanties voor één gezin met problemen

Criminaliteit met een kwart omlaag brengen, dat wil het kabinet. Veiligheidshuizen moeten daarbij helpen.

Instellingen praten er over een gezamenlijk aanpak. Maar werkt het in de praktijk?

Het is een soort kringgesprek, maar zakelijk en in een hoog tempo. Dit was niet de eerste keer dat deze man zijn moeder bont en blauw heeft geslagen, vertelt de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM). Een paar jaar terug moest haar milt worden verwijderd, zo ernstig was ze door hem toegetakeld. Hij heeft in een psychiatrisch ziekenhuis gezeten, omdat hij aan schizofrenie lijdt en af en toe in een psychose raakt, voegt een medewerker van GGZ daaraan toe. Wat te doen met deze geweldpleger? Een huisverbod is in dit geval de beste oplossing, besluit het OM. Het Steunpunt Huiselijk Geweld meldt dat een interventieteam naar de moeder toegaat; er moet iemand zijn om haar op te vangen.

Welkom in het Veiligheidshuis in Tilburg. Dit is de plek waar allerlei professionals op het gebied van veiligheid en zorg bij elkaar zitten. Iedere doordeweekse ochtend is er een vast overleg, waar gevallen van huiselijk geweld worden besproken. Een vader die heeft gedreigd het huis waar zijn ex en kinderen wonen in brand te steken. Een voormalig militair die zijn vrouw, met wie hij in scheiding ligt, heeft geprobeerd te wurgen. Ernstige gevallen.

Huiselijk geweld is niet het enige dat wordt besproken: in andere overleggen komen minderjarige overlastgevers en volwassen veelplegers aan bod. Bij zo`n overleg zitten alle betrokken partijen aan tafel, zoals gemeente, politie, OM, Bureau Jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming, reclassering, slachtofferhulp en GGZ. Binnen een mum van tijd wordt alle benodigde informatie verzameld en een persoonsgericht plan van aanpak gemaakt. Een huisverbod instellen? Of is het voldoende als Bureau Jeugdzorg het gezin wat scherper in de gaten houdt?

Het Veiligheidshuis in Tilburg werd in 2002 geopend, als eerste van Nederland. Een groot succes, volgens het kabinet, dat de veiligheidshuizen opnam in het regeerakkoord en bepaalde dat er aan het einde van dit jaar een landelijk dekkend netwerk moet zijn. Op dit moment zijn er 34 veiligheidshuizen, in december zijn dat er 43. Hiermee heeft het kabinet zijn doel behaald. Maar de vraag is of de veiligheidshuizen in de praktijk ook echt werken. Wat is precies hun meerwaarde?

De hoofden van veiligheidshuizen, ketenmanagers genoemd, kunnen er urenlang over vertellen. Grote winst is bijvoorbeeld dat vertegenwoordigers van de meeste instanties fysiek bij elkaar in het veiligheidshuis zitten, zeggen zij, waardoor er meer contact en vertrouwen is. Dat leidt tot een snellere en betere aanpak. Een bijkomend voordeel van die samenwerking is dat het nauwelijks nog voorkomt dat meerdere instellingen los van elkaar bezig zijn voor hetzelfde gezin of dezelfde jongere, zonder dit van elkaar te weten. Een betere afstemming dus.

Maar een veiligheidshuis is geen praathuis, benadrukken de ketenmanagers. De kracht zit juist in het `gewoon doen` als het om het aanpakken van problemen gaat. En dat ging niet van de ene op de andere dag, zegt John Wauben, ketenmanager van het Veiligheidshuis in Tilburg. In Nederland heb je voor elk probleem een organisatie, legt hij uit. Elke organisatie heeft haar eigen doelen, visie, structuur en productieafspraken. In het veiligheidshuis komen al die verschillende instellingen bij elkaar. ”Wat je dan krijgt, is dat elke organisatie het probleem doorschuift. Dat hebben wij doorbroken. Wij willen juist dat het probleem centraal staat. Samen een oplossing zoeken, zonder te krampachtig aan de regels van een organisatie vast te houden.” De casusoverleggen spelen hierbij een enorme rol, aldus Wauben. ”Als een jongen een zelfmoordpoging doet, is het goed als je snel weet dat er ook sprake is van huiselijk geweld. Dan kun je dwarsverbanden leggen.”

Een veiligheidshuis is afhankelijk van de participatie van álle betrokken organisaties. Als één schakel wegvalt, valt de hele ketting uit elkaar. Voor sommige organisaties zijn de financiën een belemmering om zich fysiek in een veiligheidshuis te vestigen. Wauben: ”De afgevaardigden die hier zitten worden soms gezien als een extra investering. Terwijl ze in feite niet meer doen dan hun gewone werk. Normaal bellen ze naar collega`s van andere organisaties, nu zitten ze met hen onder één dak. Het vereist een andere manier van denken.”

Een landelijk probleem voor de veiligheidshuizen is dat veel organisaties, zoals zorginstellingen en de reclassering, productgefinancierd zijn. Zij krijgen betaald voor het schrijven van rapportages, of voor het stellen van een diagnose. Dat botst weleens met het idee achter de veiligheidshuizen, zeggen ketenmanagers. Samenwerking kan betekenen dat een organisatie geen rapport hoeft op te stellen, maar alleen meepraat over wat er met een bepaalde persoon moet gebeuren. Zo lopen organisaties geld mis en soms verliezen zij hierdoor werknemers - minder producten is minder mensen. De ketenmanagers hebben hierover al aan de bel getrokken bij het ministerie van Justitie. Een woordvoerder van dat ministerie zegt dat er wordt gezocht naar een oplossing. Wauben: ”Als de minister zorgt dat organisaties een financieel beleidsvrije ruimte van 10 of 15 procent krijgen voor de ketensamenwerking is het probleem al voor een deel opgelost.”

Afgezien van enkele knelpunten zijn de ketenmanagers enthousiast. De samenwerking zorgt voor zichtbare verbeteringen, zeggen zij. Ook het ministerie van Justitie is positief. Onlangs ging nog een jubelend persbericht de deur uit: `Veiligheidshuizen bewijzen hun waarde.` Deze conclusie valt echter nog niet te onderbouwen met cijfers; de meeste veiligheidshuizen bestaan nog niet zo lang en er is nog geen grondige evaluatie gedaan. Dat gebeurt in 2010. De eerste resultaten uit Tilburg zijn in ieder geval bemoedigend, al is niet precies te zeggen of successen aan het veiligheidshuis te danken zijn. Tussen 2000 en 2008 daalde het aantal minderjarigen jaar dat opnieuw de fout ingaat, nadat bij het veiligheidshuis een plan van aanpak is gemaakt met 51 procent. Daarnaast daalt in Tilburg sinds 2006 het aantal jeugdverdachten (984 naar 778) en het aantal minderjarigen die hun eerste delict plegen (590 naar 432).

Wauben: ”Organisaties kunnen nu over elkaars schutting kijken en werken samen. Maar er komen nog altijd vijf à zes organisaties in zo`n gezin. Kan dat er niet één zijn? Of twee? Dan kunnen de andere instanties iets ander doen. Dat is de volgende stap die wij willen gaan zetten.”