Rock Primal Scream hard en monotoon

Rock Primal Scream. 8/8 Paradiso, Amsterdam. * *

Was hun laatst verschenen album veelzijdig en gebruiksvriendelijk, Beautiful Future van de Schotse rockgroep Primal Scream kwam voor veel fans als een teleurstelling. Was dit de band die tot de grootste muziekvernieuwers van de jaren negentig behoorde, toen ze met het album Screamadelica een geslaagde mix van rock en dance brachten? De Primal Scream van nu is terug bij af, met retrorock die doet denken aan de Rolling Stones en Roxy Music.

Dat zou allemaal zo erg niet zijn, als ze er live wat meer van konden maken dan hun botte vertoning in een matig gevuld Paradiso. Veel te hard, veel te monotoon en met overmatig gebruik van flitslicht draaiden ze een lesje af waar zanger Bobby Gillespie zo te zien nog maar nauwelijks in geloofde. Te veel verantwoordelijkheid kwam neer op de schouders van Andrew Innes, een matig gitarist die zijn versterkers op elf moest zetten om het verlies van de voor een langdurige sabbatical vertrokken gitaarheld Robert Young te compenseren. Youngs plaats werd weliswaar ingenomen door de getalenteerde Barrie Cadogan uit de groep Little Barrie, maar die kreeg te weinig te doen om zich uit het moeras van bonkende bastonen met gekmakend knipperlicht los te maken.

„Can’t go back”, zong Gillespie over de gloriejaren die voorbij gingen in een waas van drank en heroïne.

Een paar keer ontsteeg Primal Scream aan het niveau van een hard zwoegende Rolling Stones-coverband, in hun paranoïde drugsvisioen Shoot speed kill light en het nog altijd bevlogen dansnummer Loaded. Maar het lawaai sloeg dood en het publiek sjokte sufgeslagen naar buiten.