OM hekelt kritiek van advocaten

Advocaten gaan te ver met beledigende en denigrerende uitspraken over officieren van justitie. Dat schrijft voorzitter Harm Brouwer van het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie (OM) in een brief aan de Nederlandse Orde van Advocaten.

Aanleiding voor de brief is een artikel in het gratis dagblad De Pers twee maanden geleden, waarin enkele advocaten klaagden over officier van justitie Koos Plooy. Een van hen zei dat Plooy „zijn moeder nog [zou] verkopen voor zijn carrière”. Een ander noemde Plooys aanpak „bijna jihadistisch”. Volgens Jan-Hein Kuijpers, advocaat van Willem Holleeder, heeft Plooy in die zaak de rechtsstaat ondermijnd doordat hij stukken buiten het dossier hield. Victor Koppe is er „rotsvast van overtuigd dat hij meineed heeft gepleegd”. Vorig najaar deed Koppe ook aangifte tegen Plooy wegens meineed. Het OM besloot Plooy niet te vervolgen.

Brouwer schrijft in zijn brief dat „een aantal van de uitspraken [...] duidelijk over de schreef gaat en de integriteit van de heer Plooy als officier van justitie aantast”. Bovendien noemt Brouwer de uitspraken „beledigend” en „een aanzet tot karaktermoord”.

Over de werkwijze van het OM woedt al enige tijd een discussie. Zo werd in maart vorig jaar zakenman Guus Kouwenhoven vrijgesproken van oorlogsmisdaden en wapenhandel in Liberia. Het gerechtshof in Den Haag oordeelde dat het OM de waarheidsvinding negatief had beïnvloed.

Plooy kreeg bekendheid doordat hij betrokken was bij de zaken van Volkert van der G., Mohammed B., de Hofstadgroep en Holleeder. In 2003 dook hij enige tijd onder na het bericht dat criminelen een aanslag op hem zouden willen plegen. Vorige maand zou Plooy opnieuw zijn bedreigd. Bij een zitting in Haarlem werd hij omringd door beveiligers.

Algemeen deken Bekkers van de Orde van Advocaten zegt in een reactie dat hij vindt dat advocaten „ver moeten kunnen gaan” in het geven van hun mening, ook in de media. „Dat mag gerust op het scherp van de snede. Rechters en officieren van justitie moeten beschikken over incasseringsvermogen. Maar uitspraken kunnen ook te gechargeerd zijn. Ik wil het op het volgende jaarcongres van advocaten hebben over onze manieren.” Volgens Bekkers dragen advocaten, rechters en officieren van justitie een „gezamenlijke verantwoordelijkheid” voor de juiste omgangsvormen.