Maak eens een praatje met de lokale bevolking

Op vakantie gaan is niet meer per definitie slecht voor het milieu en de bevolking.

Leg je vakantie eens langs de meetlat van People, Planet en Profit.

De ideale toerist is degene die thuis blijft met een mooi boek, of met een stapel mooie dvd’s (al vragen die al weer meer energie). Maar ook dit jaar lijkt de reiskoorts weer onverminderd bezit te nemen van het noordelijke halfrond. Wie deze zomer door de stad loopt, of in vliegtuig of trein stapt, merkt weinig van de economische malaise: lange rijen van te korte broeken & blote jurken, de geur van bakolie vermengd met zonnebrandcrème, en asociaal grote rugzakken. De pavlovreactie van de toeristische sector op de recessie is het aanbieden van steeds goedkopere arrangementen die de consumenten moeten verleiden hun vakantiegedrag niet te wijzigen. De nauwelijks verhulde boodschap is: als het economisch slecht gaat, moet je je vooral niets ontzeggen, en mocht het straks wellicht nog slechter gaan, profiteer er dan nu van.

Er is niets tegen af en toe de zinnen te verzetten in een andere omgeving: al wandelend te leren over rotsen en vogels, al zwemmend het lijf te strekken, in vervoering te raken van een middeleeuws houten beeldje in het plaatselijke museum en op een dorpspleintje onder een parasol te genieten van een risotto. Er is in principe ook niets tegen de werkgelegenheid die toerisme biedt. Natuurlijk, de uitwassen van het massatoerisme zijn afschuwelijk: hotels in torenflats, sekstoerisme en uitbuiting, de vervuiling van oude stadscentra, het uitputten van waterbronnen voor onnodige zwembaden – het gebeurt allemaal, nog steeds.

Ter verdediging van de sector moet gezegd worden dat de sociale en ecologische effecten hier en daar iets serieuzer worden genomen. Er wordt meer mogelijk: slapen tussen lakens van eerlijk geproduceerde katoen, in bamboehuizen met open veranda’s, biologisch voedsel uit eigen streek, zelfs meewerken aan sociale projecten, compleet met klimaatcompensatie voor de afgelegde kilometers. Allemaal grotendeels verantwoord, maar de meeste ondernemingen die deze ecotoeristische arrangementen in natuurgebieden aanbieden, richten zich vooral op de kapitaalkrachtigen.

Is er nog vooruitgang op de weg naar een zero emissions holiday voor degenen die zonder veel pretenties gaan rondrijden langs de Italiaanse meren of kamperen aan de Donau? Bijna alle bedrijven leggen tegenwoordig verantwoording af langs de meetlat van People, Planet, Profit – dus waarom niet de gewone toerist? Anders gezegd, bewuste reizigers horen zich af te vragen wat zij bijdragen aan het sociale, ecologische en economische kapitaal van de plaats waar zij heengaan. Dat kan op allerlei manieren en er is weinig zwart of wit in deze context, wel veel grijs. Het in stand houden van corruptie, zwartgeldcircuits en illegale werkgelegenheid behoort uiteraard tot het eerste. Het verschil dat de individuele toerist kan maken buiten de selecte sector van het ecotoerisme is klein, maar bewust ergens verblijven is al een eerste stap.

People: Interesseer je voor wie je tegenkomt. Vraag aan de kamermeisjes (m/v) en de kelners (idem) waar ze vandaan komen, wat hun ambities zijn, of het toerisme hun nieuwe kansen geeft. Vraag de garagehouder of de buschauffeur waar zij of hij het meest trots op is. Heb geduld, ook al is het verhaal langer dan je verwacht. Leer minstens vijftien woorden in de plaatselijke taal of het dialect zodat je kunt groeten, afscheid nemen, bedanken en je favoriete drankje bestellen. Koop een boek bij de plaatselijke boekhandel, want boekhandels moeten altijd worden gesteund, des te meer naarmate ze kleiner zijn.

Planet: Vraag hoe het zwembad vandaag wordt gevuld. Ga zorgvuldig om met water, nog zorgvuldiger dan thuis. Kraan dicht tijdens het inzepen van hoofd en ledematen en het tandenpoetsen. Vermijd mineraalwater tenzij kraanwater onveilig is verklaard. Gooi zelf nooit en nergens afval weg, behalve in de daarvoor bestemde bakken, en dan altijd netjes verpakt, opdat vuilnismannen zich niet snijden en de wespen op gepaste afstand blijven. Wees zuinig met energie. Voortdurende airconditioning is zelden nodig, de laagste stand kan ook. Doe de gordijnen dicht tegen de zon. Open nooit de ramen als het overdag warm is. Klaag erover als het hotel te koud is. Let op de menukaart en eet geen bedreigde vissoorten. Zoek ook naar geschiedenis van het landschap. Koop een gedetailleerde kaart om te weten wat je ziet. Kijk niet alleen door je oogharen naar de gele vlakken van de zonnebloemen, maar zie de erosie langs de randen van de weg, de meanders van de rivier, de nestelplaatsen van steenuilen en de paden van de geiten. Weet dat veel mooie landschappen in feite cultuurlandschappen zijn, ontstaan dankzij de mens.

Profit: Bedenk hoe de plaatselijke economie in elkaar zit, waar men van leeft en wie het meest verdient aan het toerisme. Zijn er internationale hotelketens en winkels? Zijn er scholen en klinieken? Bezoek niet alleen de markt met zijn toeristische lavendelzakjes en handgemaakte zeep, maar vooral ook de plaatselijke supermarkt en kijk alsof je er nog nooit een hebt gezien: wat voor groenten en fruit zijn er te koop en waar komt het vandaan? Hoeveel variatie is er in producten waarvan je het niet verwacht, in typen peper, jam of kaas? Wees genereus in het geven van fooien, ook al was de bediening traag en de witte wijn niet koud genoeg. Zij werken hard en hebben het meer nodig dan jij. Bovendien, geven geeft de gever een gevoel van oprecht plezier.

En tot slot: let op hoe de tijd verstrijkt, hoe laat de zon opgaat en weer ondergaat, hoe intens de schemer is, hoelang de hete middagen duren en hoe kort de regenbuien zijn. Geniet van elke minuut, want het leven is kort.