Jubilerend Boulevard opent met dodendans

Theater Festival Boulevard. Ashes door Les Ballets C de la B. Gezien: 8/9 Theater aan de Parade, ’s-Hertogenbosch. T/m 16/8. Inl www.festivalboulevard.nl * * * *

In het hart van Den Bosch, onder de bomen van het plein de Parade, is een replica gebouwd van de beroemde theaterloges uit de Scala in Milaan. In de loges bevinden zich grillige en surrealistisch ogende poppen, afkomstig uit de voorstelling De Vergeten Straat van NTGent. Deze schouwburgwand met zijn geamuseerde, geboeide of verveelde toeschouwers is een mooie hommage aan het festival Boulevard dat zijn 25-jarig jubileum viert.

Boulevard richt zich op locatietheater, een toverwoord in het hedendaagse toneel. Bezoekers gaan naar voorstellingen op plaatsen buiten de reguliere schouwburg. Festivaldirecteur Geert Overdam heeft grootse plannen met de Boulevard: hij wil op Europees niveau samenwerken met andere gezelschappen. Op die manier moet Den Bosch zijn positie behouden als derde theaterstad van Nederland, na Amsterdam en Utrecht. Het is dankzij Boulevard dat Den Bosch een grote aantrekkingskracht bezit op theatermakers.

Als openingsvoorstelling brengt het Vlaamse gezelschap Les Ballets C de la B de misschien niet originele, maar wel indrukwekkende dansvoorstelling Ashes van Koen Augustijnen op muziek van G.F. Händel. Opmerkelijk genoeg opent Boulevard niet met een locatievoorstelling. Ashes staat gewoon in een theater en gaat straks langs de schouwburgen reizen.

Een wit, mediterraan huis vormt het decor voor een spel van dansers, twee zangers en muzikanten. Choreograaf Augustijnen is verbonden aan het gezelschap van zijn meester Alain Platel, en dat is aan Ashes af te zien. Zoals Platel kiest voor Bach, gaat de voorkeur van Augustijnen uit naar Händel. Het is imponerend hoe de dansers de barokke versieringen en felle, dramatische wendingen transformeren tot een danstaal met hevige, explosieve bewegingen alsof het snelle coloraturen zijn, niet van de stem maar van armen, benen, heupen, lichamen.

Op het eerste gezicht lijkt het huis een plat dak te bezitten. Maar opeens tuimelt een danser omlaag en schiet hij omhoog, afgevuurd door een trampoline. Hij loopt als een acrobaat tegen de steile, ruwe wand op, valt terug, en opnieuw loop hij moeiteloos tegen de wanden. In een andere scène drukken een danser en danseres keihard tegen een stok aan, die tussen hun buik is geklemd. Ze zijn met elkaar verbonden, en tegelijk is het onmogelijk elkaar te bereiken. Dan glipt de danseres uit haar blouse en danst de man alleen verder, met die lege blouse als verloren lichaamsvorm.

Ashes gaat over doodgaan en afscheid nemen. Muziek en dans raken gaandeweg meer op elkaar betrokken. De emotionele lading van de muziek komt direct tot uiting in de bewegingen. Een van de dansers gooit zich als dood op de grond, de anderen bewenen hem. Die grond, de aarde, speelt een beslissende rol in Ashes: er gaat geen moment voorbij of een van de dansers raakt de vloer, springt op, valt opnieuw en veert op. Dat mediterrane huis verandert gaandeweg in een villa des doods. Zo geeft ook het slot een poëtisch beeld van vergankelijkheid: de dansers liggen op de grond, verheffen zich, en vallen stil als de golven van de zee.

Het is dankzij Platel en nu ook Koen Augustijnen dat barokmuziek voor hedendaagse dans van betekenis blijft: die combineert goed met rauwe, harde expressie.