Je moet er tegen kunnen, zo'n coach

De basketbalsters wonnen het toernooi om de Keytown Nations Basketball Cup.

Met hulp van bondscoach Van Veen, die ook buiten het veld zijn speelsters steunt.

De uitbrander van Meindert van Veen aan het adres van Kim Hartman is zaterdagavond door alle tweehonderd toeschouwers in de Vijf Mei Hal in Leiden duidelijk te horen. „Goede oplossing”, schreeuwt de bondscoach van de Nederlandse basketbalsters de speelster in het tweede kwart sarcastisch toe na een mislukte actie. Van Veen kijkt haar vanaf de zijlijn secondenlang vernietigend aan. Kort daarna wordt Hartman gewisseld.

Na afloop van de knappe overwinning op A-land Duitsland (83-50) in het drielandentoernooi om de Keytown Nations Basketball Cup, dat Nederland won, legt Van Veen rustig uit waarom hij zo uithaalde naar zijn forward. „Ze moet niet zo schijterig spelen, daar doet ze zichzelf tekort mee. Ze is veel te bescheiden, in topsport moet je asociaal zijn.”

Naast succescoach Ton Boot heeft Nederland nog een autoriteit op basketbalgebied. Bij het grote publiek is de 58-jarige Van Veen echter minder bekend. Als je naar zijn cijfers kijkt, is dat moeilijk te begrijpen. Van Veen werd liefst veertien keer landskampioen in de vrouwencompetitie en één keer bij de mannen. Al die titels won hij met Den Helder. En vrijdag, tijdens het drielandentoernooi in Leiden, behaalde hij tegen Denemarken zijn honderdste overwinning als vrouwenbondscoach. In april werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, als waardering voor zijn jarenlange inzet voor het basketbal. En hij werd negen keer uitgeroepen tot coach van het jaar.

„Hé, wat doe je nou!” Bij de twee duels van afgelopen weekeinde brulde Van Veen bijna de hele tijd door de zaal. De kleine coach, met oranje sportschoenen en snor, is bij wedstrijden een show op zich. Constant is hij fanatiek aan het coachen, alsof hij elk moment het veld in kan lopen om zelf mee te doen. Hij spaart zijn speelsters niet. Na een fout: „Even nadenken!” En: „We lijden nu al vier keer op rij balverlies!” Slechts incidenteel applaudisseert hij voor zijn team.

Bij beide duels staat Van Veen de hele wedstrijd voor zijn stoel, druk met het geven van aanwijzingen. „Ik wil uitstralen dat we gaan werken. Een pak wil ik ook niet, we zitten niet op kantoor.” Over zijn confronterende manier van coachen: „Ik houd ervan om het kort en krachtig te zeggen. Als iemand iets niet goed doet kun je er wel omheen draaien, maar daar is geen tijd voor. Dat komt soms hard aan.” Wel hoort hij van oud-spelers dat hij een stuk rustiger is geworden. „Terwijl de huidige generatie het al heel erg vindt wat ik tegen ze zeg.”

De bondscoach, die ook de vrouwen van Den Helder traint, eist veel van zijn pupillen. „Alles opzijzetten en er keihard voor gaan. Een paar jaar bij mij spelen zijn tropenjaren.” De discussie aangaan tijdens een training of wedstrijd wil hij niet. „De ‘ja-maargeneratie’ moet oprotten, daar hebben we niks aan.” Hij vertelt af en toe aanvaringen te hebben met spelers. En tien jaar geleden stapten vijf basketbalsters op bij Den Helder, ze hadden genoeg van zijn manier van coachen. Ook afgelopen seizoen liep een speelster weg.

Maar Van Veen heeft ook een andere kant. „Het is niet alleen schelden, het is ook helpen en beter maken”, zegt hij. Zo heeft de coach, geboren en getogen in Den Helder, oog voor de privéomstandigheden van zijn speelsters. Hij weet wat er thuis, in relaties en op school speelt. De ‘Ton Boot van het vrouwenbasketbal’ wordt hij daarom liever niet genoemd. „Hij gaat geen relatie aan met spelers, ik wel. Ik wil geen afstandelijkheid. Bij mij komen speelsters van twintig jaar geleden nu nog bij mij thuis”, aldus Van Veen.

Zijn staat van dienst is enorm. Momenteel zit hij in zijn negentiende seizoen als vrouwenbondscoach. Van Veen debuteerde op 8 augustus 1986 in het Duitse Kronberg, waar Nederland van het thuisland wist te winnen. Zaterdag, precies 23 jaar later, speelde Nederland in Leiden toevalligerwijs opnieuw tegen Duitsland. Van Veen is bezig aan zijn tweede periode als bondscoach, want tussen 1994 en 1999 stond de ploeg onder leiding van René van der Wielen.

„Mensen zien hem alleen bij de wedstrijden en zien hem schreeuwen en denken: wat een nare man”, zegt Leonie Kooij (23) die bij Den Helder al acht jaar onder Van Veen speelt. „Maar als je heel de week ergens op traint en het gaat fout in de wedstrijd begrijp ik wel dat je uit je slof schiet.” Kooij, zaterdag ijzersterk tegen Duitsland, zegt niet gek te worden van zijn commentaar. Maar: „Je moet wel met hem kunnen omgaan.”

Clubgenote Kim Hartman (23) reageert na afloop van de wedstrijd timide op de publieke schoffering in het tweede kwart. „Waar ik wat aan heb probeer ik eruit te halen. En inmiddels ben ik eraan gewend.” In de drie jaar dat ze met Van Veen werkt ging het één keer echt fout. „Toen bleef hij maar doorgaan met schreeuwen. Op een gegeven moment had ik er niks aan. Daarna hebben we het uitgepraat.”

Toch is Hartman blij met hem als coach. Ze vertelt dat hij alles tot in detail goed wil hebben, op het perfectionistische af. Dag en nacht is hij bezig met basketbal. „Ik ken geen andere coach die er zoveel tijd in steekt als hij.” Ook buiten het veld kun je op Van Veen rekenen, aldus Hartman: „Je kunt hem midden in de nacht opbellen en dan haalt hij je op.”