Goed debat voer je niet voor eigen parochie

Het is een oer-Hollandse fout geen discussie met andersdenkenden te willen aangaan. Ik koester juist de dialoog met deze groepen, zegt Peter Cuyvers.

Vandaag ben ik aanwezig op het omstreden World Congress of Families in Amsterdam. Het congres waar kritiek op is omdat het (mee) georganiseerd wordt door conservatieve groepen die onder andere tegen het homohuwelijk en abortus zijn. Zelfs een videoboodschap van minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) zou nog te veel eer zijn voor deze mensen volgens Kamerlid Van der Ham (D66). Ik heb daar een andere afweging in gemaakt: ik zal zelfs bij de eerste inhoudelijke sessie als keynote-spreker optreden.

Ik doe dat met een lofzang op de stabiliteit en kwaliteit van het Nederlandse gezin, dat erin slaagt om tegelijkertijd tolerant en traditioneel te zijn. Nederland is namelijk in internationaal perspectief een voor zowel linkse als rechtse ideologen gekmakende combinatie van homohuwelijk, thuisblijfmoeders en van VARA-icoon Paul de Leeuw, die uitstraalt dat je (ook) als homo altijd op zoek bent naar de ware liefde en nergens zo gelukkig van wordt als van je kinderen. Wij zijn ook het land dat bewijst dat je met vrije partnerkeuze, voorbehoedmiddelen en abortus juist het laagste percentage tienerzwangerschappen en abortussen ter wereld kunt hebben.

Dat is de reden dat ik zelfs liever op dit soort bijeenkomsten spreek dan ‘voor eigen parochie’. Een Kamerlid als Van der Ham maakt dan ook alle klassieke vergissingen die Nederland vaak maakt in internationale contacten.

De eerste vergissing is dat ze niet inzien hoe de verhoudingen getalsmatig liggen. Niet minder dan 95 procent van de wereldbevolking vindt het huwelijk helemaal niet ouderwets en gelooft in een type God dat wel degelijk regels stelt aan seksuele voorkeuren. De mensen die hier op bezoek komen, vertegenwoordigen dat meerderheidsstandpunt. Ter illustratie: op gezinsterrein zijn de posities van hier als progressief gevierde regeringsleiders Blair en Obama – beiden overigens ook diep gelovig – voor onze begrippen zeer conservatief (minister Rouvoet zou er niet mee wegkomen).

De tweede vergissing is dat er ‘absoluut’ gedacht wordt over deze conservatieve groepen. Op het congres komen een kleine duizend vertegenwoordigers van gezinsorganisaties uit de hele wereld. Een deel van de aanwezigen heeft zonder enige twijfel rabiate standpunten over homoseksualiteit en abortus en zij zullen mijn verhaal en gegevens ongetwijfeld afdoen als onzin. Maar de overgrote meerderheid van de aanwezigen worstelt zelf wel degelijk met het ‘absolute’ van hun eigen gelijk, al was het alleen maar omdat ze thuis geweldige familieleden hebben die zelf homoseksueel zijn of een abortus hebben ondergaan.

En inderdaad: terwijl ik dit schrijf ligt voor mij de conceptslotverklaring van het congres, met de tekst: „De uitbreiding van het huwelijk tot homoparen – zoals die zich heeft voorgedaan in verschillende landen en staten van de USA – is een feit. (Waar wij ons zorgen over maken is dat wij als gelovigen niet meer het recht hebben om onze opvatting te verkondigen).”

Dit concept is afkomstig van de verguisde mensen van de congresorganisatie. Zij steken daarmee hun nek uit, en worden mogelijk teruggefloten. Maar dit is precies de reden dat ik zelf al tientallen jaren lang de dialoog met deze groepen koester. Ik gun de Hollandse homo’s graag hun jaarlijkse bloemencorso in de grachten. Maar als deze organisaties met hun enorme achterbannen in de wereld de strijdbijl begraven in een Amsterdam-declaration, is de positieve impact op miljoenen homo’s in de hele wereld veel groter.

Peter Cuyvers is pedagoog en zelfstandig adviseur. Auteur van onder meer ‘Het proletarische gezin, de toekomst van de vrouwelijke kostwinner’.