Fietsen rond de Tweede Maasvlakte

De haven van Rotterdam heeft het industrieel toerisme omarmd. Rond de Tweede Maasvlakte in aanleg zijn fietsroutes uitgezet, tussen tanks en baggerspecie.

Toen hij nog directeur was van het Havenbedrijf Rotterdam, mocht Willem Scholten graag op de fiets klimmen. Op zijn tweewieler inspecteerde hij, meestal op zijn vrije zaterdag, hoogstpersoonlijk de bedrijfsbezittingen. Maar sinds hij gedwongen was te vertrekken, op verdenking van het onbevoegd verstrekken van miljoenengaranties, wordt de oud-havendirecteur niet meer aangetroffen, fietsend op het havenindustrieel complex langs de oevers van de Nieuwe Waterweg.

Maar aan opvolgers geen gebrek. Het is druk op deze snikhete donderdag aan de kade van Hoek van Holland, bij het pontje naar de Maasvlakte. Die pont blijkt een soort speedboot. Met vandaag een vol achterdek: dagjestoeristen met fiets en één verdwaalde brommerrijder. „Nederlanders mogen graag de eigen trots aanschouwen”, zegt econoom Henk de Bruijn van het Havenbedrijf, tevens lector Ideale Haven aan de Hogeschool Rotterdam.

En Hollands glorie in overvloed op de kop van Europa’s grootste haven. Hier immers wordt sinds 1 september vorig jaar het grootste waterbouwwerk sinds de Oosterscheldekering (1976-1986) gerealiseerd: 2.000 hectare landaanwas, beter bekend als de Tweede Maasvlakte. Hoewel de eerste containerterminal pas over vier jaar wordt opgeleverd, brengen de zandopspuitingen vlak voor de kustlijn veel mensen op de been. En dat zijn niet alleen nudisten, die een deel van het Slufterstrand tot hun beschikking hebben.

Het informatiecentrum FutureLand, op de zeewering van de Eerste Maasvlakte, is een gewilde attractie, en bovendien het vertrekpunt van vier onlangs uitgezette fietsroutes door de haven. „We zijn pas vier maanden open en nu al zijn er 22.000 bezoekers”, zegt de gastvrouw vol trots.

Het Havenbedrijf heeft het industrieel toerisme omarmd. Vanuit de gedachte: onbekend maakt onbemind. Het stereotype (‘zwaar en vuil werk’) behoeft dringend bijstelling. Al was het maar omdat de haven, ondanks de crisis, de komende jaren staat te springen om arbeidskrachten. Vandaar ook dat naast de fietsvoorzieningen, er voorstellingen en exposities zijn. Wat maakt fietsen in dit industriële landschap tot zo’n bijzondere ervaring, kriskras langs de opslagtanks en de baggerspecie? Rust en ruimte, zo blijkt. Hier maar weinig stoplichten die de vaart eruit halen. Hier ook geen door onkruid overwoekerde paden met losliggende stoeptegels, die de banden teisteren. Bovendien beschikt de haven over een rijke flora en fauna: van de groenkolorchidee tot de rugstreeppad, van wezels tot reeën.

Er is één ‘maar’, weet De Bruijn. „Het kan hier lelijk spoken.” Wind en regen hebben vrij spel, zo vlak aan zee. Zeker in het voor- en najaar zijn een regenpak en een stevige dosis doorzettingsvermogen geen overbodige luxe. Voordeel is wel dat op weg naar Rotterdam de wind negen van de tien keer in de rug zit, lacht De Bruijn.

Het 10.500 hectare grote gebied (inclusief water) telt 250 kilometer fietspad. Een van de vier als ‘spannend’ aangeduide routes kan, aldus het Havenbedrijf, op werkdagen beter niet afgelegd worden. Deze zogeheten Amazoneroute (8,5 kilometer) is doordeweeks te gevaarlijk door het vrachtverkeer. Mijd ook het broedseizoen (april en mei), waarschuwt de brochure. Zolang meeuwen hun nesten bewaken „kunnen ze behoorlijk agressief uitvallen naar wandelaars en fietsers”.