Economische scholen

Het effectenhuis Van der Moolen heeft surseance van betaling aangevraagd. Daarmee is het einde is zicht van een hoekmansbedrijf dat ooit, mede door bestuursvoorzitter Kroon, internationale glamourstatus genoot. Van de Moolen is al langer in het ongerede. Vorige maand besloot Kroon om niet terug te keren in de leiding. Daarop stapte de laatste man in het bestuur op. En vervolgens namen 21 handelaren ontslag bij de onderneming.

Deze teloorgang is een bedrijfseconomisch ongeval. Maar ze is ook symbolisch. De ‘disclaimer’ onder de persberichten van Van der Moolen spreekt boekdelen. Het bedrijf heeft daarin 200 woorden nodig om te waarschuwen dat woorden als „voorzien, schatten, verwachten of geloven” slechts een „mening van het management” vertolken en dat de klanten dus „niet onvoorwaardelijk” waarde moeten hechten aan „deze toekomstgerichte uitspraken” die ook nog eens niet „herzien” hoeven te worden als de realiteit aanleiding geeft. Hier staat kort gezegd dat de onderneming graag meedeelt in de winsten, maar niet aansprakelijk is voor de verliezen.

Dat nu is wat er tijdens de kredietcrisis van afgelopen twee jaar ook in bredere kring is gebeurd. Als de verliezen in de financiële sector maar groot genoeg waren, werden ze niet meer gedragen door de primair verantwoordelijken, maar via de belastingen door de gemeenschap gesocialiseerd. Want als de ‘systeembanken’, een woord dat door de crisis vorig jaar gemeengoed werd, zouden omvallen, zou de ‘reële economie’, een begrip dat eveneens zijn rentree maakte, tot stilstand komen.

Het grootste onheil lijkt zo te zijn afgewend. In de VS groeit de werkloosheid iets minder snel dan verwacht. De aandelenkoersen klimmen wat. En banken melden soms weer winst in deze bakermat van de crisis.

Waaraan is dit eerste groene sprietje in de financiële sector te danken, is de discussie nu in de VS? Aan de 800 miljard dollar, waarmee president Obama de economie heeft opgepept? Of kon de cyclus gewoon niet meer verder dalen? In het verlengde doemt de vraag op of ook de ‘reële economie’ zal opveren of dat die op een tweede dreun moet rekenen nu de overheden zich omwille van de reddingsoperaties in vooralsnog uitzichtloze schulden hebben gestort.

Economen tasten in het duister. Hun wetenschap verkeert ook in crisis. De menselijke rationaliteit, waarop het vak zich beriep, blijkt een vernislaagje te zijn . „Macro-economen kunnen de bewegingen van een rationeel handelende eenling berekenen, maar niet de waanzin van de massa”, schreef de Leuvense hoogleraar De Grauwe onder meer in deze krant. Economen hebben volgens hem pas weer recht van spreken, als ze die waanzin ook durven berekenen.

De Grauwe is wellicht iets te somber over de status van zijn vak. Maar zijn pleidooi voor meer zelfkritiek in deze menswetenschap verdient steun. Al is het maar omdat bijna al die overheden zich bij hun interventies tot nu toe beroepen op de wijsheid van economen en economische scholen die het onderling over bijna alle hoofdzaken oneens zijn.