Echt theaterdier met Pippi Langkous als rolmodel

Ellen ten Damme (41) is een multitalent, zeggen mensen uit de film-, toneel en reclamewereld. Ze debuteert nu als variétéartiest. „Prachtig dat al haar talenten samenkomen.”

Ellen ten Damme, afgelopen vrijdag in de kleedkamer van het Amsterdamse theater Carré. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Ellen ten Damme Foto NRC Handelsblad Maurice Boyer 7-8-2009 Boyer, Maurice

Koos van Dijk was niet verbaasd toen hij onlangs de affiches zag voor Cirque Stiletto, het variété in theater Carré in Amsterdam waarin Ellen ten Damme het zingende, dansende en acrobatische middelpunt vormt. De schilderachtige ex-manager van Herman Brood, die ook een paar jaar lang het management voor Ellen ten Damme heeft behartigd, barst meteen los: „Zoiets circusachtigs is altijd haar grote wens geweest. Ook als ze op een rockpodium stond, deed ze altijd wel even een spagaat of een handstand. Als kind is ze zelfs turnster geweest. Ze is een multitalent, want ze speelt ook nog viool en keyboards. Dat al die talenten nu in die show in Carré samenkomen, kan ik alleen maar prachtig vinden”.

Cirque Stiletto is een productie van Stardust, het theaterbedrijf van Henk van der Meyden en Monica Strotmann. „Wij volgen Ellen al een paar jaar”, zegt Van der Meyden. „We zagen haar op de Parade, waar ze vaak nieuwe dingen heeft uitgeprobeerd, en we vonden haar meteen een geweldige performer met de uitstraling van een echt theaterdier. Tot dusver is ze vooral bekend als zangeres in het rockcircuit en daardoor misschien nog geen ster voor een groot publiek. Zeg maar: een ster die tot dusver een beetje achter de wolken verscholen zat. Maar ik hoop dat het vlammetje nu snel in de pan gaat slaan”.

Ellen ten Damme (41) heeft zichzelf al in veel verschillende gedaanten vertoond: als kleinkunstartiest, rock chick , actrice en zangeres van haar eigen nummers. En meestal liepen al die activiteiten door elkaar. De documentaire die Rob Hodselmans in 2006 over haar maakte (As I was wondering where this mixed up little life of mine was leading to) liet een vrouw zien met een overvolle agenda die zich jachtig van het ene vliegveld naar de volgende opnamesessie spoedde. Terwijl ze bovendien wegens borstkanker in het ziekenhuis belandde, waar ze tussen de bedrijven door een borstbesparende operatie en een daaropvolgende chemokuur onderging. „Als je hoort wat er met je aan de hand is, zakt de bodem onder je weg”, zei ze aanvankelijk. Maar toen ze genezen was verklaard, kreeg haar optimisme weer de overhand: „Als je er niet dood aan gaat, waarom zou je dan zo moeilijk doen?”

Wat ze wilde worden, heeft Ellen ten Damme heel lang niet geweten. Iets avontuurlijks, dat wist ze wel, maar dat kon net zo goed zangeres of filmster zijn als ontdekkingsreiziger. Of met het circus mee, tussen de acrobaten en de roofdieren. Pippi Langkous was haar rolmodel. Vaak droeg ze zelfs een rode pruik met stijf uitstekende vlechten die haar moeder voor haar had gemaakt.

Ze werd geboren in het Gelderse Warnsveld, als dochter van ouders die op haar negende uit elkaar gingen. Ze heeft een broer en een zus. Met hun moeder woonden zij in het Drentse Roden. Ze was, zei ze in diverse interviews, zo’n meisje dat altijd met de jongens speelde, in bomen klom, turnde en voetbalde. Meisjes vond ze vaak „een beetje tuttig”. Pas rond haar zestiende begon ze te merken dat de jongens haar niet langer als één van hen zagen. Maar de mannen met wie ze in het rockcircuit werkt, waarderen haar volgens Koos van Dijk juist omdat ze altijd „one of the boys” is gebleven.

Van Dijk ontmoette haar halverwege de jaren tachtig in Groningen, waar zij Nederlands studeerde. Omdat ze graag las en omdat ze wel eens had gehoord dat veel kleinkunstenaars een studie Nederlands hadden gevolgd. Langer dan twee jaar hield Ellen ten Damme het echter niet vol; het maken van muziek met allerlei rockbandjes hield haar veel meer bezig dan de colleges. Daarna verhuisde ze naar de Kleinkunstacademie in Amsterdam, waar het lespakket vooral bestond uit zingen, dansen en acteren. Onder haar klasgenoten bevonden zich twee meisjes en twee jongens die twee succesvolle duo’s zouden vormen: Plien & Bianca en Acda & De Munnik.

Aankomend filmregisseur Paul Ruven, die in 1990 een hoofdrolspeelster zocht voor zijn geheel gezongen debuutfilm De tranen van Maria Machita, werd getipt dat hij eens moest komen kijken naar een andere klasgenote, de huidige musicalster Lone van Roosendaal. „Ik ging naar een schoolavond van de Kleinkunstacademie, waar Lone een nummer uit Dreamgirls zong. Maar daarvóór kwam er een ietwat rommelig meisje dat heel goed Marlene Dietrich en Nina Hagen kon imiteren. Ze stond daar zonder enige angst en ik dacht meteen: hier wordt een filmsterretje geboren”.

Nog voordat ze afstudeerde, werd Ellen ten Damme door de filmpers betiteld als opvallend nieuw talent. De rol leverde haar zelfs een nominatie voor de Gouden Kalveren op. „We hebben nog wel eens het plan gehad er een echte grote bioscoopfilm van te maken”, zegt Ruven. „Maar dat is er helaas nooit van gekomen. Wel heeft Ellen daarna ook nog in mijn film The best thing in life gespeeld. Ze heeft een heel eigenzinnig talent. Als je haar een rol geeft die haar op het lijf is geschreven, krijg je altijd een enorme meerwaarde. Haar grote kracht schuilt niet in de transformatie. Maar als ze in een rol dicht bij zichzelf kan blijven, krijg je er heel veel extra’s bij.”

Ook op het filmfestival van Berlijn oogstten Ruven en zijn hoofdrolspeelster succes. Dat leidde al in 1994 tot haar Duitse debuut in de tv-film Wilder Westerwald. Vervolgens kwamen er meer aanbiedingen. Haar bekendheid in de Duitse filmwereld werd mede in de hand gewerkt door haar romance met de Duitse acteur Markus Knüfken, die in 1997 haar tegenspeler was in de tv-film Das Paar des Jahres. Een half jaar later traden ze in Las Vegas in het huwelijk. Van samenwonen is het nooit gekomen. In 2003 volgde, met wederzijds goedvinden, de echtscheiding. Ellen ten Damme is nu peettante van het kind dat Knüfken bij zijn tweede vrouw heeft gekregen.

Intussen was ze in Nederland, na een vast rolletje als de kittige assistente Joosje in de tv-serie Pleidooi, zelden meer als actrice te zien. Hooguit nog in de serie reclamespots die ze tien jaar lang met Huub Stapel maakte voor de verzekeringsmaatschappij Zwitserleven. „Na een lange campagne met Kees Brusse wilden we iets met Huub Stapel”, zegt Lon de Grunt, creatief directeur van het reclamebureau Ara. „Maar we vonden wel dat hij als levensgenieter een jongere vrouw naast zich moest hebben. Mijn vriendin, die haar in Pleidooi had gezien, wees ons toen op Ellen ten Damme. In de scripts die we schreven, hebben ze nooit iets met elkaar gehad. Maar ze speelden wel heel subtiel de suggestie dat er heel misschien iets gaande was. We hebben in grote harmonie gewerkt. Ook over geld hebben we nooit problemen gehad. Ellen en Huub werden schappelijk betaald, en dat bedrag is af en toe schappelijk verhoogd.”

Slechts één keer dreigde er een aanvaring, aldus De Grunt: „Volgens het script moest Ellen naaktzwemmen en daar had ze een probleem mee. Maar toen we eenmaal hadden beloofd het wel een beetje netjes te houden, ging ze akkoord en stapte heel makkelijk uit de kleren. Toen ze na de opnamen weer in een badjas op de boot zat die we daar hadden, trok ze opeens voor de crew die badjas open. Dat is óók Ellen, ze vindt het leuk om af en toe te shockeren. Later is ze nog wel even naar de montage komen kijken of het door de beugel kon. Op haar verzoek hebben we er één kort shotje uitgehaald, niet meer.”

Een jaar of acht geleden kwam Ellen ten Damme via haar toenmalige manager Koos van Dijk in contact met het Duitse zangfenomeen Nina Hagen, die hij nog kende uit de vriendenkring van Herman Brood. Prompt werd „die hübsche Holländerin” geëngageerd voor een door Hagen georganiseerd benefietconcert voor Afghaanse vrouwen. In het Tempodrom in Berlijn, waar het concert plaatsvond, ontmoette ze ook Udo Lindenberg, de grootste rockheld van Duitsland. „Voor een film en een theatershow zocht ik een zangeres en een actrice met een enorme veelzijdigheid, die alle talen sprak, rock en ballads kon zingen, die er extreem goed uitzag en kon dansen, alles bij elkaar”, aldus Lindenberg in het boek Lass dich überraschen dat de historicus Ingo Schiweck schreef over Nederlandse artiesten in Duitsland. „Ik had een half jaar gecast en niemand gevonden. Maar toen ik Ellen zag, in 2001 in Berlijn, was het duidelijk: zij en niemand anders!”

Hun contact leidde in 2005 zelfs tot haar optreden in de Duitse finale voor het Eurovisie Songfestival, met het door Lindenberg geschreven anti-oorlogsnummer Plattgefickt. Ellen ten Damme vond haar deelname vooral een goede grap, en de tekst beviel haar: een vrouw die haar man in seksueel opzicht zodanig uitwoont dat hij geen energie meer heeft om oorlog te voeren. Hoewel de titel op aandringen van de Duitse tv-bazen werd veranderd in het kuisere Plattgeliebt, vonden de stemmende kijkers haar toch te extreem om naar de internationale finale te gaan; ze werd derde. Maar de samenwerking met Lindenberg, die haar „das singende Power-Paket” noemt, duurt voort.

Desondanks is Ellen ten Damme niet echt beroemd in Duitsland, meent Jürgen Trimborn, biograaf van de Nederlands-Duitse sterren Johan Heesters en Rudi Carrell. „Duitse films trekken te weinig publiek om de acteurs beroemd te maken”, zegt hij. „Dat lukt bijna nooit. En wie in tv-series speelt, wordt doorgaans alleen bekend onder de naam van de rol. Er zullen hier maar weinig mensen zijn die onmiddellijk weten wie Ellen ten Damme is. In kleine kring is ze wel bekend, maar beroemd kan ik haar niet noemen.” Ingo Schiweck onderschrijft die conclusie: „Voor het Duitse publiek is zij nog steeds een Geheimtip”.

In eigen land maakte ze, na de veelgeprezen documentaire, dit voorjaar furore met haar theaterprogramma Durf jij, waarvoor veel zangteksten op haar verzoek werden geschreven door de dichter Ilja Leonard Pfeijffer. „Ik geef fragmenten uit haar rusteloze leven”, liet Pfeijffer in deze krant weten. Zelf zegt ze, in het augustusnummer van het glossy tijdschrift Jan: „Ik ben veel beter dan tien jaar geleden. Bewuster. Die naïviteit is eraf. En ik heb een serieuzer doel. Ik wil nu vooral heel goed worden.”

Zo kwam Cirque Stiletto als geroepen. „Wat mij verraste”, vertelt Henk van der Meyden, „is haar discipline. Dat verwacht je niet van iemand uit het Herman Brood-circuit. Voor deze show moest ze elke ochtend om half 10 in het repetitielokaal zijn. Ze zei: voor het eerst van mijn leven heb ik het gevoel dat ik een baan heb. Het was even wennen, maar ze kwam altijd op tijd. Vaak zelfs als eerste. De Russische coach met wie ze haar acrobatische talenten extra heeft geoefend, vond haar een ongelooflijk gedreven iemand”.

Van der Meyden zegt nog niet te weten of haar naam groot genoeg zal zijn om Carré tot eind augustus te vullen. „Natuurlijk moest ze ook wennen aan de publiciteit die voor zo’n productie nodig is. Maar ze heeft zich als een heldin gedragen. Donderdagavond heeft ze, twee minuten voordat de premièrevoorstelling begon, in haar kleedkamer nog geposeerd met haar vriendin Katja Schuurman, zodat die foto de volgende ochtend in De Telegraaf kon staan”.