Duitse rommel

Het fel groene VW-busje uit 1977 waarmee ik langs de Mississippi reis, trekt de nodige aandacht. Met name wanneer-ie weigert te pruttelen, zoals de afgelopen dagen. Het is niet de eerste keer dat het gebeurt. Maar telkens wordt mij de helpende hand gereikt door voorbijrijders met compassie – meestal omdat ze zelf ooit zo’n lor hebben gehad en er met evenveel warmte over praten als ik, vóórdat ik eraan begon. Ach, die mooie jaren zestig, verzuchten ze dan.

Gisteren was het weer raak. Oliver – zoals zijn verhuurders hem liefdevol hebben gedoopt – besloot op de hoek van 4th Street en Maine, in hartje Quincy, Illinois, er volledig de brui aan te geven. Maar met Oliver ben je nooit lang alleen.

In mum van tijd gaat het raampje van een potige SUV omlaag. „Wij gaan jou hier snel even wegslepen’’, zegt een man alleen. En voordat ik het weet staat Oliver futloos naast de kant van de weg, en drijf ik zacht verend naast Lonny uit Missouri – always nice to meet a new face – richting garage.

Onderweg biedt Lonny mij zelfs zijn huis aan en, om mijn afspraken te halen, ook meteen één van zijn auto’s. Dankbaar vraag ik aan Lonny hoe het toch komt dat hij zo behulpzaam is. Het is net rood op Maine en Lonny kijkt me indringend aan.

„Ben jij een christen?” vraagt hij dan. En ik zie behalve vriendelijkheid ook felheid in zijn ogen. Ik durf opeens niet naar waarheid te antwoorden. „Juist!” buldert hij, alsof hij me heeft betrapt. „Dáárom help ik je! Als God het niet had gewild, hadden we elkaar niet eens ontmoet.” En we reppen er geen woord meer over.

Als we bij de garage aankomen kijken ze somber. Van ‘Duitse rommel’ hebben ze geen verstand, zeggen ze. Ze vrezen het ergste. Maar als ze Oliver uiteindelijk bij de poot hebben, doet hij alsof er nooit iets is gebeurd: hij start weer als vanouds!

Inderdaad, Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.

Floris-Jan van Luyn is journalist en filmmaker. Hij maakt een dubbelportret van de VS en China en reist langs de Mississippi en de Yangtze