China: spionage door Rio Tinto kost 72 miljard

China zou in totaal 72 miljard euro te veel hebben betaald voor de invoer van ijzererts, omdat het Brits-Australische mijnbouwconcern Rio Tinto gedurende zes jaar de Chinese staalindustrie heeft bespioneerd. Dat meldt de Britse zakenkrant Financial Times vandaag op basis van een artikel in het blad van de Chinese National Administration for the Protection of State Secrets (NAPSS).

Begin juli werden in China de Australische Rio Tinto-topman Stern Hu en drie leden van zijn lokale staf door de Chinese autoriteiten gearresteerd op beschuldiging van spionage. De vier stafleden van de Chinese vestiging van de Rio Tinto zouden volgens Chinese staatsmedia Chinese toplieden van staalbedrijven hebben omgekocht om geheime informatie te vergaren over de positie van China bij onderhandelingen over ijzerertsprijzen. De vier zitten nog vast.

„Gezien de enorme hoeveelheden gegevens die zijn gevonden op de computers van Rio Tinto is het duidelijk dat de economische spionnen, die zes jaar lang smeergeld hebben betaald, ervoor hebben gezorgd dat Chinese staalbedrijven meer dan 700 miljard renminbi (72 miljard euro) te veel hebben betaald voor geïmporteerd ijzererts”, zegt de NAPSS.

De beschuldigingen hebben volgens experts te maken met de grote frustraties in Peking over het verloop van de ijzerertsonderhandelingen in Shanghai. Deze jaarlijkse besprekingen over de prijs van ijzererts zijn dit jaar mislukt. China, dat jaarlijks 600 miljoen ton ijzererts invoert, wil een prijsverlaging van 40 procent vergeleken met vorig jaar, maar de internationale mijnbouwbedrijven Rio Tinto, BHP Billiton (beide Brits-Australisch) en Vale (uit Brazilië) willen niet verder gaan dan een korting van 33 procent. Zolang er geen akkoord is, moet China ijzererts op de spotmarkt kopen, waar de prijzen per dag fluctueren.

Daarnaast zou het Peking ook dwarszitten dat pogingen van het Chinese staatsbedrijf Chinalco om een groot pakket aandelen van Rio Tinto over te nemen, en zo de levering van ijzererts voor de langere termijn veilig te stellen, zijn gestrand op een afwijzing door aandeelhouders van Rio Tinto en verzet in het Australische parlement.

Professor Cheng Li, die de Chinese politiek en economie nauwgezet volgt vanuit de kantoren van de China-Europe International Business School (CEIBS) in Washington en Peking, zei in deze krant: „Rio Tinto is een van de belangrijkste mijnbouwbedrijven ter wereld en er zijn tal van aanwijzingen dat president Hu Jintao persoonlijk bij deze affaire betrokken is. Het is daarom een tamelijk grote zaak die door velen nauwgezet wordt gevolgd”, zegt Cheng.

Rio Tinto zegt zich niet bewust te zijn van enig bewijs dat er bestaat tegen de medewerkers. Het bedrijf wilde niet reageren op de nieuwe aantijgingen.