China en Turkije zijn de enige winnaars in Georgië

De oorlog in Georgië, een jaar geleden, heeft het gebied instabieler gemaakt en het machtsevenwicht veranderd.

Met gemengd resultaat voor Rusland.

In nog geen honderd dagen was de oorlog tussen Rusland en Georgië van 8 tot 12 augustus 2008 als geschiedsbepalende gebeurtenis uit beeld verdwenen. De kanonnen van augustus werden overstemd door het gebulder op Wall Street.

De Georgische president Michail Saakasjvili maakte een strategische vergissing toen hij besloot tot een raketaanval op Tschinvali, de hoofdstad van Zuid-Ossetië. Georgië verloor Abchazië en Zuid-Ossetië. Het verloor zijn militaire infrastructuur en de hoop op een snelle economische ontwikkeling. Tegelijkertijd heeft Saakasjvili de nederlaag overleefd en wist hij – ondanks hevige binnenlandse kritiek – aan de macht te blijven. Onder zijn leiding heeft Georgië zich ook in zijn nederlaag geschikt, door zich in 2008-2009 van protegé van Amerika tot project van de Europese Unie om te vormen. Dat is strategische winst.

De Verenigde Staten hebben in de eerste maanden van 2008 geen acht geslagen op de signalen dat hun bondgenoot in Tbilisi de dissidente gebieden militair tot de orde zou gaan roepen. Het Witte Huis van George W. Bush verkeek zich evenzeer op de bereidheid van Moskou om geweld tegen Georgië te gebruiken. Het leidde tot groot geloofwaardigheidsverlies. Washington had geen invloed op Moskou en de toezegging van Bush om de territoriale integriteit van Georgië te waarborgen was niet meer dan retoriek.

De oorlog was de eerste grootschalige militaire operatie van Moskou sinds het einde van de Koude Oorlog buiten het grondgebied van de Russische Federatie. Militair gesproken heeft Rusland de oorlog van augustus 2008 gewonnen. Deze ‘kleine gewonnen oorlog’ was populair bij het Russische volk, versterkte het bewind van Poetin en Medvedev en was een welkome breuk met bijna twintig jaar vernedering. Maar het krachtige militaire antwoord van Rusland bracht ook strategische verliezen. De Kaukasus werd er door de oorlog niet veiliger op. De eenzijdige erkenning door Rusland van Zuid-Ossetië en Abchazië als onafhankelijke staten verhoogt de instabiliteit. Volgens de Russische analist Nikolai Petrov dringt de Tsjetsjeense president Ramzan Kadirov al aan op een ‘Abchazische’ status voor Tsjetsjenië. De herziening van de grenzen van Georgië door het Kremlin is door andere post-Sovjetstaten van de hand gewezen. Rusland belandde in een positie van totaal diplomatiek isolement.

De geloofwaardigheid van de Europese Unie is toegenomen, deels dankzij haar actieve diplomatieke inzet om het oorspronkelijke militaire treffen tot een einde te brengen. De Unie heeft in een explosieve situatie haar eendracht weten te bewaren, heeft zich als vredestichter bewezen en is na de oorlog actiever en zichtbaarder aanwezig in de Kaukasus en in de post-Sovjetwereld in het algemeen. Zo was het EU-aanbod van het Oostelijk Partnerschap aan zes post-Sovjetlanden in tal van opzichten een rechtstreeks antwoord op de oorlog.

Maar het ontbreekt de Unie vooralsnog aan een strategie en publieke steun voor grotere betrokkenheid bij het gebied. Elke verwachting in Brussel of in de lidstaten dat de EU alleen maar haar Balkanstrategie hoeft te herhalen, is een illusie. De Balkanstrategie van de EU berustte op de massale aanwezigheid van EU-troepen, ze was duur en ze stond of viel met de belofte van Brussel dat de Balkanlanden EU-lid zouden worden. En geen van de Balkanlanden grensde aan Rusland.

China en Turkije zijn, voorlopig althans, de enige duidelijke winnaars. In feite heeft China de post-Sovjetrepublieken aangemoedigd om de Russische druk tot erkenning van Zuid-Ossetië en Abchazië te weerstaan. Door de combinatie van de oorlog en de economische wereldcrisis is de overheersing van Moskou in het samenwerkingsverband van de Shanghai Organisatie voor Samenwerking (SCO) overgenomen door Peking.

Turkije is uit de oorlog tevoorschijn gekomen als een autonome regionale macht die beschikt over de wil, het vermogen en de legitimiteit om in vrijwel elk conflict in de regio te bemiddelen. De ontdooiing van de betrekkingen tussen Turkije en Armenië is een van de positieve neveneffecten.

De ‘zachte macht’ van Ankara berust – anders dan de Moskouse versie – niet op verzet tegen het Westen, maar op de geslaagde overname door Turkije van het westerse model, met behoud van zijn eigen politieke karakter, zijn soevereiniteit en zijn nationale belangen. Al in augustus kwam Turkije snel met een initiatief tot een Stabiliteits- en Samenwerkingsplatform voor de Kaukasus dat zich uitstrekte tot Rusland, Georgië, Armenië, Azerbajdzjan en Turkije, en het is tekenend dat alle vijf de landen dit initiatief hebben onderschreven, ondanks de openlijke vijandigheid tussen Rusland, Georgië, Armenië en Azerbajdzjan.

Turkije bedient zich in zijn regionale politiek vakkundig van zijn vele identiteiten: islamitische democratie, seculiere islamitische republiek, kandidaat-lidstaat van de EU, strategische partner van de Verenigde Staten, maar treedt ook op als onafhankelijke mogendheid die bereid is een eigen standpunt te verdedigen.

Ivan Krastev is voorzitter van de denktank Centre for Liberal Strategies in Sofia, Bulgarije.