Zwijg, volk! Het is nu aan de elite

Discussies in dit land gaan over dubbeltjes, nooit over daalders. Wél over Bos’ zonnebril van 113 euro, niet over de 87 miljard die hij in de kredietcrisis kiept, betoogt Jort Kelder.

Je ziet ze vrijwel dagelijks opduiken in de media: enquêtes waaruit moet blijken wat de bevolking vindt. Omdat de kalkoen kennelijk mag meekakelen over het kerstdiner, krijgen we een onthutsend inkijkje in het boosaardige brein van de Hollander. Zo vernemen we van TNS Nipo dat maar liefst ‘91 procent van de Nederlanders vindt’ dat de topinkomens beperkt moeten worden en zegt volgens 21minuten.nl maar liefst 79 procent van de Nederlanders dat de crisis betaald moet worden door de rijken. Als ieder volk de regering krijgt die het verdient, doe mij voor dit Nederland dan maar een dictator. Waar zijn ze gebleven, de bestuurders die niet buigen voor populisme, maar gewoon hun gezag laten gelden? De naar kiezersgunst hunkerende carrièrepolitici van vandaag spellen de vox pop, vooruitvluchtend voor de woedende hordes van de SP en PVV. Zo kon het gebeuren dat het rood-gereformeerde kabinet de woonbelasting voor huizen boven het miljoen verhoogt van 0,55 procent naar 2,35 procent. Ach, hoor ik de critici al smalen: moeten we die vijfentwintigduizend villabewoners nu zielig vinden omdat ze een paar duizend euro extra belasting mogen bloeden? A propos, hadden die rijke graaiers de recessie niet veroorzaakt?

Kan zijn. Maar wie betaalt de recessie eigenlijk? Niet de loonslaaf. Die leeft misschien niet in de wereld van Peter Stuyvesant, maar wel van Agnes Jongerius. Minstens zo surrealistisch met, zelfs in tijden van keiharde krimp, stijgende cao-lonen, een verzekerd pensioen rond je zestigste en agenda’s vol verlofdagen, van gewone vakantie tot atv en papadagen. De rijken betalen de recessie. Terecht, als het gaat om hun verdampte aandelenportefeuilles. Dat hoort bij het spel en ze profiteerden ook volop van de plussen. Wel wrang blijft het dat de belastinginspecteur in zo’n rampjaar een aanslag durft te sturen wegens ‘4 procent fictief rendement’. Belasting betalen over vermogen dat aantoonbaar verdwenen is – die logica bestaat alleen in een ambtenarenstaat.

De villataks en andere plaagstootjes om de SP te laten zien dat de PvdA de zakkenvullers heus aanpakt, zijn symptomatisch voor de hetze die gevoerd wordt tegen de financiële elite. Of het nu gaat om de leaseauto van de zaak, de aftrek van hypotheekrente, het parkeren van ‘dikke auto’s’ aan de gracht of het belasten van bonussen: de hatelijke toon tegen types die het materieel beter hebben, krijgt het karakter van een inquisitie tegen alles wat succesvol is. Dat is dom. Je kunt je rijken beter pamperen dan pesten. Multimiljonairs en multinationals stemmen met hun voeten: maak je het ze lastig, dan vertrekken ze.

Begrijp mij niet verkeerd: we hoeven niet op de knieën voor de rijken. Laten we vooral op de kleintjes letten, the pounds will look after themselves. Nederland is in veel opzichten ‘af’. Maar nog nooit was de polder zo vlak en de onwil om het belang te zien van een elite zo groot. Sterker: de elite cijfert zichzelf weg met een aan zelfhaat grenzende verbetenheid.

Kan het gezeur over andermans centen nu eens stoppen?

Prima om de bankiers te grijpen die, nadat de belastingbetaler hun blunders betaald heeft, toch bonussen blijven uitkeren en de eigen pensioenpot aanvullen met 1 miljard. Ook de overbetaalde huisbazen, stroomboeren en andere mismanagers bij halfslachtig geprivatiseerde overheidsinstellingen mogen hun Maserati’s inleveren. Maar excessen daargelaten, niet iedereen met een hoger inkomen is verdacht en verdient een publiek schavot. Sterker: toptalent moet je koesteren en mag dus veel verdienen. Alle demagogie over de zakkenvullers ten spijt, Nederland staat nog steeds in de top van meest genivelleerde landen ter wereld. Politici proberen de inkomensverdeling te beheersen met nog meer regels en ‘normen’. Beschaving dwing je niet af met normen, maar met waarden. Dat vergt opvoeding en zelfbeheersing van een zelfbewuste elite, niet de terreur van de ‘Balkenendenorm’. De toon van het inkomensdebat krijgt trekjes van China’s culturele revolutie: wie geen genoegen neemt met een rijtjeshuis, een plakpak en boodschappen van de Euroshopper, wordt als een revisionistische zakkenvuller gepasseerd voor de publieke zaak. De Balkenendenorm eist altruïsme van toptalent. Daarvan wordt uiteindelijk iedereen, burgers en bedrijven, slachtoffer. De Balkenendenorm is een pleidooi voor grauwe middelmaat. Als journalist van een groot geldblad heb ik vreugdevol meegewerkt aan het voeden en uitventen van financieel voyeurisme en exhibitionisme, omdat ik vond dat kapitalisme een spelletje is dat je op klaarlichte dag hoort te spelen. Inmiddels kom ik tot de conclusie dat transparantie niet werkt. Het wekt alleen maar meer hebzucht en afgunst. Er valt met het voetvolk niet te praten over de wedde van de top. Ik blijf voor openheid, maar ben een illusie armer dat het rust geeft. Integendeel.

Hoge inkomens zijn vaak lastig uit te leggen. Vroeger schoof een coterie van corpsballen elkaar de vette kluiven toe. Moderne bedrijven zijn competitiever, die komen er niet met middelmaat. Goede krachten kosten geld en topmannen die niet functioneren, vliegen eruit.

De gretigheid waarmee de media berichten over ‘het gegraai aan de top’ is opvallend. Journalisten struikelen over de salarissen van hun dikbetaalde tv-collega’s. Maar waarom zou aantoonbaar supertalent niet betaald mogen worden? De publieke afstraffing voor een mislukte tv-carrière – Jack Spijkerman R.I.P. – is meedogenloos, maar daar staat doorgaans geen 72 maanden ‘wachtgeld’ tegenover, zoals bij onze politici. Waarom gaat het debat in dit land altijd over incidenten en nooit over de grote lijn? Vooral de parlementaire pers excelleert in oppervlakkig stratego met de politieke poppetjes, alsof burgers daar iets aan hebben. Iedereen windt zich op over minister Bos, die zijn verloren zonnebril van 113 euro declareert. Maar noch in de media noch in het parlement wordt de ‘politicus van het jaar’ aangesproken op waar het wérkelijk om gaat: een lichtzinnige verhoging van de staatsschuld met 87 miljard euro. Er is 443 miljard Europees gemeenschapsgeld gepompt in banken die failliet hadden moeten gaan, niet willen leren van hun fouten en weigeren te doen waar ze voor zijn: geld uitlenen. Dáár moet het over gaan.

Grote bedrijven huren Elco Brinkman of een andere old boy in om een regeling voor zichzelf te fixen. Maar de winkelier op de hoek heeft het mobiele nummer van Bos of Donner niet en hangt moegestreden het bordje ‘Opheffingsuitverkoop’ op de gevel. Over De Nederlandsche Bank lezen we dat het personeel voortaan met de trein in plaats van het vliegtuig moet, maar dat de centralebankiers al jaren ingedommeld liggen in een slaapcoupé interesseert schijnbaar niemand. Nee, het gaat over de kroonprins, en of die ondanks zijn ongetwijfeld diepgaande kennis van de financiële wereld wel adviseur van De Bank mag zijn.

De bittere realiteit na 25 jaar hoogconjunctuur is dat Nederland een decadent, volgevreten en matig bestuurd land is. De collectieve sector groeit als een veelkoppig monster en beslaat binnenkort meer dan de helft van de economie. Het kabinet belooft ambtenaren te ontslaan, maar de bureaucraten marcheren lachend binnen. We zijn subsidieverslaafd, werken gemiddeld honderden uren per jaar minder dan groei-economieën en schuiven bij voorkeur voor vijven de file in. En we zijn boos. Vooral op de baas en de buurman, want zij verdienen meer. Kan een land dat trots is op het feit dat de helft van alle baantjes parttime is, fulltime welvarend blijven? Nee natuurlijk. Voor het eerst in de geschiedenis groeit een generatie op die armer zal zijn dan haar ouders.

Nederland is toe aan een meritocratie waarin alleen de besten voor de publieke zaak mogen werken. En ja, dat moet dan maar wat kosten. Wat hebben we aan al die bange politici die ieder ‘moeilijk dossier’ doorschuiven naar de volgende generatie? Daadkrachtige bestuurders bepalen het verschil tussen nu en straks. Of zoals de moegestreden architecten van het Rijksmuseum in deze krant lieten optekenen: „In dit land zegt nooit iemand ja of nee”.

De vraag is niet of talent iets mag kosten, maar vooral wat goede mensen een land opleveren. Ik heb liever een ambtenaar die een miljoen verdient en een miljard bespaart, dan eentje die een ton krijgt, maar niet kan voorkomen dat allerlei incompetente managers die ‘de processen sturen’ miljarden door hun vingers laten glippen. Wat had het de belastingbetaler gescheeld als er bij onze financiële politie geen onderbetaalde kneuzen hadden gewerkt, maar de rocket scientists die de derivaten in elkaar knutselden? De bonusjagers van Goldman Sachs en JP Morgan worden terecht bekritiseerd, maar ze waren slim genoeg om het hele systeem te foppen en hun rommel te slijten aan b-garnituurbankiers van AIG en ING. Er zijn economieën die het wel begrepen hebben. Israël bouwde, ironisch genoeg dankzij de oorlog met de Arabieren, aan een technologische industrie. Waar ‘Koeweit aan de Noordzee’ een aardgasbel van 200 miljard verspilde en desalniettemin 350 miljard euro staatsschuld over de heg naar de kinderen smijt, gebruikt Noorwegen slechts 4 procent van het oliegeld voor ‘leuke dingen voor linkse mensen’. De rest gaat in de reserves, voor later, als het eens tegenzit.

Een land als Singapore maakte in de jaren zestig de keuze om zichzelf uit het moeras te bevrijden en het Zwitserland van Azië te worden. Daarvoor hadden ze een strategie nodig en een superieur ambtenarencorps dat 70 procent verdient van hun soortgenoten in de marktsector. Ministers en topambtenaren verdienen er meer dan een miljoen, maar blijven loyaal aan de publieke zaak en zijn niet corrupt. Uit iedere vergelijking komt Singapore als een van de best bestuurde landen naar voren. Waar onze ‘leiders’ jammeren over economische krimp en kreunen over de onbespreekbaarheid van de pensioenleeftijd en het ontslagrecht, noteerde de stadstaat al weer double digits groei in het tweede kwartaal. Dat is geen geluk, maar beleid. Ligt in Singapore de straat open, dan werken bouwvakkers 7 dagen 24 uur om de zaak af te krijgen. Vergelijk dat met Nederland, waar de noeste werkers om half 4 weer in het busje stappen en een hele generatie schoolkinderen de musea van de hoofdstad niet kan bezoeken omdat ze niet kunnen, mogen of willen doormetselen.

Ik weet het, Singapore is een semidictatuur, en ze doen er heel flauw als je kauwgum op straat spuugt of drugs binnensmokkelt. Maar als we het dan toch over democratie hebben: wie is hier eigenlijk de baas? Balkenende of Brinkman? U, het middenveld of niemand?

Het meest verontrustende na tien maanden crisis is de zelfgenoegzaamheid van de boven ons gestelden. We doen het beter dan België en Bulgarije, logisch, maar betogen over het zo succesvolle ‘Rijndelta’-model bewijzen dat Den Haag de urgentie niet voelt. Zouden beter betaalde bestuurders en zelfverzekerde politici het lot van dit land kunnen verbeteren? Zou stoppen met zeuren over hoge inkomens de braindrain van talent beperken? Ik denk het wel. Laten we ons vastklampen aan de wijze woorden van Het Gezicht van Vereniging Arbeiders Radio Amateurs. „Ik ben niet voor de Balkenendenorm”, sprak Paul de Leeuw plagerig, „maar de Beatrixnorm”. Goed zo Paul. Da’s twee miljoen netto. En morgen gezond weer op!

Jort Kelder is journalist en tv-presentator.