Spionage bij Deutsche Bank voorbij?

Het spionageschandaal bij Deutsche Bank lijkt met een sisser af te lopen. Maar het gaat misschien wel allemaal wat al te makkelijk. De bank heeft zo te zien precies volgens het boekje op de zaak gereageerd. Zij heeft de toezichthouders gealarmeerd en waakzaamheid beloofd, in een poging te voorkomen dat soortgelijke affaires andere delen van het Duitse bedrijfsleven zouden treffen. Maar dit soort gebeurtenissen blijkt maar al te vaak schadelijker dan het bedrijf graag zou zien.

Uit een intern onderzoek is gebleken dat de veiligheidsdienst van Deutsche Bank tien jaar lang een lid van de raad van commissarissen, een kleine activistische aandeelhouder en twee anderen in de gaten heeft gehouden. De vier incidenten zouden op zichzelf hebben gestaan en de twijfelachtige methoden zouden vooral door ingehuurde veiligheidsmensen zijn toegepast. Deutsche heeft de hoofden van de afdelingen voor beleggersrelaties en de Duitse bedrijfsveiligheid als gevolg van de zaak ontslagen.

Te oordelen naar de tot nu toe naar buiten gekomen details lijkt het schandaal onschuldiger dan de affaires waarmee Deutsche Telekom en Deutsche Bahn te maken hebben gehad. Misschien was het beter geweest om het achterhalen van een foto van het individu dat dreigbrieven naar het management van Deutsche Bank verzond aan de politie over te laten. Maar de bank had een goede reden voor extra bezorgdheid. Haar topman was in 1989 vermoord.

Toch lijkt de claim van Deutsche dat de bank probeerde legitieme doeleinden na te streven een beetje gechargeerd. Het ging immers om het bespioneren van een lid van de raad van commissarissen, die ervan werd verdacht financiële informatie naar een journalist te hebben gelekt. Bovendien kon het vermoeden niet eens hard worden gemaakt. Het agressieve najagen van een complottheorie over een proceszieke belegger bleek ook geen resultaat op te leveren.

Niet iedereen is er van overtuigd dat alles nu naar buiten is gekomen. Een van de externe veiligheidsmensen die voorheen voor Deutsche heeft gewerkt, heeft erop gezinspeeld dat de bank veel meer doelen op het oog had, hoewel hij daarvoor geen hard bewijs heeft aangedragen. De twee ontslagen functionarissen hebben Deutsche voor de rechter gedaagd. De toezichthouders zetten hun onderzoek voort.

Als zich schandalen voordoen bij grote bedrijven, onderschatten de topmanagers aanvankelijk vaak tot hoe hoog in de organisatie de gevolgen daarvan kunnen doordringen. Het onderzoek op bevel van Deutsche-topman Josef Ackermann, uitgevoerd door een externe advocatenfirma, zou inderdaad alles boven water kunnen hebben gebracht. Maar op grond van de geschiedenis is het niet onredelijk je af te vragen of een paar overenthousiaste managers uit het middenkader werkelijk de enige en meest hooggeplaatste werknemers waren die een paar ethische of juridische grenzen hebben overschreden.

Jeffrey Goldfarb

Vertaling: Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com