Overheid frustreert tbs-maatregel zelf

Strafrechtadvocaten adviseren hun cliënten in voorkomende gevallen niet meer mee te werken aan onderzoek en rapportage om de kans op tbs zo klein mogelijk te houden (NRC Handelsblad, 29 juli). Het is een betreurenswaardige, maar ook begrijpelijke ontwikkeling.

De overheid heeft de afgelopen jaren uiteenlopende middelen ingezet om de tenuitvoerlegging van deze in potentie zo waardevolle maatregel te frustreren, variërend van langdurige bureaucratische procedures tot het eisen van risicotaxaties met instrumenten die nog steeds in geen van de gevallen de wetenschappelijke toets der kritiek kunnen doorstaan.

Het heeft ertoe geleid dat de gemiddelde duur van de maatregel ongeveer verdubbeld is, van ruim vier naar acht jaar, terwijl dat niets te maken heeft met een verbetering van de behandeling. Een aanzienlijk aantal tbs`ers zit jaren langer vast dan nodig is en als er al behandelingsresultaten zijn, worden die dikwijls daardoor weer tenietgedaan. Het belang van de behandeling is geheel ondergeschikt geraakt aan het belang van de beveiliging.

Ik meen echter dat ook de voor justitie rapporterende psychologen en psychiaters zich zouden moeten beraden over hun adviezen om tbs op te leggen. De ethische positie van de onderzoekers en rapporteurs Pro Justitia is altijd ambivalent, zo niet enigermate precair geweest: hoe de onafhankelijkheid en wetenschappelijke integriteit te bewaren tegenover de opdrachtgever die je activiteiten ook financiert?

Nu de Staat echter de tenuitvoerlegging van de maatregel zo ingrijpend beïnvloedt en aan banden legt, is het de vraag of de Pro Justitia-onderzoekers hun adviespraktijk nog wel kunnen verenigen met de beroepsethiek.

Het is naar mijn inzicht in strijd met de beroepsethiek van zowel de arts als de psycholoog om een behandeling te adviseren waarvan duidelijk is dat die niet meer volgens de regelen der kunst kan worden uitgevoerd en dus strijdig is met de belangen van de patiënt. En alleen dat belang wordt de arts geacht te dienen. Psychologische en medische hulp tijdens `gewone` detentie is tenslotte ook een optie.