Op pad met de vetpelgrims

Omdat de mens niet meer loopt, heeft hij vetzucht. Een beetje meer bewegen helpt al. Maar wat is het effect van véél lopen? Op naar Santiago!

Corrie Wimmers is 57 jaar, 1 meter 65 en 69,5 kilo. Als ze niet bang was om dikker te worden, zou ze graag stoppen met roken. Een collega van haar, altijd slank, kwam vijftien kilo aan.

Willem Klaassen is 63 jaar, 1 meter 91 en 80 kilo. Onder zijn blauw geruite overhemd zit nog verrassend veel vet. Toen hij trouwde, zegt hij, was hij 65 kilo.

Corrie Wimmers, een doktersassistente uit de buurt van Arnhem, is iets te zwaar. Haar BMI is 25,5 (zie kader pagina 20). Willem Klaassen, een gepensioneerd personeelsfunctionaris uit Rotterdam, heeft een hoge bloeddruk, 156 over 109. Tot voor kort rookte hij een pakje per dag. Ze zijn geen sportfanaten en zeker geen gezondheidsfreaks, een stuk boterkoek gaat er best in. Vandaar waarschijnlijk hun wat hoge cholesterolwaarden: 5,8 en 5,6.

Mensen zoals er zo veel zijn, gewend om zittend hun werk te doen, zich per auto te verplaatsen en te eten waar ze zin in hebben. Wat als zij in twaalf dagen tijd 280 kilometer gaan lopen, onder de Spaanse zomerzon, deels door de bergen, met hun bagage op de rug?

Een vraag van Frank Visseren, internist en epidemioloog, hoogleraar in het UMC Utrecht. Hij was in de vakantie van 2007 in het bedevaartsoord Santiago de Compostela en bedacht dat hij daar mensen zag doen wat bijna iedereen tot diep in de vorige eeuw altijd deed: heel veel lopen. Wat deed dat met hun bloedvaten en hun stofwisseling?

Frank Visseren, 43 jaar, 1 meter 92 en 92 kilo, BMI 25, is gespecialiseerd in vasculaire ziekten. Hij onderzoekt hoe vetcellen rond de organen in de buik door de hormonen en ontstekingsstoffen die ze afscheiden de bloedvaten kunnen laten dichtslibben en diabetes kunnen veroorzaken, en hartinfarcten, beroertes, bepaalde vormen van kanker, dementie.

Ziekten die epidemische vormen beginnen aan te nemen in het deel van de wereld waar altijd en overal goedkope calorieën voorhanden zijn en lichamelijke inspanning nauwelijks meer nodig is. Naar die omgevingsfactoren wordt al veel onderzoek gedaan, en ook naar effectieve methoden om mensen te laten afvallen. Maar hoe het mechanisme achter die ziekten precies werkt, dat is nog betrekkelijk nieuw terrein. Waarom scheiden vetcellen in de buik hormonen en ontstekingsstoffen af als ze groter worden? Hoe laten die stoffen de bloedvaten dichtslibben? Hoe maken ze het lichaam resistent tegen insuline, waardoor er op den duur diabetes ontstaat?

Vragen waar de medische wetenschap nog bijna geen antwoorden op heeft. Laat staan op de vraag wat ertegen gedaan kan worden.

Een half jaar geleden zette Frank Visseren met zijn groep The Santiago Study op – een volgende poging om iets van het mechanisme achter de ziekten te ontrafelen. Dertig gezonde mensen tussen de veertig en zeventig die al van plan waren om in juli 2009 de camino (pelgrimstocht) van de Noord-Spaanse stad Léon naar Santiago te lopen worden voor, tijdens en na de tocht onderzocht. Er is een controlegroep van dertig vergelijkbare mensen die de tocht niet lopen, maar dat wel zouden kunnen. Dat heet dan: een observationele studie naar de vasculaire en metabole effecten van een pelgrimage.

Wat zal het opleveren?

In de witte bestelbus naar Spanje

Eind juni, een week voor de tocht, presenteert internist in opleiding Remy Bemelmans aan zijn collega’s in het UMC Utrecht de voorlopige resultaten van de metingen in april en in juni. Een paar dagen later zal hij samen met vierdejaars student geneeskunde Paulus Blommaert in een witte bestelbus van de universiteit naar Spanje rijden om elke ochtend bij de lopers gewicht, pols en bloeddruk te meten, tailleomvang, cholesterol, triglyceriden (vetzuren) en glucose (bloedsuiker).

Bij de metingen in april en juni, in het ziekenhuis, zijn er ook echo’s van de binnenkant van de bloedvaten gemaakt, het endotheel. Bij mensen met veel grote vetcellen in de buik kan dat snel slechter gaan functioneren. Het zogenaamde slechte cholesterol (LDL) blijft plakken, de vaatwand wordt stijver, de bloeddruk gaat omhoog. Voor internisten is het functioneren van het endotheel een belangrijke indicatie voor de gezondheid van iemands bloedvaten.

Wat doet het endotheel bij gezonde, maar wat oudere mensen die opeens veel gaan lopen? Dat is niet bekend. De internisten van het UMC Utrecht weten uit de wetenschappelijke literatuur wel dat bij mensen met hartfalen het effect van beweging op het endotheel groot is: de vaten worden soepeler, de bloeddruk gaat omlaag. Bij gezonde jonge mannen die in militaire dienst zitten is dat effect er niet of bijna niet. Je kunt niet gezonder dan gezond zijn.

Remy Bemelmans, 31 jaar, 1 meter 88, 91 kilo, BMI 25,7, laat zien dat de lopers – vijftien mannen en vijftien vrouwen – in april gemiddeld 78,4 kilo wogen en in juni twee kilo minder. Hun taille is van 90,2 naar 89,5 centimeter gegaan, wat kan wijzen op minder vet in de buik. Nog voordat ze aan de tocht begonnen zijn.

Remy Bemelmans denkt dat de lopers zijn gaan trainen. Of dat ze minder eten, omdat ze vaak op de weegschaal moeten. In Spanje, zegt hij, zullen ze niet te horen krijgen wat ze wegen.

Frank Visseren: “Zijn de lopers andere mensen dan de mensen op de poli aan wie je straks op grond van de resultaten advies wilt geven?”

Remy Bemelmans: “Ja, want ze lopen de camino.”

Frank Visseren: “Stel dat blijkt dat het een goed effect heeft, wat wordt dan je advies?”

Remy Bemelmans: “Strikt genomen alleen dat ze zo’n effect kunnen krijgen door de camino te lopen.”

Frank Visseren: “Kan dat effect ook door het Spaanse dieet komen?”

Remy Bemelmans: “Dat kan.”

Voor wie nu denkt dat Frank Visseren zijn eigen studie onderuithaalt: dat hoort zo. Wetenschap bedrijven is hypothesen testen.

Willem Klaassen, de gepensioneerd personeelsfunctionaris, is vier jaar geleden in zijn eentje van Rotterdam naar Santiago gelopen, tentje op zijn rug. Hij viel twintig kilo af. Hij vertelt het kort voor de tocht, in het ziekenhuis. “Ik kon een keer twee dagen niet aan eten komen. De derde dag zag ik ’s morgens mensen in hun auto langsrijden en even later terugkomen. Ik dacht: daar ergens moet een winkel zijn.” Als een junk had hij brood en vleeswaren naar binnen gewerkt.

Corrie Wimmers, de doktersassistente, loopt voor de eerste keer, samen met haar man. “We zijn al naar zoveel landen geweest, nu maar eens dit.” Ze wijst naar haar buik. “Sinds mijn vijftigste ben ik elk jaar een kilo aangekomen. Ben benieuwd of ik ze nu kwijtraak. En of ze weg blijven.”

Vliegen naar Santiago

Half juli vliegt Frank Visseren met twee internisten in opleiding, twee onderzoeksverpleegkundigen en nog een internist naar Santiago. Ze willen er bij zijn als de lopers aankomen en ze zullen Remy Bemelmans en Paulus Blommaert helpen bij de laatste metingen in Spanje. Ze zijn nieuwsgierig. Hoe zal het met de bloeddruk van de lopers zijn? Hun cholesterol? Hun triglyceriden? Hun gewicht?

Frank Visseren denkt dat die allemaal omlaag zullen zijn gegaan.

’s Avonds, op de Plaza del Obradoiro, het eindpunt van de camino, ziet hij een van de lopers met open mond naar de gevel van de kathedraal staren. Het is Toon van Lieshout, 46 jaar, 1 meter 80, 88 kilo, BMI 27,2. Hij is een dag te vroeg aangekomen.

Frank Visseren: “Zie ik het goed dat je broek bijna afzakt?”

Toon van Lieshout: “Ik denk dat er wel vijf kilo af is.”

Frank Visseren: “Minder gegeten?”

Toon van Lieshout: “Nee hoor. Elke avond zulke borden spaghetti, patat en vlees. En altijd taart na. En veel wijn hè.”

Frank Visseren: “Ooit eerder zo veel gelopen?”

Toon van Lieshout: “Nooit.”

De eerste dagen is hij heel ziek geweest, zegt hij. Diarree en hoge koorts. Hij had nooit gedacht dat hij het eind zou halen.

Remy Bemelmans en Paulus Blommaert vertellen dat een paar mensen na de eerste dag al vroegen of hun bagage in de bus mee mocht. En konden zij niet vast in het volgende dorp plaatsen in de herberg voor hen reserveren? “Na twee dagen hebben we gezegd dat ze het echt allemaal zelf moesten doen”, zegt Remy Bemelmans.

’s Middags en ’s avonds leek het wel après ski, zegt hij ook. “Bij aankomst bier. Wijn kwam standaard bij het menu. Daarna brandy. Ze hadden het erg gezellig met elkaar.” Bijna niemand die er niet aan meedeed.

De volgende ochtend, bij het ontbijt in Café Sport, klapt hij zijn laptop open en laat hij aan Frank Visseren en Stan Janssen (de andere internist) voorlopige resultaten van de metingen tijdens de tocht zien, tot de laatste stop voor Santiago. Frank Visseren zit te wippen op zijn stoel.

De bloeddruk van de dertig lopers blijkt iets omhoog te zijn gegaan, naar gemiddeld 144 over 85. Het gewicht was bij de eerste meting in Léon bij de meeste mensen hoger dan bij de laatste meting in het ziekenhuis, gemiddeld 78 kilo. De dagen erna daalde het naar iets onder de 77. Daarna ging het weer omhoog. “Vreemd”, zegt Frank Visseren.

“De tailleomvang is wel afgenomen”, zegt Remy Bemelmans. “Gemiddeld met twee centimeter.” Het kan wijzen op minder vet in de buik en meer spieren – die zijn relatief zwaarder. Dan klikt hij door naar de volgende tabel en zegt: “Dit is heel leuk.”

De cholesterolwaarden blijken gemiddeld ongeveer 20 procent te zijn gedaald. Daarbinnen is het LDL, het slechte cholesterol dat gemakkelijk aan de vaatwanden blijft plakken, 30 procent gedaald. “Waanzinnig”, zegt Frank Visseren. “Bij kortdurende beweegstudies hebben we dit nog nooit gezien.”

Remy Bemelmans: “Het is de meest relevante waarde.”

Frank Visseren: “Het hardste resultaat dat je wilt bereiken.”

Remy Bemelmans: “Dit krijg je anders alleen met statines.”

Statine is een cholesterolverlagend middel. Stan Janssen doet alsof hij een spandoek omhooghoudt: “SANTIAGO BETER DAN STATINES.”

Dan begint het onderuithalen. Dat dit allemaal niks zegt zolang de resultaten van de controlegroep er niet zijn. Dat het nog maar de vraag is of het LDL over twee weken nog steeds zo laag is. Dat het uiteindelijk om het effect op het endotheel in de bloedvaten gaat. Onderweg kunnen geen echo’s worden gemaakt, dus daar zullen de internisten pas in Utrecht achter kunnen komen.

En stel dat het waar is dat twaalf dagen 280 kilometer lopen in de Spaanse zomerzon het LDL langdurig omlaag zou laten gaan, dan nog is een behandeling met statines goedkoper. “18 euro per jaar”, zegt Frank Visseren.

Met de bus naar de herberg

Op weg naar de Plaza del Obradoiro, waar de andere 29 lopers worden verwacht, zegt Visseren dat strikt genomen de controlegroep ook naar Spanje had moeten komen en dat die dan iedere dag met de bus van herberg naar herberg had moeten gaan. Hetzelfde voedsel, dezelfde slaapzalen, dezelfde snurkende pelgrims.

“Dan meet je alleen de effecten van het bewegen” , zegt hij. “Maar dan hadden we de lopers beter in het laboratorium op een loopband kunnen zetten.” En dat is niet het echte leven.

Er zijn drie onderwerpen waar de lopers op het plein voor de kathedraal over praten: hun blaren, het eten van de avond ervoor (soep, mosselen, een groot stuk vlees, frites, taart en fruit, voor 11 euro) en de vraag of ze zijn afgevallen. Morgenochtend, bij de laatste meting in Spanje, zullen ze het te horen krijgen.

Internist in opleiding Daniël Faber – 32 jaar, 1 meter 93, 72 kilo, BMI 19,3 – vertelt dat afvallen door te bewegen langzaam gaat, maar wel veel gunstige veranderingen in de stofwisseling met zich meebrengt. Zelf fietst en tennist hij, hij is de enige van de artsen die mager is. Aan dikke patiënten met beginnende diabetes type 2 (ook wel oudersdomsdiabetes, al begint de ziekte steeds vaker al op jonge leeftijd) raadt hij altijd aan om hun gewicht met 10 procent te verminderen. “Lukt bijna nooit.”

In Texas en Florida is al bijna 40 procent van de mensen obees, zegt hij.

In de zitkamer van het hostel

De dag erna, om zeven uur ’s morgens, zetten de internisten in de zitkamer van hun hostel hun onderzoeksspullen klaar voor de laatste meting tijdens de reis. Tegen negenen komt Willem Klaassen binnen, in een blauw T-shirt met een gele pijl erop. Zulke pijlen staan langs de wandelpaden naar Santiago.

Hij weegt nu 78 kilo. Zijn bloeddruk is 154 over 96. Zijn cholesterol is van 5,6 naar 4,2 gegaan. Hij straalt.

Corrie Wimmers, die de vorige avond vrolijk dronken is geworden, komt om kwart voor tien binnen op slippers – ze heeft een dikke voet. Haar man heeft blaren van zijn hielen tot zijn tenen. Zij weegt nu 69 kilo. “Een halve kilo?” zegt ze. “Nou ja, het voelt wel strakker.” Ze wrijft over haar heupen.

Ze begint over de chocoladecroissants die ze hier ’s morgens voor haar ontbijt nam, in plaats van de bruine boterham thuis. De frites die ze ’s avonds kreeg, ook bij de rijst. “Groente krijg je hier niet”, zegt ze. “Geen tomaat gezien.”

Ze lacht. Natuurlijk, ze deed het voor haar gezondheid. Maar de lol van het lekkere eten en drinken was toch belangrijker. “Hoe zit het met mijn cholesterol?” vraagt ze aan Daniël Faber, die bij haar de metingen doet.

“Lager”, zegt Daniël Faber. “Je triglyceriden zijn wat hoger. Dat kan door de alcohol van gisteravond komen.”

Hij lacht ook. “Wat mij betreft is het helemaal goed, hoor. Prima.”

Twee weken later, in het ziekenhuis in Utrecht, weegt Corrie Wimmers nog steeds 69 kilo. “Vroeger was ik 59”, zegt ze, terwijl Remy Bemelmans haar hartslag meet. “Dat lukt me nooit meer.” Haar vakantie is voorbij, ze is weer aan het werk, maar ze loopt nog wel veel. Alleen gisteren niet, toen had ze het te druk. Bij de boterhammen met kaas die ze na het onderzoek krijgt, zegt ze dat de wandeltocht eigenlijk meer een kroegentocht was. “Alleen lagen de kroegen wat ver uit elkaar.”

Willem Klaassen weegt nu 79 kilo, zijn bloeddruk is 140 over 90 – een flinke daling. “Ik ben wel moe”, zegt hij. “Dat komt, je staat ’s morgens op, je gaat zitten en je denkt: tja.”

Remy Bemelmans: “In Spanje stond je op en ging je lopen.”

Willem Klaasen: “Was ik eerst ook moe, maar na een uurtje niet meer.”

Remy Bemelmans: “Wat nu?”

Willem Klaassen: “Ik heb besloten om volgend jaar naar Rome te lopen. Ik ben al begonnen met trainen.”

Wordt vervolgd als alle resultaten van het onderzoek bekend zijn, voorjaar 2010.