Nu besteelt zelfs de agent Daoud

Aangemoedigd door politici tonen Italianen verbaal en non-verbaal hun afkeer van immigranten. „Iedere dag is oorlog. Ze bijten ons toe op te rotten.”

Vier jaar geleden maakte de Marokkaan Daoud Bennasser (40) de levensgevaarlijke oversteek van Libië naar het eiland Lampedusa. „Een tocht tussen leven en dood, langs dobberende schoenen en kleren van immigranten die waren verdronken.” Deze dagen is de schoenenverkoper op het plein voor het Romeinse metrostation Anagnina opnieuw bang. Hij is illegaal in Italië en zal vanaf morgen extra hard worden aangepakt, zo stelt de regering.

Een nieuwe veiligheidswet maakt het clandestien verblijf van honderdduizenden immigranten als Bennasser strafbaar. Ze riskeren een boete van 5.000 tot 10.000 euro en onmiddellijke uitzetting.

Bennasser wijst om zich heen naar de verkopers op het hete asfalt voor het metrostation. „Wij zijn allemaal illegaal en allemaal bezorgd. Als de wet echt gaat functioneren, moeten we misschien vertrekken.” Volgens de schoenenverkoper – groene ogen, verlegen glimlach – is met het aantreden van de regering Berlusconi het klimaat veranderd. „Dit is een racistische regering.”

Hij wijst op de militairen die honderd meter verderop bij de bushalte staan. Ze maken deel uit van de drieduizend soldaten die de regering vorig jaar heeft ingezet om de veiligheid te bevorderen. „Elke dag is het oorlog tussen ons en hen. Ze bijten ons toe op te rotten naar ons eigen land.” Agenten in burger bezoeken regelmatig zijn kraam, vragen wat iets kost en grissen dan de hele handel mee. „Al zeker twintig keer ben ik alles kwijtgeraakt. Ik heb duizenden euro’s verlies geleden.”

Ook Italiaanse burgers zijn de laatste tijd minder vriendelijk dan vier jaar geleden. „Ze kijken me niet meer aan, willen niet meer naast me in de metro zitten.” Ze worden volgens Bennasser door de regering tegen de buitenlanders opgejut. De groeiende agressie van het publiek is voornamelijk verbaal. Maar soms gaat het vreselijk mis. Zoals met de Indiër die vorig jaar in brand werd gestoken toen hij sliep op een bankje op het station van Nettuno bij Rome. In Napels werd deze week een jongerenbende ingerekend die op immigranten joeg. Ze hopten van bus naar bus, beroofden buitenlanders en sloegen ze in elkaar. Vergelijkbare fenomenen zijn in Noord-Italië gesignaleerd.

Paolo Ciani van de katholieke gemeenschap San Egidio in Rome, die veel steun verleent aan immigranten, is net als Bennasser bezorgd. „De nieuwe veiligheidswet draagt bij aan de criminalisering van de immigrant.”

De waardering voor migranten daalt al sinds 2003. Uit onderzoek van de krant La Repubblica blijkt dat nog 43 procent van de Italianen positief oordeelt over buitenlanders, in 2003 was dat 60 procent. 45 procent van de Italianen vindt dat migranten verantwoordelijk zijn voor de vermeende toename van het geweld in de samenleving. En 74 procent meent dat Italianen voorrang moeten krijgen bij het verkrijgen van een woning, gezondheidszorg, uitkeringen of overheidsbanen.

„Migranten voelen zich steeds meer een gebruiksobject in plaats van onderdeel van de maatschappij”, zegt Pierluigi Dovis, directeur van de katholieke organisatie Caritas in Turijn. „Ze voelen zich in toenemende mate bedreigd door de Italianen en de overheid.”

Volgens Dovis zijn Italianen niet racistischer dan voorheen, maar wel onzekerder en banger voor de toekomst. Ook middenklassengezinnen die vroeger maatschappelijk en economisch alles konden doen wat ze wilden, vrezen buiten de boot te vallen. Ze zijn daar als de dood voor.

De politiek slaagt er niet in deze gevoelens van angst en onzekerheid bij de bevolking te controleren en te sturen. „De heersende klasse – links en rechts – heeft het contact met het volk verloren. Alleen als de politiek hele populistische maatregelen neemt, volgt het volk nog. De economie gezond maken blijkt moeilijker dan buitenlanders de schuld geven.”

Juist daarom gaan politici volgens Dovis steeds vaker voor in verbaal geweld. Vooral vertegenwoordigers van de anti-immigratiepartij Lega Nord spelen deze kaart. In Milaan vroeg de lokale politicus Matteo Salvini drie maanden geleden om aparte metrowagons voor geboren en getogen Milanezen. Viceburgemeester Giancarlo Gentilini van Treviso zei vorig jaar op een partijbijeenkomst van de Lega Nord: „Hoezo moskeeën? Laat de moslims in de woestijn gaan bidden en pissen.” Zelfs premier Berlusconi liet zich ontglippen: „Milaan en Rome lijken wel Afrika.” Gevraagd naar het waarom van die uitspraak voegde hij er aan toe: „Ik vroeg mezelf af of dit het toekomstig Italië is dat de Italianen willen: het antwoord is nee.”

Uitspraken die tot voor kort onacceptabel waren, worden door de politiek in de samenleving geïnjecteerd, druppel voor druppel. Vaak worden ze gedaan om vervolgens als grap weer te worden ingetrokken, maar ze hebben wel hun effect op de publieke opinie.

„Er is sprake van gewenning”, stelt de geneticus Guido Barbujani die een pamflet schreef met als titel Ik ben racist, maar ik probeer ermee te stoppen. „Gewenning, en dat in een cultuur die de wreedheid van de twintigste eeuw heeft meegemaakt en dus zeer op zijn hoede zou moeten zijn. Kun je nagaan wat het risico is voor de toekomstige generaties.”

Met de veiligheidwet wordt de strijd tegen misdaad grotendeels gelijkgesteld met de strijd tegen immigratie. Schoenverkoper Bennasser weet het zeker: „Er stroomt Hitlerbloed door de aderen van de Lega Nord-politici.” Hij volgt elke avond op het journaal wat voor harde uitspraken en maatregelen er tegen immigranten worden gepresenteerd. Hij kijkt met zijn kamergenoten, en wacht af. Bennasser wil zo lang als hij kan in Italië blijven. „Teruggaan naar Marokko betekent de kans op een mooie toekomst laten schieten.”

Ook morgen staat hij weer twaalf uur lang bij het metrostation om er 15 euro te verdienen. Net genoeg om te eten en het bed te betalen in een kamer waar hij met tien anderen slaapt. „Het volstaat om de droom voorlopig nog levend te houden.”