Niet aan beginnen

De canon is oorspronkelijk een reeks van katholieke gebeden, en ook een lijst van heilige geschriften; in ieder geval een begrip van godsdienstige oorsprong. Als gelovig mens was je verplicht zo’n canon te kennen, hoe geloviger hoe grondiger. Verder is een canon een soort koorzang waarbij je op overluisterbare manier door elkaar zingt. Op de lagere school heb ik er een klein beetje ervaring mee opgedaan: het Vader Jacob, slaapt gij nog.

Intussen heeft het woord veel meer betekenissen gekregen. Je hebt de literaire canon van meesterwerken die iedereen gelezen moet hebben; de canon van de vaderlandse geschiedenis, van grote gebeurtenissen die iedereen moet kunnen opdreunen, van de honderd of tweehonderd belangrijkste Nederlanders aller tijden. Die is een jaar of acht geleden vastgesteld. Wordt het niet tijd om de mutaties te noteren? Maar hoe dan ook, de canon is langzamerhand tot een verzamelbegrip geworden.

Is de Top Tien een canon? Het is een lijst van nummers uit de popmuziek, de klassieken, een reeks boeken en het is ook een rangorde. Wat op nummer één staat is het populairst. Dat is geen statisch gegeven. Zo’n nummertje gaat na zekere tijd de meeste mensen de keel uithangen, mensen die graag lezen hebben dat boek verslonden en uitgeleend, er wordt verder gecomponeerd en geschreven en zo ontstaat er een nieuwe Top Tien. Dat is de canon van de vergankelijke roem. Als er bijvoorbeeld iedere kwart eeuw nieuwe heilige geschriften waren verschenen, had je in dat genre ook een soort top tien gehad.

Als een schrijver, een componist, een musicus het eenmaal tot de Top Tien heeft gebracht, is het voor zo iemand zaak daar zo lang mogelijk te blijven. Zo is er opnieuw een element aan de canon toegevoegd: dat van de wedijver. Hoe overtreffender je bent, hoe groter de kans dat je zo lang mogelijk een hoge plaats bezet houdt. Dat betekent over het algemeen: meer roem, dus meer geld. Maar dat hoeft niet.

Deze tijd is behalve die van van alles en nog wat, ook weer de tijd van de kampioenschappen, het vaststellen van de rangorde. In de jaren twintig van de twintigste eeuw was dat ook gebruikelijk: het wereldkampioenschap paalzitten, hamburgers eten, dansen tot je erbij neervalt, in alles kon je kampioen worden. En nu weer. Ieder mens heeft in al zijn bezigheden een plaats in een rangorde. Onvermijdelijk. De een kan vlugger zijn veters strikken dan de ander, om een nederig werkje te noemen. Dat zal niemand een zorg zijn. Maar een nationaal kampioenschap zo lang en ingewikkeld mogelijk om de zaak heen praten kan ik me wel voorstellen.

Daar is nu nog iets bijgekomen. Je hoeft er niet meer je best voor te doen om in dit of dat kampioen te worden. Dat maken anderen voor je uit. Zo kan een reclamebureau met het ergerniswekkendste televisiespotje de Loden Leeuw verdienen. Het lelijke, het irritante, het weerzinwekkende, het negatieve in het algemeen heeft zijn eigen onbedoelde kampioen gekregen.

Nu heeft een columnist van de Volkskrant, Rob van Vuure, terloops geopperd, een canon van de honderd irritantste Nederlanders op te stellen. Is dat een goed idee? Ik denk dat hij in ieder geval een gat in de markt heeft ontdekt. Nergens ter wereld ergeren zoveel mensen zich aan zoveel andere mensen als bij ons, en nergens anders willen de geërgerden dat ook zo graag laten weten. Iedereen heeft wel een particuliere top tien van haar/zijn persoonlijke antipathieën. Maar een top honderd? Dat is veel. Het lijkt me dat je dan je persoonlijke ellendelingen in categorieën moet verdelen. Bijvoorbeeld tien familieleden, tien mensen die in de buurt wonen, tien cabaretiers, tien columnisten, tien Bekende Nederlanders, enzovoort. Mij dunkt dat het nog een heel werk is om aan de honderd te komen. Maar aan de andere kant: onderschat de nationale wederzijdse weerzin niet.

Nemen we het denkbeeld serieus. Hoe moet het dan worden aangepakt? Via een website. Weerzinwekkendstenederlander.nl. Moet je daarbij alleen tien of honderd namen invullen of ook een verklaring geven? Een korte toelichting lijkt me binnen het kader van het project niet te versmaden. Maar moet het ook worden uitgevoerd? Moeten we werkelijk via de digitale democratie iemand opzadelen met het kampioenschap Weerzinwekkendste? Iemand tot vermaak van de natie op de virtuele mestkar hijsen? Die kampioen heeft ook zijn vrouw, zijn kinderen, zijn eer. Vervloek uw kandidaat particulier, maak desnoods binnen uw vriendenkring een top tien. Maar mijd de openbaarheid, er wordt al genoeg gescholden.