Musea duurder en toch voller

Hoe duurder het kaartje van een museum is, des te sneller gaan mensen erheen. Dat zou je kunnen concluderen uit de jongste cijfers over museumbezoek in Nederland.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat een museumkaartje in tien jaar tijd 70 procent duurder is geworden. De Nederlandse Museum Vereniging reageert met het bericht dat musea die bij de vereniging zijn aangesloten, veel meer kaartjes hebben verkocht, van tien miljoen in 2003 naar veertien miljoen in 2008.

Kaartjes veel duurder, toch meer bezoekers. Hoe kan dat? Volgens Bert Boer van de museumvereniging zijn musea de laatste jaren aantrekkelijker geworden. Hij stelt dat musea voorheen vooral aan hun bewaartaak dachten. Of er mensen kwamen, was minder belangrijk. Mede onder druk van de overheid – die hamert op cultureel ondernemerschap – zijn musea hun publiekstaak serieuzer gaan nemen. Dat heeft geloond. Daarvoor moest echter wel veel worden gebouwd, verbouwd en uitgebreid; kosten die deels werden doorberekend in de kaartjes. Boer: „Museumbezoek blijft echter een redelijk goedkoop uitje.”

Tegelijkertijd melden zeven Leidse musea dat hun derde zomeractie met gratis kinderkaartjes een groot succes is: 20 procent meer bezoekers. Dit terwijl minister Plasterk (Cultuur) onlangs afzag van het plan om musea gratis te maken voor kinderen, omdat dit te weinig effect zou sorteren.

Volgens Boer zijn de Leidse cijfers hiermee niet in tegenspraak: „Musea gratis maken heeft in het begin zeker effect. Maar als het nieuwtje eraf is, ebt dat effect weg. Volgens ons onderzoek zou het aantal bezoekende kinderen met 10 procent stijgen. Dat zou de overheid 50 euro per binnengehaald kind kosten. Dat is te veel.”

Er zijn 1,8 miljoen basisscholieren in Nederland die jaarlijks 3,2 miljoen museumkaartjes kopen. Gemiddeld gaan ze twee keer per jaar. Maar de kaartjes zijn ongelijk verdeeld: 65 procent van de gezinnen bezoekt nooit een museum.