Morele plicht

Bert van Marwijk rekent op de morele plicht van Real Madrid. Het kan niet dat een speler als Rafael van der Vaart geblokkeerd wordt, zegt de bondscoach. „Rafael moet naar een goede club waar hij weer aan voetballen toekomt.”

Voetbal en moraliteit? Voor Bert van Marwijk is de combinatie vanzelfsprekend, maar in de grote wereld gelden andere wetten. Daar heeft morele superioriteit de klank van geld en bloeddorst. Naast momenten van grote schoonheid staan Real, Inter, AC Milaan ook garant voor gebroken levens. Mensen al even inwisselbaar als beddenlakens. Een geweten als Bert van Marwijk zou zich verhangen in zo’n kluwen van belangen en intriges. In de lugubere hooghartigheid van presidenten en managers.

Wreed is het lot van Rafael van der Vaart. Heel wreed.

Hij mocht dus van de clubleiding niet mee op een overzeese oefentrip. Niet eens op de bank, niet eens in de tribune. Gewoon achtergelaten in Madrid. Dan hebben we het niet meer over een belediging, dan hebben we het over een karaktermoord. De Madrileense straathond Rafael van der Vaart.

Wat zou Royston Drenthe – die wel mee mocht – meer hebben dan de begenadigde international? Dreadlocks en praatjes, veel meer kan het niet zijn. Dat ze daar in Emmen gevoelig voor zijn: alla, maar toch niet bij De Koninklijke? Zo weelderig was de haartooi van Zinédine Zidane in zijn gloriedagen ook niet. En Alfredo di Stefano heeft zijn halve leven met een kalend hoofd geschitterd. De transfer van Drenthe naar Real kon niet anders dan het gevolg zijn van een zinsverbijstering.

Die van Van der Vaart niet.

Rafael maakte grote indruk in de Bundesliga. Quasi in zijn eentje droeg hij het elftal van HSV. Een stilist met haar op de tanden. In nauwelijks een half jaar al clubicoon. De enige voetballer in de Duitse competitie waar Bild niet tegenop kon. En de altijd zo schietgrage Franz Beckenbauer ook niet. Eindelijk een Hollander die Duitsers leerde knielen. Met dank ook aan Sylvie, natuurlijk. Zij hoefde maar drie keer te ademen om geheel onaantastbaar te worden in immense populariteit.

Als Real Madrid roept, dan ga je. Dus ook Rafael van der Vaart kon niet nee zeggen tegen het aanzoek. Zeker voor hem, als halve Spanjaard, was de Koninklijke het hoogste in een voetballeven. Daar kwam bij dat hij dan zijn oude Spaanse opa in de buurt had. Die verdiende wel wat achterstallig onderhoud. De familiegevoelige vedette heeft zo mogelijk nog meer tederheid dan genialiteit in de wreef. Voor zijn opa, voor zijn ouders, voor Sylvie. Voetballer zonder buitenissigheden.

Ook apart: Van der Vaart is een teamspeler. Hem hoor je niet etteren wegens te weinig balletjes in de soep. Zelfs als bankzitter houdt hij de groepsspirit intact. Je ziet hem dan treuren, maar altijd zonder grimassen van verongelijking. Misschien was dat wel zijn probleem in Madrid: niet statusgevoelig genoeg.

Te lief en te braaf.

Van Spaanse clubs weet je: liefde voor vreemden duurt nooit lang. Mark van Bommel werd bij Barcelona afgedankt nog voor hij goed en wel was ingeburgerd. Rafael van der Vaart maakt nu hetzelfde mee in Madrid. En als ik Arjen Robben of Wesley Sneijder was, zou ik de reparatie aan de dakgoot nog even uitstellen. Verloren geld.

De aankomst van Klaas Jan Huntelaar in Milaan zorgde uiteraard voor de klassieke gekte. Fellini blijft duren in het land van Berlusconi. Zag Klaas Jan er gelukkig uit? Nee, hij zag er niet gelukkig uit. Nu was hij in een vorig leven ook niet bepaald een vlammenwerper van zelfontploffende vreugde, maar zo zuinig als in Milaan had ik hem nog niet eerder zien glimlachen. Hij stond er met het mondje van een freule, helemáál niet spitsvaardig.

Gelouterd in Madrid, allicht.

Het strekt bondscoach Van Marwijk tot eer dat hij de Spaanse ballingen niet laat vallen. Ook hij mag zich geschoffeerd voelen door het Madrileense schervengericht. Ineens zit hij met een handvol gekwetste ego’s in zijn selectie. Of toch jongens met een gedeukt zelfvertrouwen. Zo vrolijk als ze eens waren, krijgt hij ze niet meer terug.

Over het sociale karaat van voetbal maakte ik mij allang geen illusies meer. Maar het proletengedrag van Real Madrid is een brug te ver. Dat inrichtende machten en morele instanties het ook nog goed vinden steekt. Een foute transfer kan altijd, maar alles wat in de buurt komt van een genocide keer ik de rug toe.

Dan maar pingpong.