Mijnreus raakt steeds verder in verval

Alarmerend is de toestand in de Zuid-Afrikaanse mijnbouw. Terwijl de wereld weer begint te hongeren naar grondstoffen, slinkt daar almaar de productie, vooral de goudproductie.

Eind van de werkdag bij de Mponeng-goudmijn. De kompels hebben hun helmen nog op als ze de zwaar beveiligde toegangspoort van de mijn even ten westen van Johannesburg uitdruppelen. De nachtploeg is met de razendsnelle lift dan alweer onderweg naar beneden. Zestien meter per seconde om op bijna vierduizend meter onder de grond aan het werk te kunnen. Mponeng, het paradepaardje van AngloGold Ashanti in het mineraalrijke Western Deep, is sinds begin dit jaar de diepste mijn ter wereld. „Warm daar”, lacht de Zimbabweaan Lovemore Chirenje, wachtend op de bus naar huis. Het kwik loopt in de mijn op tot een ondraaglijke 60 graden Celsius, maar een geavanceerd buizensysteem waardoor tonnen ijs naar beneden worden gepompt, brengt de temperatuur terug tot 30 graden. „De koeling heeft het gelukkig nog nooit begeven, je moet er niet aan denken wat er anders gebeurt”, zegt een mijnwerker uit Lesotho.

„180 dagen zonder ongeval”, meldt een groot bord nabij de ingang van de mijn. „Dit is de veiligste mijn van Zuid-Afrika”, staat op een spandoek even verderop. Mocht de stroom uitvallen, wat in Zuid-Afrika nogal eens gebeurt, dan heeft Mponeng een gasturbine die genoeg elektriciteit voortbrengt om de mijnwerkers naar boven te halen.

Toch vielen in 2008 in alle Zuid-Afrikaanse mijnen samen 177 doden. Maar in 1984 waren dit er vijf keer zo veel. „De Zuid-Afrikaanse mijnen zijn sinds het eind van de apartheid in 1994 aanzienlijk veiliger geworden”, zegt vicepresident Johan Viljoen van AngloGold Ashanti. Al meer dan dertig jaar werkt hij bij AngloGold, dat in 2004 fuseerde met Ashanti Goldfields. Viljoen was tot voor kort algemeen manager van de Mponeng-mijn. Tegenwoordig opereert de bonkige Afrikaner vanuit een opgeruimd kantoor in de nabijgelegen stad Potchefstroom. Af en toe gaat hij nog naar beneden. Volgens hem bewijst Mponeng dat diepe mijnen veilig kunnen zijn én relatief goedkoop. Want voor 222 Amerikaanse dollar per ounce wordt het goud naar boven gehaald. Dat is volgens hem minder dan wat het delven bij sommige makkelijker toegankelijke goudmijnen kost.

Viljoen is er trots op dat ‘zijn’ mijn dit jaar het Guinness Book of Records heeft gehaald. Het diepterecord is echter uit noodzaak geboren: de mijnbouw in dit deel van Zuid-Afrika dateert van begin jaren zestig van de vorige eeuw en loopt langzaam op zijn einde. „Ik verwacht dat we hier nog twintig, dertig jaar de hoeveelheden goud naar boven kunnen halen die we nu produceren en dan is het op”, zegt Viljoen. Hij broedt op een manier om nóg dieper onder de grond te kunnen. Met minder mensen en meer machines. Zo verminderen de arbeidskosten en wordt de kans op ongelukken kleiner. „Ik moet een ton stenen naar boven halen om zes gram goud te krijgen. Dat kan efficiënter”, zegt hij.

De Zuid-Afrikaanse goudindustrie heeft bijna 170.000 mensen in dienst en is, met een bijdrage van 2,5 procent aan het bbp, een van de pijlers van de Zuid-Afrikaanse economie, maar de goudproductie is al lang geleden haar hoogtepunt gepasseerd. In 1970 haalde Zuid-Afrika tweederde van de wereldproductie (duizend ton goud per jaar) naar boven, vandaag de dag een tiende en is het land zijn rol als marktleider kwijt. Zuid-Afrika is derde op de ranglijst van grootste goudproducenten, na China en de Verenigde Staten.

De afgelopen drie jaar was de krimp in de Zuid-Afrikaanse goudmijnbouw zelfs drastischer dan in de laatste drie decennia. De industrie kreeg te maken met een forse toename van de ontginningskosten. De ertshonger van opkomende economieën als China en India joeg de tarieven voor diesel, elektriciteit, staal, technisch personeel en explosieven de hoogte in. De goudwinning, duur en complex omdat de ertslagen diep liggen, kwam onder druk te staan. Daarbij kwamen stroomstoringen en capaciteitsproblemen bij het nationale elektriciteitsbedrijf Eskom. Nieuwe ontginningsprojecten moesten worden afgelast.

De krimp bleef niet beperkt tot de goudindustrie. De hele mijnbouw in Zuid-Afrika, belangrijk leverancier van diamant, platina, chroom en steenkool voor de wereldmarkt, presteerde slecht. Zuid-Afrika is met concerns als Anglo Platinum en Impala Platinum de grootste producent van platina ter wereld, een edelmetaal dat in autokatalysatoren verwerkt wordt. Het is ook de grootste producent van chroom, bestemd voor de staalnijverheid, en de belangrijkste leverancier van steenkool voor Europa. „Het land is een van de weinige spelers in de internationale mijnindustrie die er niet in geslaagd zijn te profiteren van de voorbije hausse in de grondstoffenmarkt”, staat onomwonden te lezen in het jongste jaarverslag van de Chamber of Mines, de Zuid-Afrikaanse werkgeversvereniging die 85 procent van de mijnbranche vertegenwoordigt.

Hoe komt dat? „Zuid-Afrika heeft dat in eerste instantie aan zichzelf te wijten”, zegt Peter Leon, hoofd van de afdeling mijnadvies bij advocatenkantoor Webber Wentzel in Johannesburg. Regelgeving heeft volgens hem voor onzekerheid gezorgd. Hij noemt de Mineral Act, die in 2003 aan de basis lag van de ‘Black Economic Empowerment’, om zwarten en andere, tijdens de apartheid achtergestelde bevolkingsgroepen een grotere rol te geven in de economie. Mijnbouwbedrijven werden verplicht om vóór 2014 een kwart van hun aandelen te verkopen aan zwarte eigenaren. „Onzekere eigendomsrechten demotiveren mijnbouwers”, zegt Tony Robson, mijnanalist bij zakenbank BMO Capital Markets. Investeringen blijven dan achterwege, legt Robson uit.

Cijfers van de Chamber of Mines bevestigen dat. In 2004 was er een terugval met 20 procent, in 2005 met 13 procent.

De spectaculaire hausse van de grondstoffenprijzen zwengelde de investeringen weer aan: 43 procent in 2006, 26 procent in 2007. „Investeerders hebben ook leren leven met de nieuwe realiteit van de black empowerment”, zegt Leon. Toch leidde de instroom van vers geld niet tot meer output. De totale mijnproductie dáálde: met 1,6 procent in 2006, 0,8 procent in 2007, 7,5 procent in 2008 en met bijna 10 procent in het eerste kwartaal van 2009 wanneer ook in Zuid-Afrika de mondiale crisis heeft toegeslagen. Oorzaken, volgens de Chamber of Mines: mijnsluitingen wegens veiligheidsproblemen, ontoereikende haven- en spoorweginfrastructuur, haperende elektriciteitsvoorziening, strengere milieuwetten en, bij een hoge werkloosheid van 23,5 procent, een acuut tekort aan geschoolde arbeidskrachten.

„Niet alleen de goudindustrie, de hele mijnbouwsector is al een tijdje in verval en dat is alarmerend”, zegt Leon. De black empowerment bewerkstelligde volgens hem dat de ene elite voor de andere werd ingeruild. Niet de arme zwarte massa profiteerde van de minerale rijkdommen, maar een handvol zwarte zakenmannen met goede politieke connecties met regeringspartij ANC. „Zij werden als nieuwe aandeelhouders plotsklaps multimiljonair.”

De mondiale recessie doet de druk op de regering toenemen om in te grijpen. Mijnconcerns als Anglo Platinum en Lonmin schrapten sinds de ineenstorting van de grondstoffenprijzen zomer 2008 al 25.000 banen. Tijdens een verkiezingsmanifestatie in maart, nabij de platinamijnen in de noordelijke Limpopo-provincie, waarschuwde ANC-leider Jacob Zuma dat de regering licenties zou intrekken als de mijnbedrijven niet meer zouden doen om lokale gemeenschappen bij te staan. „Mijnbedrijven pikken de rijkdom van het land in, terwijl ze niets doen voor de mensen”, zei Zuma onder gejuich van de opgetrommelde ANC-kiezers. Later zwakte hij die woorden af, maar na diens verkiezing tot president riep de voorzitter van de jeugdliga van het ANC, de invloedrijke Julius Malema, Zuma op om de mijnsector te nationaliseren. Zijn oproep werd gesteund door vakbeweging Cosatu en de South African Communist Party, de twee belangrijkste steunpilaren van het ANC.

De Zuid-Afrikaanse minister voor de mijnindustrie, Susan Shabangu, ontkende dat nationalisatie aan de orde is. Maar de geest was uit de fles en secretaris-generaal Gwede Mantashe van het ANC, die eerder de vakbond voor mijnwerkers leidde, verklaarde dat het tijd werd om in openheid over nationalisatie te debatteren.

„Ik geloof niet dat die oproep toeval is”, zegt Peter Leon. Ze viel samen met de beslissing van de Zuid-Afrikaanse regering om een staatsbedrijf, dat in de jaren vijftig werd opgericht om belangen in de mijnindustrie te nemen, nieuw leven in te blazen. Leon vermoedt een verborgen agenda. „Ik ben argwanend.”

Een staatsmijn die banen creëert kan een politieke hefboom zijn voor Zuma om op de economie meer greep te krijgen. Ondanks het slechte economisch gesternte heeft hij tenslotte beloofd voor het eind van zijn presidentschap in 2014 vier miljoen nieuwe banen te scheppen. Zuma heeft te maken met sociale onrust, met ongeduldige kiezers die beloond moeten worden. Stakingen zijn aan de orde van de dag. Op het nippertje kon onlangs een staking vermeden worden in de goudindustrie door een loonsverhoging van 9 tot 10,5 procent toe te staan. „De bonden weten dat ze ons in deze lastige tijden moeten steunen”, zegt Johan Viljoen van AngloGold Ashanti. „Bij ons is niet gestaakt en de eisen waren bescheidener dan in andere sectoren.”

Voor de mijnwerkers is de looneis nog niet genoeg. „Wij verdienen 4.000 rand (351 euro) per maand”, zegt de Zimbabweaan Chirenje van de Mponeng-mijn wachtend bij de bus. „En als je beseft hoeveel miljoenen er aan de top verdiend worden, dan hebben wij nog een lange weg te gaan.” Dreigend voegt hij eraan toe: „De Zuid-Afrikaanse mijnbazen moeten beseffen dat de apartheid voorbij is en dat het voor hen nooit meer zo makkelijk geld verdienen zal zijn als vroeger.”