Magiër onder popmuzikanten

Necrologie

Willy DeVille had een stem als een scheermes. Zijn punkband Mink Deville droeg bij aan de canon van de tijdloze blanke soul.

Toverkracht was het geheime ingrediënt van zijn muziek, zei Willy DeVille in 1995 in een interview met deze krant. De zanger, die gisteren op 55-jarige leeftijd in New York overleed aan kanker, was een magiër onder muzikanten. In 1976 maakte zijn groep Mink Deville deel uit van de punkexplosie die vanuit de New Yorkse club CBGB’s de wereld veroverde. Meer dan de Ramones en Talking Heads liet Willy DeVille zich leiden door de passie van rhythm & blues, latin en soul, genres die doorklonken in de hit Spanish stroll. Met zijn stijlvolle verschijning werd hij een popster met een missie, die klassiekers als You better move on van Arthur Alexander afwisselde met zelfgeschreven soulballads als Love and emotion.

Het debuutalbum Cabretta van Mink Deville sloeg in als een bom. Met de schijnbaar banale popsong Little girl eerden ze de monumentaal vormgegeven bubblegumpop van Phil Spector en met eigen songs als Venus Of Avenue D en Mixed up, shook up girl droegen ze bij aan de canon van tijdloze blanke soul. Muziek die tot een vervlogen tijdperk leek te behoren, kreeg nieuwe levenskracht van een gepassioneerde dandy met een stem als een scheermes. Met deze zanger viel niet te spotten, wist iedereen die de broodmagere Willy DeVille voor het eerst bij TopPop, of later op Pinkpop zag.

‘New wave’ werd de muziek gedoopt, maar DeVille wist als geen ander dat hij schatplichtig was aan oude helden als soulzanger Ben E. King, songschrijver Doc Pomus en Phil Spectors arrangeur Jack Nitzsche, die de eerste drie Mink Deville-albums produceerde. Het keurslijf van de groep werd DeVille eind jaren tachtig te krap, toen hij alsmaar moest uitleggen dat ‘Mink’ niet zijn naam was en hij tegen alle modes in de Amerikaanse muziektraditie wilde eren. Na de hit Demasiado corazon ging hij solo en verhuisde hij naar New Orleans, de stad die hij als zijn spirituele geboorteplaats beschouwde.

Op de cd’s Victory Mixture en Loup Garou werkte hij met New Orleans-coryfeeën als Doctor John en Allen Toussaint, en onderzocht hij het voodoo-ingrediënt dat volgens hem de grondslag was van alle popmuziek. Muziek uit het grensgebied van Texas en Mexico werd een van zijn nieuwe interesses, onder meer met zijn mariachiversie van de door Jimi Hendrix bekend gemaakte folksong Hey Joe. Excessen met drank en drugs maakten hem minder betrouwbaar als de scherpe performer die hij ooit was. Terwijl hij een moeizame relatie met platenmaatschappijen onderhield, bleef hij in Europa een graag geziene gast op de podia.

Willy DeVille kon zich voordoen als een Puerto-Ricaanse gangster, een beroepspokeraar uit het zuiden van de VS of een voodoopriester met Indiaanse roots. Passie en authenticiteit stonden voorop in zijn muziek, ook als hij een simpele blues speelde of een sentimenteel liefdeslied zong. Hij was de zanger die blues en soul voorbij het punktijdperk tilde; de redder van de rhythm & blues die zelf helemaal niet geloofde in nieuwlichterij. „Stap een willekeurige disco binnen”, vertelde hij in 1995, „en je ziet een publiek dat zich in een trance aan het werken is. Die seksuele razernij is zo oud als de wereld. Pure voodoo, als je het mij vraagt.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Willy DeVille

In de necrologie Magiër onder de popmuzikanten (8 augustus, pagina 9) over popmuzikant Willy DeVille staat een fout geboortejaar. Hij is in 1950 geboren en zou op 25 augustus 59 zijn geworden.