Machtige mensen houden van regeltjes

Mensen met macht lossen morele dilemma’s op een andere manier op dan mensen zonder macht: ze baseren zich meer op regels en kijken minder naar de gevolgen. Dat hebben psychologen van de universiteit van Tilburg vastgesteld (Journal of Personality and Social Psychology, augustus).

Lange tijd was het gangbare idee in de psychologie dat mensen tijdens hun jeugd een ontwikkeling doormaken waardoor ze steeds beter over morele dilemma’s leren nadenken – en dat ze dat dan ook doen, dat nadenken dus, als ze een moreel dilemma tegenkomen. Maar de laatste decennia is duidelijk geworden dat mensen het grootste deel van de tijd helemaal niet nadenken. Morele dilemma’s zijn daarbij geen uitzondering. Mensen blijken ook daarin vaak op hun intuïtie af te gaan: ze hebben heel snel een gevoel over wat goed is om te doen.

En dat ‘gevoel’ kan dus te maken hebben met de vraag of iemand het gevoel heeft dat hij macht over anderen kan uitoefenen of niet. Dat toonden de psychologen aan in een reeks heel verschillende experimenten. In sommige lieten ze hun proefpersonen rollenspelen doen waarin ze de rol van machthebber of ondergeschikte vervulden. In andere activeerden ze bij hen alleen gevoelens van macht of machteloosheid, door hen eerst een woordpuzzeltje te laten maken met woorden als invloed, macht en autoriteit erin, of juist ondergeschikt, machteloos, afhankelijk.

Telkens bleek dat mensen met een gevoel van macht aan regels hechten. Als ze een meisje moesten adviseren dat meer zin had om met een nieuwe vriendin naar het theater te gaan dan om een oude vriendin te helpen, dan kon die volgens de mensen met macht beter zeggen ‘je moet nieuwelingen altijd vriendelijk verwelkomen’ dan ‘anders voelt dat nieuwe meisje zich eenzaam’. Als het meisje toch besloot om haar oude vriendin te helpen, vonden de mensen met macht dat ze tegen de nieuwe beter ‘belofte maakt schuld’ kon zeggen dan ‘mijn vriendin heeft hulp nodig’. Uit andere experimenten bleek ook dat mensen met macht beloningen en straffen het liefst volgens de regels uitdeelden. Er was één uitzondering, zo bleek: als de regels iemand met macht benadeelden, dan koos die er wel voor om ze te omzeilen.

Over het algemeen dienen regels om de bestaande machtsstructuren te stabiliseren, schrijven de psychologen; daarom hechten mensen met macht er zo aan. Mensen zonder macht zijn juist geneigd om naar de uitkomst van een moreel dilemma te kijken, omdat ze er baat bij hebben om eventuele onrechtvaardigheden bloot te leggen. Wat ook meespeelt: mensen met macht nemen de wereld over het algemeen op een wat meer abstracte en stereotiepe manier waar dan mensen zonder macht, was al uit eerder onderzoek bekend.

De psychologen benadrukken dat ze niet hebben aangetoond dat macht mensen corrumpeert. Een gevoel van macht verandert slechts de manier waarop mensen nadenken – of beter gezegd, de manier waarop ze niet nadenken. Over de uitkomsten zegt dat niks.