Liever een Museumpark dan een Museumplein

„Het is moedig dat de stad volhardt in het verlangen naar een plein van allure”, aldus het hoofdredactioneel commentaar van 4 augustus over het Museumplein in Amsterdam. Of het moedig is, weet ik niet. Voor zover ik weet kiest Amsterdam dan voor de derde keer voor een ander Museumplein. Het is elke keer veel gedoe en het kost veel geld. Nu ook weer: 75 miljoen.

Ik denk dat het ook nu niks wordt, want het plein moet zich volgens het gemeentebestuur kunnen meten met het Mu-seumsinsel in Berlijn en het Museumsquartier in Wenen (NRC Handelsblad, 31 juli). Hier toont het Amsterdamse gemeentebestuur last te hebben van minderwaardigheidsgevoelens.

Volgens mij zijn de architecten helemaal niet uit op een mooi plein. Er moet hoogwaardige horeca komen (wat is dat toch?), er moeten 5 miljoen toeristen per jaar naartoe, het moet elk jaar 1,25 miljard euro gaan opbrengen. En ze gaan dat doen door het plein aan te passen aan de wensen van deze tijd. Waarvan niemand weet wat die inhouden.

Maar ook dat wordt niks, want de intussen volgens die architecten alweer ‘gedateerde bankjes en lantaarns’ worden vervangen. Door bankjes en lantaarns die over vijftien jaar ook weer gedateerd zullen zijn?

Wethouder Carolien Gehrels (PvdA) bemoeit zich graag met het ontwerp. Zo ziet zij een mooi waterkunstwerk op het Concertgebouwplein voor zich. De ruzies kondigen zich al aan.

Ik zou zeggen: maak van dat plein, dat veel te groot is voor een plein, een park. Maak het gezellig, daar houden toeristen van, en zorg er in elk geval voor dat die beschuitbus die gedeeltelijk boven de grond uitsteekt en het Van Gogh Museum is, achter een flinke rij bomen aan het zicht wordt onttrokken.

De gemeente praat over een tienjarig project. Dan kan het wedijveren met de ongelooflijke duur van bijvoorbeeld de vernieuwing van het Rijksmuseum. Kijken wie het eerste klaar is.

Jan Dirk de Block

Hilversum