Kosten en baten van immigratie: de feiten graag

Het afgelopen jaar groeide de bevolking van Nederland met 76.000 zielen. Bijna twee derde van de bevolkingsaanwas ontstond door de instroom en het geboorteoverschot van niet-westerse immigranten. Dit baart sommigen zorg. Het lid Fritsma van de Tweede Kamerfractie van de Partij voor de Vrijheid (PVV) heeft de regering gevraagd om een overzicht waaruit blijkt hoeveel geld de overheid uitgeeft ten bate van allochtonen en hoeveel die groep in vergelijking daarmee bijdraagt aan het vullen van de schatkist.

Woordvoerders van andere kamerfracties reageerden direct afwijzend. Zij zijn kennelijk beducht dat de voorspelbare uitkomst van de gevraagde exercitie – migranten met een niet-westerse achtergrond vormen per saldo een forse kostenpost – PVV-fractievoorzitter Wilders en de zijnen munitie gaat opleveren bij hun kruistocht tegen de ‘islamisering van Nederland’. Een andere verklaring voor de ophef is er niet. Want Fritsma vroeg naar gegevens die in beginsel zonder probleem beschikbaar zijn.

Al sinds 1981 publiceert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) regelmatig over het profijt dat groepen burgers van de overheid hebben. Uit deze rapporten is onder andere bekend in welke mate diverse typen huishoudens gebruik maken van collectieve voorzieningen. Het wekt weinig verbazing dat huishoudens met kinderen beter af zijn dan alleenstaanden, doordat ouders profiteren van de onderwijsuitgaven voor hun spruiten. Gezinnen met kinderen toucheren bovendien meer woonsubsidies. Verdelingen zijn eveneens beschikbaar per inkomensklasse. Huishoudens met de laagste en de hoogste inkomens blijken het meeste profijt van overheidsvoorzieningen te hebben. De armen ontvangen vooral inkomenssteun en betalen weinig voor gezondheidszorg. Veelverdieners profiteren veel meer dan evenredig van fiscale faciliteiten voor het eigen huis, ze maken het meeste gebruik van culturele voorzieningen en hun kinderen nemen vaker deel aan het hoger onderwijs. De rijken betalen natuurlijk ook veel meer belasting. Door tevens rekening te houden met door huishoudens betaalde belastingen en sociale premies kan het SCP voor elke onderscheiden groep het netto profijt van de overheid berekenen. Ruim vijf jaar geleden verscheen het meest recente rapport, met een beschrijving van netto profijtverdelingen in 1999. Begin volgend jaar verwacht het bureau een vervolgstudie te publiceren, nu op basis van gegevens voor 2007.

Het SCP beschikt over tal van achtergrondkenmerken van huishoudens, zoals hun samenstelling, bron en hoogte van het inkomen, en leeftijd. Uit de gebruikte gegevensbestanden is ook bekend welke huishoudens zijn te rekenen tot de eerste en de tweede generatie immigranten met een niet-westerse achtergrond. Het kabinet kan de PVV dus op haar wenken bedienen door aan het SCP te vragen in de komende profijtstudie – naast de gebruikelijke profijtverdelingen naar inkomensklassen – voor het eerst bovendien een verdeling te geven van het netto profijt dat autochtone en allochtone huishoudens ontlenen aan overheidsmaatregelen.

Zo’n cijferexercitie blijft natuurlijk een momentopname van de situatie in het jaar 2007. Voor een volledig beeld zouden het profijt dat huishoudens hebben van collectief gefinancierde voorzieningen en de door huishoudens afgedragen collectieve lasten over een lange periode, bij voorkeur de gehele levensloop, moeten worden samen geteld.

In 2003 heeft het Centraal Planbureau (CPB) zulke gestileerde berekeningen van de kosten en de baten van immigratie gemaakt. Het CPB berekende dus het netto profijt over het gehele leven. Gemiddeld gesproken kosten niet-westerse immigranten de overheid (een hoop) geld. De gemaakte becijferingen leren bijvoorbeeld dat een niet-westers gezin – man en vrouw 25 jaar oud, met twee kinderen van 0 en 5 jaar – voor de overheid per saldo een kostenpost van 230.000 euro betekent. Hierbij is het toekomstige profijt in de vorm van uitkeringen, gebruik van onderwijs en zorgvoorzieningen contant gemaakt, uitgaande van de gemiddelde kenmerken van mensen met een niet-westerse achtergrond die zich in het verleden al in Nederland hebben gevestigd. Mensen die naar Nederland komen in het kader van gezinshereniging of als asielzoekers, ontvangen dus bij aankomst gemiddeld genomen een bruidsschat die kan oplopen tot een kwart miljoen euro of meer. Zij profiteren meteen volop van het pakket voorzieningen van onze verzorgingsstaat, zonder dat zij veel belasting en sociale premies zullen betalen.

Het SCP publiceerde niet eerder een profijtverdeling voor immigranten, maar is daartoe goed in staat. De berekeningen van het CPB kunnen zonder veel moeite worden geactualiseerd. De resultaten, die niet wezenlijk zullen verschillen van de eerder gepubliceerde uitkomsten, zullen door de vragen van de PVV veel meer de aandacht trekken dan zes jaar geleden het geval was. Het immigratiedebat zal er door aan scherpte winnen. Prediker wist al: wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. De cijfers van de planbureaus kunnen worden gebruikt als argument tegen het huidige immigratiebeleid. Ze bieden ook steun aan de door sommige waarnemers bepleite wachtperiode, waarin verse immigranten niet direct toegang krijgen tot alle voorzieningen van de verzorgingsstaat.

Voorstanders van een betrekkelijk ruim toelatingsbeleid voor migranten gruwen van dit vooruitzicht. Maar ook zij zullen moeten erkennen dat er een grens is aan het sociale en economische draagvermogen van het ontvangende land, wanneer nieuwkomers daaraan per saldo niet blijken bij te dragen.

Hopelijk wordt het debat op basis van de straks beschikbaar komende cijfers zakelijk en zonder vooringenomenheid gevoerd.