Kenia-verdachten nog vast

Het Openbaar Ministerie (OM) mag de vier terreurverdachten die anderhalve week geleden Kenia zijn uitgezet, de komende veertien dagen nog vasthouden. Dat heeft de rechter-commissaris in Rotterdam gisteren besloten.

De vier 21-jarige mannen zijn vorige week aangehouden in Kenia door lokale autoriteiten. Het gaat om drie Nederlanders en een Marokkaan met een Nederlandse verblijfsvergunning. Eén van de Nederlanders is van Somalische komaf. De mannen zouden met een gehuurde truck naar een jihadistisch trainingskamp in Somalië hebben willen gaan, om zich aan te sluiten bij de strijd van de Somalische opstandelingenbeweging Al-Shabaab (‘de jeugd’). Ze zouden zelf bij hun aanhouding hebben gezegd dat ze daar als toeristen waren.

Kenia heeft de vier mannen op het vliegtuig naar Brussel gezet. Woensdag heeft België hen aan Nederland overgedragen. De verdachten hebben met die overlevering ingestemd. Justitie verdenkt het viertal van deelname aan een terroristische organisatie en het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Deelname aan een trainingskamp is op zichzelf geen strafbaar feit, zei een woordvoerder van het OM gisteren.

Eerder maakte justitie bekend dat de vier „al in het vizier waren” van de gemeente Den Haag en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Na hun aanhouding heeft het OM daarover een ambtsbericht van de AIVD gekregen. „Ze waren al bekend om hun jihadistische overtuigingen”, zei een woordvoerder van het OM eerder deze week.

De advocaat van één van de verdachten, Bart Nooitgedagt, zei gisteren in een reactie dat hij het „verbazingwekkend” vindt dat zijn cliënt nog langer vast wordt gehouden op basis van de informatie die Nooitgedagt tot nu toe heeft bereikt. De verdachten zitten ‘in beperkingen’, dat houdt in dat zij geen enkel contact met de buitenwereld mogen hebben buiten de gesprekken met hun advocaat. De advocaat mag daarover niets naar buiten brengen.

Nooitgedagt verdedigt de 21 jarige Driss D. uit Den Haag. Victor Koppe, de raadsman van één van de andere verdachten, noemt diens vervolging „een nieuw dieptepunt in de strijd tegen terreur”. Raadsheer Ronald van der Horst sluit „op voorhand geen belastende details uit” maar noemt het dossier „heel dun”.

Hij zegt het „onbegrijpelijk” te vinden dat zijn cliënt op basis daarvan langer vast wordt gehouden. „Voor deze maatregelen moeten er toch veel sterker aanwijzingen zijn dan nu het geval is.” Het is in Nederland makkelijker om terreurverdachten langer vast te houden dan verdachten van andere delicten en misdrijven.