'Ik noemde haar Ma'

Hans Brinkman (1941) was vijf toen zijn moeder overleed. Daarna werd hij het lievelingetje van zijn stiefmoeder.

‘Op de dag van mijn eerste communie ontmoetten we haar voor het eerst: Nelly Jorna. Ze kwam uit Friesland. Mijn vader had van tevoren gezegd dat we ons netjes moesten gedragen en haar geen brutale vragen mochten stellen. Na de kerkdienst zat ons huis vol visite, maar ik herinner me Nels indrukwekkende verschijning nog. Ze was een dame. Ze had ook een kadootje voor me meegebracht.

„Kort daarna zei mijn vader dat hij met Nel ging trouwen. Zij woonde toen nog in Leeuwarden, waar ze een goeie baan had. Ze had ook best wat geld: haar familie was niet onbemiddeld en ze kreeg een weduwenpensioen van haar eerste man, die een jaar na hun huwelijk was overleden.

„Mijn vader was ook alleen. Na de oorlog waren we met ons gezin van Amsterdam naar Eindhoven verhuisd. Een arts had gezegd dat het klimaat daar goed zou zijn voor mijn broer Hank, die aan astma leed. Het werd een mislukking. Mijn vader werkte bij Philips en zette zoals altijd zijn schouders eronder, maar mijn moeder werd nog depressiever dan ze al was. Ze raakte op tilt en verdween urenlang uit huis. Dan werd ik opeens door mijn vader naar bed gebracht. Op een dag werd ik wakker en was er een enorme drukte, een komen en gaan van mensen. Mijn moeder had een ongeluk gehad, werd er gezegd. De volgende dag op de speelplaats riepen de kinderen: „Hé, jouw moeder is dood!” Zo gaat dat, hè.

„Van de begrafenis weet ik alleen nog dat we aan het eind allemaal om de kist heen liepen om afscheid te nemen. Een tante heeft me die avond mee naar Amsterdam genomen, en van de maanden daarna herinner ik me niets. Blanco. Ik weet pas weer dingen vanaf het moment dat de anderen ook terug in Amsterdam waren. We kregen een nieuw huis. Mijn vader pakte zijn werk bij een motorenfabriek weer op.

„Ik denk dat de kerk hem met Nel in contact heeft gebracht, dat de pastoor als een soort koppelaar is opgetreden. Mijn vader was zo katholiek als maar kon, en hij had weinig sociale contacten. Zijn gezin, zijn baan en zijn geloof, daar bestond zijn leven uit.

„Het huwelijk met Nel was in Leeuwarden. De weken ervoor had mijn vader zich zo uitgesloofd om onze woning voor haar op orde te maken, dat hij tijdens het knielen voor het altaar zó onderuit ging. Hij werd op een stoel gezet, en zo zijn ze getrouwd. Op de foto varen we terug naar Enkhuizen, de dag erna. ‘Huwelijksreis!!! Met vier kinderen…’ schreef mijn vader achterop. Typisch een grapje voor hem, een beetje cynisch. En niet eens al zijn kinderen staan erop, want Hank zat op dat moment in Zwitserland.

„Thuis begon voor ons een ander leven. Mijn vader droeg het huishouden volledig aan Nel over en zij stelde nieuwe regels. Met mes en vork eten. Handen wassen. Niet met volle mond praten. Wij kenden dat allemaal niet. Ze vond ons als één front tegenover zich.

„Achteraf vind ik dat mijn broers en zussen te hard over Nel geoordeeld hebben. Ze moest de competitie aangaan met mijn moeder, die in hun ogen steeds volmaakter werd. Voor mij lag dat anders. Ik was vijf toen mijn moeder overleed, en ik had niet zo’n binding met haar. Ik speelde het liefst op straat. Mijn broers en zussen zagen me vooral als een lastpak, een ettertje. Maar toen Nel en ik eenmaal aan elkaar gewend waren, werd ik haar lieveling. Ik noemde haar ook geen Nel, zoals de anderen bleven doen. Ik noemde haar Ma.”

Hij is alleen dezer dagen – zijn vrouw is al naar hun tweede huis in Frankrijk. In het hoogseizoen vindt hij het daar minder prettig. En hier is genoeg te doen. Golfen. Varen met het motorbootje. Kinderen en kleinkinderen opzoeken en helpen waar het nodig is. Het huis is piekfijn aan kant.

Heeft u een suggestie voor een familiefoto met verhaal?

Mail naar weekblad@nrc.nl