Column

Grafmachine

Het hoogtepunt van de jaarlijkse Gaypride was de over het water wandelende Arie Boomsma, naakt met alleen een Linda voor zijn kruis. Arie was in trance, zwaaide niet naar het domme volk langs de kant, maar ging geheel op in zichzelf.

Als hij tijdens de wandeling iets van zijn concentratie had verloren, was hij ongetwijfeld gezonken in het water van de Amsterdamse Prinsengracht. Het was verbazingwekkend dat niemand hem zag. Iedereen was gefocust op de boten vol uitbundige nichten en stoere lesbo’s. Ik zag hem. Ik zag Arie wandelen. Ik was de enige die Arie zag wandelen. Arie was nog niet voorbij of ik werd op mijn schouder getikt. Els Iping, onze eigen stadsdeelvoorzitter. Ze vroeg wat ik in mijn hand had.

„Een dildo”, antwoordde ik spontaan. Ik zei dit omdat ik de vraag nogal dom vond. Het was namelijk een duidelijk zichtbaar biertje. Hoe ik aan dat biertje kwam? Gewoon uit mijn koelkast! Of ik dat kon bewijzen? Kwam het niet van het café op de hoek? Dan was het café namelijk in overtreding en kon de kroeg zijn deuren binnenkort voor altijd sluiten.

Ik keek de schat aan en vroeg van welke planeet ze kwam. Of ze wel wist in welk dorp ze voor buurtburgemeestertje mocht spelen. En ik vroeg of het waar is dat er autootjes rondrijden met daarin ambtenaren die foto’s maken van terrassen waarop mensen staan te drinken en dat die foto’s bij het proces-verbaal gevoegd worden. En hoe ze aan die ambtenaren kwam? Oude Oost-Duitse Stasihonden? Welke Amsterdammer wil dat nou doen? Mensen die een centimeter buiten de terrasgrens staan te drinken op een schijfje vastleggen zodat de kroegbaas een forse boete krijgt? Ik vroeg haar of zij dit had verzonnen of er in elk geval haar fiat aan had gegeven.

Ik waarschuwde haar nog om niet met een gedoogbeleid te komen, „Gewoon kappen met de vertrutting van onze hoofdstad”, brieste ik, „in de stad waar de homo’s mogen neuken in de bosjes van het Vondelpark moet je gewoon een biertje op de stoep van het café kunnen drinken! En de Jordaan hoeft helemaal geen stiltegebied te worden. Gewoon een wijk vol kroegen, restaurantjes en een hoop reuring. En als ik een taxi neem, hoef ik niet via de maan naar huis en Amsterdam moet weer gaan leven. De musea moeten met spoed open, de metro moet gaan rijden, de verzakte panden moeten gered…”

Ze was al doorgelopen. Ik had geen trek meer in mijn pilsje en ging naar binnen om vanachter mijn raam te wachten op Gordon, onze opperhomo die iedere nichtenparade weer zo vrolijk uit de kast komt. Ik hoopte op iets met een kerstmannenpak, zodat ik dan heel hard kon gaan lachen. Die dekselse Gordon! Wat is het toch een doerak.

Maar hoe lang ik ook wachtte: geen Gordon! Tot bijna middernacht heb ik naar een verlaten Prinsengracht zitten loeren. Hij zal ons toch niet in de steek laten? Er moet iets gebeurd zijn! Later hoorde ik dat hij bevangen was door een nogal heersend griepje en ik ben inmiddels in onderhandeling met mijn verzekeringsmaatschappij over de door mij te claimen schade. Een Gordonloze Gaypride is geen Gaypride en ik lijd er psychisch dan ook heel erg onder.

Ik hallucineer en zie de raarste dingen. Werd in mijn dromen al drie keer overreden door een graafmachine.
Hoorde onlangs dat bijna alle Nederlandse graven door kleine graafmachines worden gegraven. Arbokwestie. De graafmachine staat tijdens de begrafenis discreet geparkeerd achter een schutting. Zo gauw de familie weg is, komt hij de kuil dichtgooien. Grappig. Misschien was Ferdi’s graafmachine ook wel onderweg naar de plaatselijke begraafplaats?

Toch is dit een dood die je in eerste instantie niet gelooft. Als hij bij het ongeluk ook nog zijn pink had verloren, was de cirkel helemaal rond geweest. Maar een dood als deze kan niet waar zijn. Dat juist hij geschept is. Dan zal dat verhaal van de over het water wandelende Arie ook wel echt gebeurd zijn.