'Een goed product is als een vogel'

Ontwerper Dick van Hoff presenteerde onlangs in Milaan het productielabel Weltevree.

Dick van Hoff in Arnhem, in de werkplaats van zijn productielabel Weltevree. Rechts onderdelen van zijn betonkachel ‘Stonestove’. beeld Thijs Wolzak Wolzak, Thijs

Hoe zag uw ouderlijk huis eruit?

„Ik herinner me een onsamenhangende verzameling meubels zonder esthetische lading. We hadden steenstrips aan de muur en ergens hing een door mijn vader geschilderd landschapje. Het was vooral gezellig, een warm nest. Mijn vader was etaleur, mijn moeder huisvrouw. Zij deden alles om het mijn zus en mij naar de zin te maken. Tekenen, kleien, knutselen – als kind van vier liep ik al met een hamer en spijkers in de rondte. Kunst? Nee, dat interesseerde mij geen bal.”

Wanneer werd u zich bewust dat voorwerpen worden ontworpen?

„Pas toen ik een jaar of 22 was. Met mijn handen was ik handig, maar aan leren had ik een broertje dood. Ik heb eerst lbo bouwtechniek gedaan en daarna mts etaleren en decoreren. Als ik meubels nodig had of een surfplank, dan maakte ik die gewoon zelf. Maar dat het ontwerpen daarvan een vak was, daar kwam ik pas achter door het lezen van Domus, een Italiaans designtijdschrift.

„Een collega van mijn vader wees me op de kunstacademie in Arnhem. Een hbo-opleiding, dat had in mijn familie nog niemand gedaan. Ik dacht: ik probeer het een jaar. En lukt het niet, dan word ik met net zoveel plezier standbouwer.

„Door mijn vooropleiding was ik handiger dan de meeste studenten. Maar wat ik als vormgever wilde, dat ontdekte ik pas in het derde jaar. Van de docente filosofie moest ik opschrijven waarom ik ontwerper wilde zijn. Jakkie. Ik had zo’n afkeer van theorie, ik las nooit een boek. Na een gesprek raadde de docente me allerlei teksten aan van filosofen en designtheoretici. Potverdorie, opeens las ik dingen waar ik het zo ontzettend mee eens was. Toen zag ik het nut van lezen wel in en ben ik er echt voor gegaan.”

Wat is het geheim van een geslaagd ontwerp?

„Dat het vanzelfsprekend is en toch eigen. Je ziet een nieuw product en denkt: dit had er altijd al moeten zijn. Vorm om de vorm, dat is flauwekul. Esthetiek ontstaat uit functie en gebruik. Kijk naar een oude stoommachine. Het ontwerp daarvan is gebaseerd op feitelijkheden en calculaties. Daardoor is zo’n ontwerp helemaal in balans. Een goed product is als een vogel. Die heeft ook geen veer te veel aan zijn lijf.”

Kan een ontwerp gelukkig maken?

„Zeker. Ik heb het bijvoorbeeld met de kratmeubels van Gerrit Rietveld. Ik heb er net zelf een paar gebouwd. Maar designproducten met een hoop poeha eromheen, daar kan ik driftig van worden. Een stoel is om op te zitten. De meubelbeurs in Milaan met al die hippe, met het seizoen veranderende stoelen, voor mij is het een hel.”

Ontwerpt u daarom houtkachels en een keukenmachine die met de hand moet worden aangedreven?

„We omringen ons met steeds meer apparaten met een stekker eraan. Elektrische tandenborstels, waarom in godsnaam? Met luxe machines zonder stekker wilde ik onze afhankelijkheid van elektriciteit ter discussie stellen.

„Veel vernieuwingen zijn geen verbeteringen. Stel je hebt het koud. Naar de schuur lopen om hout te halen, een fikkie stoken, die moeite is een kwaliteit. Je wordt je bewust waarmee je bezig bent. Dat is toch beter dan gedachteloos de thermostaat opdraaien en voor de tv gaan hangen? Van mijn betonkachel heb ik met opzet een sta-in-de-weg gemaakt. Het is de bedoeling dat ie een prominente plek in huis afdwingt.”

Hoe zou u uw ontwerpstijl in twee zinnen beschrijven?

„Ik kijk kritisch naar de maatschappij en probeer eenvoudige gebruiksvoorwerpen met veel ziel te ontwerpen.”

Van welk ontwerp heeft u spijt?

„Ik ben afgestudeerd op wasbakken van vilt. Nu zeg ik: aanstellerige producten, een materiaalstunt zonder wezenlijke vernieuwing. Design als mode, dat is mijn grootste angst.”

Welke ontwerper inspireerde u?

„In Milaan heb ik de studio van de overleden Italiaanse ontwerper Achille Castiglione bezocht. Ter inspiratie verzamelde hij putdeksels en andere onopvallende gebruiksvoorwerpen. Géén design, die houding sprak me aan. Mijn echte held is Jean Prouvé, een geniale Franse ontwerper. Van zijn meubels krijg ik kippenvel. Maar met zijn oeuvre voel ik zoveel verwantschap dat ik met opzet afstand houd. Ik heb geen boek van hem in de kast staan. Ik wil de vrijheid houden mijn eigen ding te doen. Als ik nu een stoel zou ontwerpen die op een stoel van Prouvé blijkt te lijken, zou ik daar geen probleem mee hebben.”

Wat zou u graag ontwerpen?

„Een boot. Op het water gaat alles langzaam, word je een ander mens. Om dezelfde reden rijd ik in een oude Land Rover. Die gaat niet harder dan 85.”

Wat is het mooiste compliment?

„Dat de mensen die mij kennen me een oprecht mens vinden. En ik hoop dat ze zien dat ik me met hart en ziel inzet voor de dingen die ik maak.”