Een broodje pensioenaap

De Nederlandsche Bank (DNB) schat dat het opkrikken van de buffers van ruim driehonderd pensioenfondsen ten koste zal gaan van onze economie, eind 2013, dus over vier jaar. Dan komt het totaal van wat wij voortbrengen aan goederen en diensten 0,75 procentpunt lager uit door de herstelplannen.

Dat is een vreemd verhaal. Alsof de hoofdeconoom van DNB kampeert in Tibet, onbereikbaar is, en een vakantiekracht zijn kans schoon zag om afgelopen maandag een huiveringwekkend verhaal de wereld in te slingeren. Een broodjeaapverhaal, een geestig, angstig of wat dan ook verhaal met een kern van waarheid, vakkundig verpakt in onzin. Zie broodjeaap.nl. Dit is geen broodjeaaplink!

De fondsreserves daalden sterk door de recessie. Aandelen, rente, vastgoed, valuta, grondstoffen en wat al niet gingen diep door de knieën. Daardoor kan je stellen dat er misschien onvoldoende in kas zit om tot in lengte van tientallen jaren de beloofde pensioenen uit te keren. De verhouding tussen het fondsvermogen en de verplichtingen moet minimaal 105 procent zijn. Daar ziet DNB op toe.

Stijgen de genoemde beleggingen weer in waarde, wat bijna altijd het geval is, dan komt het vanzelf weer goed. Maar daar wil de bank niet op wachten, want je bent niet zeker van een herstel. Daarom moeten de werknemers en werkgevers over de brug komen met miljarden euro’s.

Die komen volgens de redenering van DNB niet in de economie terecht. Vreemd. Dat geld wordt niet verbrand of geëxporteerd naar het buitenland, maar blijft via de pensioenfondsen in onze economie, op de een af andere manier. Macro-economisch gezien is er niets aan de hand. Alleen lopen de geldstromen anders.

Een ander bezwaar is de lange termijn: 2013. Dan zuchten we vast onder een andere crisis. Bijvoorbeeld inflatie (hogere prijzen), door de miljarden die overheden wereldwijd in de economieën pompen. En dat is gunstig voor de pensioenfondsen. ‘Ieder nadeel heeft zijn voordeel.’

Wel is duidelijk dat je voor de lange termijn niet helemaal en altijd op je pensioenfonds kan vertrouwen. Misschien is de fondsopzet van meer dan een halve eeuw oud verouderd. Daarom de volgende tips.

1. Geniet elke dag, niet pas na je pensionering

Waar gaat het om? Wanneer je stopt met werken, moet je voldoende achter de hand hebben, of het zicht erop, om nog lang verder te kunnen leven. Sober, in luxe of iets er tussenin. Maar wacht niet te lang met genieten, want je kan al dood zijn vóór je pensionering. Bovendien takel je langzaam af, geestelijk én lichamelijk. Dus stel je wensen niet te lang uit.

2. Pensioen is een zeer langetermijnbelegging

Wie nu 25 jaar is en de 95 hoopt te halen, moet er op kunnen vertrouwen dat zijn aanspraken op een ouderdoms- of een nabestaandenpensioen 70 jaar in veilige handen zijn. Dus tot 2079! In die tijd kan er veel gebeuren in de wereld en met je pensioenfonds. Dit impliceert dat je je vinger aan de pols moet houden en er niet van moet uitgaan dat ‘ze het wel zullen regelen’.

Vergeet niet dat betaalde premies niet je eigendom blijven, maar in de grote pot gaan. In ruil daarvoor krijg je een (niet gegarandeerde) pensioenaanspraak, zolang je leeft.

3. Appeltjes voor de dorst

Vergeet even de AOW, je pensioen(en), het banksparen en levensverzekeringen. Wat heb je dan wellicht achter de hand om straks van te leven? Een eigen huis en een eigen zaak of zaken. Verder een tweede huis, spaargeld, effecten, enzovoort. Samen de waarde die je opgeeft voor de inkomstenbelasting, in box 3. Dat kan nu een bescheiden bedrag zijn, maar wie weet is dat over een aantal jaren veel meer. Dat geldt evenzo voor verzamelingen als kunst, antiek en zo. Al die appeltjes moet je zorgvuldig beheren, met het oog op je toekomst.

4. Ouwe knakkers maken alles gewoon op

Hoop je in stilte op de erfenis(sen) van je (groot)ouders? Helaas ben je daar nooit zeker van. Misschien maken die ouwe knakkers alles gewoon op. Dat is de trend!