Drinken, spelen en een vrouw vinden

Guca is een populair en berucht blazersfestival in een Servisch bergdorp. Het gaat er om vrouwen, drank, en muziek. „Op Guca klinkt de trompet het mooist.”

Danseres en bezoekers op het blazersfestival Guca in het gelijknamige Servische bergdorp. Foto Sanja Knezevic Knezevic, Sanja

GUCA, 8 aug. - De handen van Sladjan Djarkovic rusten een paar seconden op de heupen van een Franse toeriste. Zij staat, ritmisch met haar achterwerk trillend en haar haar zwiepend, tussen de blazers van een brassband. Djarkovic drukt zijn kruis tegen haar billen en laat na een paar bewegingen weer los. Ze lijkt het niet te merken. Terwijl hij tevreden terugloopt naar zijn eigen blaasorkest, Marjan Krstic, kijkt hij over de schouders van toeschouwers om te zien of ze zijn machopose hebben gefotografeerd. Zijn collega’s, zigeunermuzikanten in identieke roze poloshirts, spelen bij een tafel op een terras in het centrum van het Servische bergdorp Guca. De instrumenten blazen het pompende nummer Kalashnikov van Goran Bregovic in de oren van eters.

Djarkovic, een kleine donkere man in roze polo, heeft na vijf uur spelen op de grote trom pauze. Zijn orkest is zo groot dat de muzikanten bij toerbeurt kunnen spelen. De eerste drie dagen van het vijfdaagse blaasfestival bestaan voor Djarkovic vooral uit uren maken bij de cafés, waar bands naast de tafels tegen elkaar optetteren. Bezoekers doen verzoeknummers aan de muzikanten en stoppen geld in hun instrumenten. „Het is hier werken, plezier en een vrouw vinden”, zegt hij glunderend. „En wie het mooiste speelt wint.”

Guca is het jaarlijks hoogtepunt voor brassbands en hun publiek op de Balkan. De naam van het drieduizend inwoners tellende dorp is synoniem aan het festival, waar blaasorkesten eens per jaar strijden om de Gouden Trompet. Naar verwachting trekt Guca dit jaar driehonderdduizend bezoekers, waarvan ongeveer een tiende van buiten Servië.

Bussen voeren een bont gezelschap aan. Straatarme Roma blijven in Guca buiten slapen. Serviërs uit het hele land en het Servische deel van Bosnië kamperen in auto’s en tentjes op de omliggende heuvels – Serviërs uit de diaspora verschijnen in duurdere auto’s. Langs de straten draaien vanaf ’s ochtends vroeg varkens aan het spit. Voortdurend zijn van meerdere kanten tegelijk trompetten te horen, vaak in moordend tempo. Guca teert het hele jaar op de opbrengst van het festival. Winnende bands weten zich voorlopig verzekerd van optredens.

Boban Markovic is van de aanwezige muzikanten de beroemdste. Hij loopt in een dure spijkerbroek met aangebrachte slijtplekken en een mannenhandtasje om zijn hals door het dorp, alsof het zijn thuis is. Hij is als trompettist en bandleider meervoudig winnaar van de Gouden Trompet en gelauwerd voor de filmmuziek bij onder meer de film Underground van Emir Kusturica. Kusturica’s films hebben bijgedragen aan het duister, wild, beetje gestoord en primitief Servisch imago, dat nu duizenden toeschouwers trekt.

„Op Guca klinkt de trompet het beste”, zegt Markovic, wiens lange zwarte borstharen boven zijn strakke witte shirt uitkomen. „Het is zwaar, vijf dagen op je benen, vijf dagen drinken, maar het is ook ontspannend.” Met zijn zoon Marko heeft hij inmiddels wereldwijd meer dan honderd optredens gehad, maar de sfeer is nergens te vergelijken met Guca, vertelt hij met een vertederde glimlach. „Het wordt alleen steeds groter.”

Guca begon in 1961 klein, als poging om authentieke Servische volksmuziek en cultuur te koesteren. Het festival maakte in de jaren negentig een groeistuip door onder invloed van de economische sancties en isolatie van Servië tijdens en na de oorlogen in voormalig Joegoslavië. „Naar Guca gaan werd een patriottische daad”, vertelt Darinka Simic-Mitrovic, voormalig hoofd van de muziekprogrammering op Radio Belgrado en ex-jurylid van Guca. „Een manifestatie van ‘het echte Servië’: etende en zuipende macho’s. Heel primitief en tegelijk heel aantrekkelijk.” De traditionele muziek heeft deels plaatsgemaakt voor moderne invloeden van muzikanten als Goran Bregovic, die pop met Roma- en Zuid-Slavische invloeden mengt. De kwaliteit van de optredens in de competitie is hoog, zegt Simic-Mitrovic, maar de laatste jaren valt vooral de commercialisering op. De trompet is een Servisch beeldmerk geworden, dat ook op pakken koffie en folders van het toerismebureau staat.

Guca belichaamt inmiddels het soort Servië waar de elite in de hoofdstad Belgrado van gruwt. Het ‘primitieve’ Servië, van het zuiden en het midden, heel anders dan het beschaafde noorden. Iedereen die Westers georiënteerd is, jong, hoogopgeleid, urbaan en progressief, trekt in de zomer naar het Exit-festival in Novi Sad en peinst er niet over een maand later af te zakken naar het Zuid-Servische platteland. Daar liggen de standjes vol met Servische vlaggen, traditionele mutsjes en T-shirts met slechte grappen over seks, soms over oorlogsmisdadigers. ‘Ze willen me vinden, maar ik ben op Guca’, staat onder een fotomontage van Ratko Mladic.

In het kielzog van de bands die de terrassen afschuimen lopen Romavrouwen en jonge meisjes met lang zwart haar en doeken met glimmers om hun heupen. Aan een tafel vol half afgekloven stukken vlees zitten twee Montenegrijnen te kijken naar de meisjes, die met hun schouders rollen en heupen trillen op de muziek. Bezoekers – onder wie opvallend veel Slovenen – zien Guca als een kans om even alles te doen wat god verboden heeft. „Hoe moet ik uitleggen wat Guca is”, zegt Zjelko uit Kotor dramatisch, nadat hij honderd dinar in een bh heeft gestoken. Hij heeft een baard van een paar dagen en gouden oorringen. Zijn achternaam wil hij niet geven, „want ik ben getrouwd”. De oudste Romameiden klimmen op tafel voor een buikdans. De jongste staat met een plastic zakje aan de kant. Als Zjelko gebaart dat ze kan komen, steekt ze snel de grootste vleesresten in het tasje en loopt weg voor de ober komt.