'De studenten krijgen mondkapjes - de beste'

Studentenverenigingen willen voorkomen dat de Mexicaanse griep zich verspreidt tijdens de introductieweken. De bar zal worden gepoetst.

Met desinfecterende gel voor het grijpen en een zeeppompje op elke wc zijn de introductieweken van eerstejaarsstudenten de komende weken een stuk frisser dan in voorgaande jaren. De organisatoren van introductieweken nemen hygiëne uiterst serieus nu steeds meer mensen Mexicaanse griep krijgen.

Maandag begint de introductieperiode in Groningen, Leiden en Utrecht. De weken erop volgen de andere universiteitssteden. Ruim 140.000 eerstejaarsstudenten beginnen aan hun studie in het hoger onderwijs, onder wie ongeveer 47.600 universitaire studenten. Niet iedere student doet mee aan de introductieactiviteiten van de onderwijsinstellingen, maar wel een flink percentage daarvan.

De introductieweken vallen onder de categorie ‘grote evenementen’ waarvoor GGD’s en het RIVM protocol hebben opgesteld. Wanneer Nienke Rorije, voorzitter van de algemene introductieweek in Groningen, maandag bijna 4.000 nieuwe studenten welkom heet, zal ze hygiënetips geven. „Nies in de kneep van je elleboog, was je handen, snuit je neus in een papieren zakdoekje en gooi dat meteen weg. ”

De animo in Utrecht voor de introductieweek is dit jaar groot. „We hebben voor het eerst een maximum aantal deelnemers ingesteld: 3.500”, zegt Malou van Bentum van de Introductie Commissie Utrecht die „extra alert” is op de Mexicaanse griep. Aan deelnemers wordt bij aanvang duidelijk gemaakt dat ze zich bij de EHBO moeten melden als ze zich ziek voelen. „We zullen zeggen dat het verstandig is op hygiëne te letten, dat ze iets vaker de handen wassen.”

Studenten die lid willen worden van een studentenvereniging nemen ook deel aan een aparte kennismakingsperiode van één of twee weken. Tegen de tienduizend eerstejaars studenten doen mee aan een kennismakingsweek van de studentenverenigingen, schat Lex de Jongh, voorzitter van de Landelijke Kamer van Verenigingen, waarbij 46 studentenverenigingen zijn aangesloten. „De kennismakingperiode, de ontgroening, kan een risicofactor zijn”, zegt De Jongh. „Veel mensen, dicht op elkaar gedurende één week of soms langer.” Tijdens de ontgroening is het gebruikelijk „op kamp” te gaan in de bossen, de zogenoemde buitenweek. De ‘paklijst’ van de verenigingen is dit jaar aangevuld met onder meer desinfecterende gel en een eigen thermometer, zegt De Jongh. „Zodat ze zelf hun temperatuur kunnen meten. Ook krijgen ze adviezen mee als: zo min mogelijk handen schudden. Normaal gesproken konden de deelnemers ’s ochtends en ’s avonds de handen wassen, nu zal dat frequenter kunnen.” Verder zijn extra fruit en vitaminepreparaten beschikbaar „voor meer weerstand” en worden de kampen in kleinere groepen onderverdeeld, om risico te spreiden.

De Jongh noemt de voorzorgsmaatregelen „bijna overdreven”. Toch staat hij erachter, zeker na de uitbraak van de griep bij de Utrechtse studentenvereniging UVSV, half juli, waarbij drie studentes waren besmet met de nieuwe influenza A. Zij hadden ook het UVSV-lustrumfeest bezocht. Daarna waren er elf grieppatiënten, volgens de GGD Utrecht. „Misschien wel meer”, zegt de Jongh, „zeker is dat veel mensen behoorlijk ziek zijn geworden. Zeker de kampen van de verenigingen zijn een risico. Wij zijn het meest vatbaar als leeftijdscategorie.”

„Handen wassen is een goede zaak”, stelt Gerard Oosterwijk van de Landelijke Studentenvakbond, „maar ik vraag me af of dat het verschil gaat maken.” Hij kan zich voorstellen dat er „iets” gebeurt. „Wij zijn de doelgroep, dus ik maak me wel zorgen. Het grootste gevaar zit in de meerdaagse evenementen. Er wordt veel gedronken, veel gefeest, nu kunnen studenten nog even losgaan voordat de studie begint.”

De studenten zien elkaar overdag en logeren vaak elkaar bij in studentenhuizen. Zo slapen er 340 „logeetjes” verspreid over de 160 UVSV-huizen in Utrecht. Het Delftsch Studenten Corps was al van plan dit jaar eerstejaars zoveel mogelijk in studentenhuizen onder te brengen, „omdat dat gezelliger is”, zegt Evert Willeumier, president van het DSC. „Nu valt het samen met het beleid om de mogelijke besmetting te voorkomen.”

Ook bieden de verschillende verenigingen slaapgelegenheid aan voor tientallen, soms honderden mensen tegelijk. Zo heeft Leiden zelfs een officiële slaapzaal voor 400 studenten. „Al zal die zal alleen in het begin van de week vol zijn”, verwacht Joeri Veen, voorzitter van de El Cid-commissie van de Leidse studentenintroductietijd. „Uit voorzorg worden de ramen vaker open gezet voor ventilatie. „Het bar-meubilair wordt afgenomen. En we hebben een eigen huisarts.”

Sinds afgelopen woensdag heeft de Universiteit Utrecht een eigen site over de Mexicaanse griep. En gisteren hield de GGD Utrecht en Midden-Nederland een speciaal inloopspreekuur voor de vertegenwoordigers van de hoger onderwijsinstellingen in de regio. Er kwamen ongeveer twintig mensen op af. De vragen varieerden van ‘Kunnen we nog recyclebare bekers gebruiken?’ tot ‘Wat voor zeep moeten we inslaan?’, zegt Maaike Bosschart, arts bij de Utrechtse GGD.

In Amsterdam, waar de introductieperiode over een paar weken begint, is een „medisch team” van speciaal geïnformeerde geneeskundestudenten aanwezig bij de kennismakingsperiode van het studentencorps, zegt Dirk Schrijver, rector van de senaat. De eerstejaars moeten een korte vragenlijst invullen. Zijn ze op vakantie geweest? Kennen ze iemand met de griep? „En komt er een uitbraak dan worden die mensen buiten de groep geplaatst. We hebben bovendien mondkapjes. De beste”, zegt Schrijver. „Al zijn de artsen niet helemaal overtuigd van het nut.”

Mondkapjes hebben inderdaad geen toegevoegde waarde, zegt Bosschart van de GGD. „De hygiëneadviezen helpen, al moet je ook niet doorslaan. Het reinigen van bestek met alcohol op zo’n kampweek is onnodig.”

Meer over de Mexicaanse griep op nrc.nl/binnenland