De risico's van de draaiende geldpers

Een herstel van de Britse economie? De Bank of England (BoE) gelooft er niet in. Het besluit van de centrale bank van donderdag om nog eens 50 miljard pond bij te drukken – bovenop de verruiming van de geldhoeveelheid à 125 miljard pond die al was overeengekomen – heeft beleggers verrast. De meesten van hen dachten dat de economie geen hulp meer zou krijgen. Maar of dit bijdrukken van geld werkelijk behulpzaam zal zijn, is twijfelachtig.

De beslissing gaat in tegen de zienswijze dat er al lichtpunten van herstel aan de horizon zijn. De monetaire commissie van de BoE lijkt zich niet net zo makkelijk als beleggers te laten overtuigen door oppervlakkige tekenen van herstel, zoals de snel stijgende aandelenmarkten en de enigszins bemoedigende cijfers over toegenomen economische activiteit.

Integendeel, de BoE toont zich bezorgd over een recessie die dieper is dan aanvankelijk gedacht. Monetair gesproken houdt die zorg in dat ondanks de extra 125 miljard pond de bankleningen aan het bedrijfsleven zwak zijn en dat de rente op kredieten omhoog is gegaan. M4, de ruimste berekening van de geldvoorraad, is in juni met 3,2 miljard pond geslonken, waardoor het groeipercentage op jaarbasis de afgelopen drie maanden naar nul is gezakt. Dat is niet wat de bank met geldverruiming had beoogd.

De BoE kan geld bijdrukken, en in theorie zullen de gevolgen daarvan door de kredietverstrekking en de bestedingen worden gevoeld, zij het met enige vertraging. Maar de BoE kan banken niet tot het lenen van geld dwingen, evenmin als zij de consumenten kan dwingen hun geld uit te geven. De hypotheekleningen zullen dit jaar naar verwachting even groot zijn als in 2001. De zwakke vraag en de stijgende werkloosheid dempen nog steeds de bedrijfsinvesteringen en de consumentenbestedingen.

In plaats van het herstel te bevorderen, zou het nieuwe geld zijn weg kunnen vinden op de toch al bloeiende financiële markten. De aandelenkoersen kunnen op een niveau uitkomen, waarop een vrije val opnieuw schadelijk zal zijn voor de economie. De BoE is bereid dit risico te nemen, en draagt verder bij aan de problemen die zij later zal ondervinden bij het ongedaan maken van de geldverruiming. De angst voor een diepe, langdurige recessie verleidt de centrale bank tot beleidsmaatregelen die steeds experimenteler zijn.